Historische context
×

Historische context

Meer afbeeldingen


1150-1300

het ontstaan van een agrarische nederzetting
Kampen is als dijkdorp ontstaan op de westelijke oever van de IJssel. Tot ver in de middeleeuwen was dit gebied een wildernis langs het moerassige Almere. Dit veranderde in de 11e en 12e eeuw, toen men op initiatief van de bisschop van Utrecht startte met de ontginning van het veenlandschap. Er werd een rivierdijk aangelegd om bewoners te beschermen tegen hoogwater van de IJssel. De dijk kwam in fasen tot stand, begon vanaf Brunnepe als Noordweg en volgde in Kampen het tracé van de Oudestraat. 

Aan de Oudestraat ontstond lintbebouwing op ruim opgezette percelen die zich vanaf de dijk westwaarts uitstrekten tot aan de Burgel en gescheiden waren door kavelsloten. De vrijstaande houten huizen werden gebouwd op individuele woonterpen, die later aaneen zouden groeien tot een stadsterp. Aanvankelijk was Kampen een dorp met een hoofdzakelijk agrarisch karakter, maar uiteindelijk zouden waterstaatkundige veranderingen er in relatief korte tijd voor zorgen dat Kampen van een bescheiden dijkdorp transformeerde in een welvarende handelsstad.

van dijkdorp tot handelsstad
Tot het laatste kwart van de 12e eeuw was de IJssel ten noorden van Zwolle door zandbanken niet bevaarbaar. De stormvloeden van 1164 en 1170 brachten hier op ingrijpende wijze verandering in. Niet alleen was de IJssel nu over de volle lengte bevaarbaar, Kampen lag voortaan aan de monding van de IJssel in de nieuw ontstane Zuiderzee. Er ontstond een directe vaarroute van het Rijnland via de IJssel naar de Noordzee en het Oostzeegebied, waar Kampen enorm van zou profiteren. 

De nederzetting groeide door haar gunstige ligging in de 13e eeuw uit tot een belangrijk knooppunt in de rivier- en zeehandel in Noord- en Noordwest Europa. Kampenaren legden zich hoofdzakelijk toe op de transitohandel, in het begin vooral gericht op Scandinavië en de Oostzee (Ommelandvaart), waarbij zij optraden als vrachtvaarders voor kooplieden uit andere steden. Hun schepen bleven buiten het vaarseizoen dan ook vaak achter in ‘vreemde’ havens en de handel vond voornamelijk plaats buiten Kampen om. Hierdoor ontbraken in de stad elementen als scheepswerven, pakhuizen en een grote haven. In de 14e eeuw breidde de transitohandel zich uit en onderhield Kampen als Hanzestad overzeese handelscontacten tussen het Oostzeegebied en Frankrijk, Engeland, Vlaanderen, Holland en Zeeland.

1300-1400

verstedelijking en uitbreiding
De mogelijkheden van de zee- en rivierhandel leidde tot de komst van talloze immigranten, waardoor de bevolking in rap tempo groeide en de nederzetting in omvang toenam. Deze was al in de prestedelijke fase geheel omgracht en begrenst door de de IJsseldijk (Oudestraat) in het oosten, het veenriviertje de Reeve in het zuiden en door een verbindingsgracht tussen de Burgel en de IJssel ten zuiden van de Burgwalstraat in het noorden. Het zwaartepunt van de nederzetting lag waarschijnlijk in het zuiden, waar omstreeks 1200 een tufstenen romaanse kerk gebouwd was, gewijd aan Sint Nicolaas. 

Nog in de 13e eeuw zal de behoefte aan bouwgrond sterk zijn toegenomen. Aan de rivierzijde vond ten oosten van het zuidelijk deel van de Oudestraat uitbreiding plaats door aanplemping. De kade schoof hiermee op tot dicht bij de rooilijn van de Voorstraat-westzijde. Het stadsgebied had zich inmiddels in noordelijke richting uitgebreid tot aan de Gasthuisstraat. Binnen de omgrachting werd bouwruimte gewonnen door de riante kavels van de Oudestraat zowel in de lengte als in de breedte op te splitsen. Ter ontsluiting werden parallel aan de Oudestraat de Nieuwstraat en vervolgens de Hofstraat aangelegd, voor het eerst in de bronnen vermeld in respectievelijk 1319 en 1339. Om nog meer ruimte te kunnen bieden aan het steeds groeiende inwoneraantal vond in de perioden 1324-1337 een stadsuitleg plaats, waarbij de noordelijke grens opschoof tot aan de Botervatsteeg. Na nieuwe uitbreidingen in 1337-1390 en 1460-1505 bereikte het stedelijk gebied van laat-middeleeuws Kampen de omvang die de stad tot in de 20e eeuw zou behouden en die op stadsplattegronden uit de 16e en 17e eeuw is weergegeven. 

verstening van de stad
Hoewel van het verlenen van stadsrechten en het bijbehorende recht om de stad te voorzien van verdedigingswerken in de archieven elk spoor ontbreekt, begon men in Kampen in de tweede helft van de 13e eeuw met de bouw van een bakstenen stadsmuur. Het zuidelijke en westelijke segment bevond zich aan de binnenzijde van de Burgel. Aan de oostzijde kwam de stadsmuur ongeveer 9 meter achter de toenmalige kade aan de IJssel te staan. De noordgrens van de 13e-eeuwse muur is vooralsnog onzeker. Tegelijkertijd met het bouwproces ontwikkelde zich in Kampen en de directe omgeving een eigen baksteenindustrie. De genoemde stadsuitbreidingen maakten in de 14e eeuw logischerwijs ook verlenging en uitbreiding van de stadsmuur noodzakelijk. Zo werd omstreeks 1380 de stadsmuur langs de rivier ten oosten van de Oudestraat een stuk opgeschoven nadat hier door grondstortingen meer ruimte gecreëerd was. De hier aangelegde straat kreeg de naam achter de Nije Mure, wat later de Voorstraat genoemd zou worden. Diverse stegen en meerdere stadspoorten verleenden toegang tot de nieuw ontstane handelskade.

De Oudestraat bleef gedurende en na de diverse stadia van uitbreidingen de spil van de stad, waar het merendeel van alle straten en stegen op aansloten. Aan beide uiteinden stonden de twee parochiekerken en hier waren de grootste en meest aanzienlijke huizen gebouwd. De verstening van woonhuizen kwam aan de Oudestraat waarschijnlijk al voor 1300 op gang. Op de langgerekte percelen werden al vroeg achterhuizen en eenkamerwoningen gebouwd die door de smalle stegen ontsloten waren. Vanaf het eerste kwart van de 14e eeuw verrezen ook aan andere straten stenen huizen. Het stadsbestuur stimuleerde met subsidies en regelgeving het bouwen van gemeenschappelijke stenen scheidingsmuren en de toepassing van dakpannen, voornamelijk om het gevaar van stadsbranden tegen te gaan. Geleidelijk werden ook steeds meer gevels in baksteen opgetrokken. Het versteningsproces zal tegen het einde van de 15e eeuw grotendeels voltooid zijn. In 1482 stopte de Raad namelijk met de subsidieregeling voor pannendaken.  

Met de bouw van het Raadhuis centraal in de Oudestraat omstreeks het midden van de 14e eeuw, verplaatste het economisch en bestuurlijk centrum zich van de omgeving van de Bovenkerk naar het gebied rond de Vispoort. Dit werd in 1448 bevestigd met de bouw van een vaste IJsselbrug op deze locatie.

einde van de bloeitijd
In de tweede helft van de 15e eeuw liep het aandeel van Kampenaren in de internationale vrachtvaart terug. Zij ondervonden in het transitoverkeer hevige concurrentie van de Hollanders, die geleidelijk de overzeese handel overnamen. De neergang in de scheepvaart was tevens een gevolg van de toenemende verzanding van de monding van de IJssel. Het regelmatig dichtslibben van de rivier zorgde ervoor dat (de steeds groter wordende) zeeschepen niet meer konden passeren. Hiermee verdween de belangrijkste aanjager van de stedelijke economie.

De neergang van de maritieme handel in de 16e en 17e eeuw kon deels opgevangen worden door het uitgebreide grondbezit en de opbrengsten van bierbrouwerijen, linnenweverijen en uit de agrarische sector. Halverwege de 13e eeuw had de Utrechtse bisschop aan Kampen al aanzienlijke stukken land met weiderecht verleend in het westelijke poldergebied. In 1363 volgde de schenking van de Kamper eilanden en vanaf 1382 was Kampen gerechtigd tot het houden van drie vrije jaarmarkten. Op deze wijze verkreeg de stad een bescheiden regionale centrumfunctie. De Oudestraat bleef de belangrijkste straat, de plek waar tot in de 18e eeuw vooral kooplieden en notabelen zich vestigden.

1400-1800
×

1400-1800

Meer afbeeldingen


LAAT-MIDDELEEUWSE VOORGANGERS

Op stadsplattegronden van Kampen uit de 16e eeuw is in dit deel van de Oudestraat reeds sprake van gesloten gevelwanden. Hoewel de kaarten op het niveau van individuele huizen niet geheel betrouwbaar zijn, valt hieruit op te maken dat ter hoogte van Oudestraat 36 en 38 in de late middeleeuwen al bebouwing gestaan moet hebben. Archiefbronnen bevestigen deze aanname, de vroegste vermelding van bewoners van een huis op deze plek dateert uit 1443. Binnen de huidige panden zijn echter geen sporen aangetroffen van bebouwing van voor de 19e eeuw. Mogelijk kennen de bouwmuren van Oudestraat 36 en 38 - het metselwerk is nergens in het zicht - nog een laat-middeleeuwse oorsprong.

Oudestraat 36 - eigendom van notabelen
Kort voor 1443 is het huis Oudestraat 36 in eigendom van de weduwe van Otto Clingen, oud Raadslid van Kampen. In het begin van de 16e eeuw verkoopt Jacob Clinge het huis aan Alof Buk. Jacob was Gemeensman van Bovenespel en Horstespel geweest, werd later meester van de bieraccijns en schopte het uiteindelijk tot Raadslid. Ook in de tweede helft van de 16e eeuw komen rijke invloedrijke eigenaren in de bewonerslijsten voor, zoals Sijbrant Occo (Raadslid Amsterdam) en Henrick Voet (Raadslid van Deventer). Zij zullen het pand waarschijnlijk als belegging hebben gekocht en niet met de bedoeling er zelf te gaan wonen.

Het huis blijft in de 17e en 18e eeuw in handen van welgestelde Kampenaren. In 1647 wordt burgemeester Johannes Brouwerius als eigenaar genoemd, in 1691 gevolgd door burgemeester Jacob Veen. Van 1722 tot 1748 vermeld het archief Geertgen (joffer) weduwe van Peter de Haan als eigenaar. De erfgenamen verkopen het huis kort voor het midden van de 18e eeuw voor 610 gulden aan Gemeensman Jan Bijsterbos. Het pand blijft eigendom van de familie tot Gerrit Biesterbos in 1782 het huis moet verkopen vanwege een (dreigend?) faillissement. Hij verkoopt het pand voor 1090 gulden aan koster Gerrit Bouhuijs, die tot 1808 als bewoner staat vermeld. De opvallende waardestijging van Oudestraat 36 tussen 1748 en 1782 is wellicht het gevolg van een verbouwing of uitbreiding van het bezit in de richting van de Hofstraat. 

Oudestraat 38 - vroege bewoning
In 1527 staat Claes Bouwsz in de belastingadministratie geregistreerd als eigenaar van Oudestraat 38. Waarschijnlijk is de familie Bouws(z) ruim een eeuw lang eigenaar van het pand want in de administratie in 1628 wordt Mettken Bouws genoemd. Het pand wordt niet lang daarna verkocht aan Albart van Steinvorden die in 1643 in het register vermeld staat. Bij de volkstelling in 1748 wordt Gerrit ter Spenke en zijn vrouw Johanna Engelbert Sanders, J.H. van de Beek en Johannes van Winen genoemd als bewoners van het pand.

1800-1880
×

1800-1880

Meer afbeeldingen


TABAKINDUSTRIE EN HANDEL IN SIGAREN

Eind 18e eeuw of begin 19e eeuw komt Oudestraat 38 in handen van de schilder Willem Boele (1747-1823) die in 1795 en 1803 in de register van de volkstelling genoemd wordt. In 1829 kocht zijn zoon, Cornelis Johannes Boele (1902-1976) ook het buurpand Oudestraat 36 aan, waarmee de beide panden één eigenaar kreeg, een situatie die nog lang bleef bestaan. C.J. Boele staat in de eerste kadastrale administratie uit 1832 bekend als kaarsenmaker, maar zou zich later gaan richten op de productie van sigaren. 

De sigarenfabriek van C.J. en W.G. Boele
C.J. Boele startte in 1847 samen met zijn zoon Willem Gerrit (1825-1900) een sigarenfabriek onder de naam C.J. Boele en zoon. De productie van sigaren had zich in Kampen na de komst van de Duitse fabrikant Johan Wilke Lehmkuhl in 1826 ontwikkeld tot de belangrijkste lokale industrie. Twee jaar na de oprichting overleed Boele senior. Onder leiding van Willem Gerrit groeide het bedrijf in de jaren ‘60 van de 19e eeuw uit tot de grootste sigarenfabriek in Kampen. De fabriek stond (en staat nog altijd) aan de achterzijde aan de Hofstraat. Oudestraat 36 werd als woonhuis in gebruik genomen en de begane grond van nr 38 was ingericht als tabakswinkel. De kadastrale administratie vermeldt onder nr. 38 zelfs de functies “fabriek, huis en erf”. De twee afzonderlijke percelen van nr. 36 en 38 werden in 1879 kadastraal samengevoegd en worden dan als “huis, pakhuis, kantoor en erf” aangeduid.

Door de toenemende vraag naar sigaren vestigde W.G. Boele een tweede winkel in Amsterdam. Het succes van de zaak leidde tot de opening van sigarenwinkels elders in Nederland. Willem Gerrit’s zoon was aanvankelijk medefirmant, maar richtte na een ruzie met zijn vader uiteindelijk in 1890 een eigen sigarenfabriek op verderop aan de Hofstraat onder de naam La Bolsa. Bij de bestaande fabriek trad in 1895 Willem van der Muelen als compagnon toe. Hij zou na de dood van W.G. Boele in 1898 het bedrijf met bijbehorende winkel en woonhuis (Oudestraat 36-38) overnemen. 

Oudestraat 38 - pakhuis met sigarenwinkel
De voorloper van het huidige pand Oudestraat 38 (dat bijna geheel uit 1927-1928 dateert), kennen we nog uit een bouwtekening en een foto. De architectuur toont dat deze oude gevel waarschijnlijk in de 19e eeuw tot stand is gekomen. De opdrachtgevers voor deze verbouwing moeten één van de telgen Boele zijn geweest, gezien het feit dat zij bijna de gehele 19e eeuw het pand in eigendom hebben gehad. Het pand had een eenvoudige neoclassicistische lijstgevel met drie vensterassen en daaronder de winkelpui van de tabakswinkel. De drie vensterassen zijn ook doorgezet in de winkelpui op de begane grond. Op de middenas van het gebouw bevond zich de ingang tot de tabakswinkel met ter plaatse van de zolderverdieping dubbele deuren. De zolderdeuren geven de indicatie dat de zolder werd gebruikt voor de opslag (en het drogen?) van goederen, waarschijnlijk de tabak.

De plattegrond van de oude situatie uit 1927/1928 geeft tevens een goed beeld van de indeling van het voormalige pand. Op de begane grond bevond zich voorin de winkelruimte, daarachter aan de linker zijde een lange gang en aan de rechterzijde de vertrekken. De verdiepingen waren te bereiken via een trappenhuis ongeveer halverwege deze gang en de schouwen en rookkanalen bevonden zich allemaal tegen de rechter bouwmuur. Op de eerste verdieping herhaalde zich deze indeling. Voorin bevond zich de voorname woonkamer, met een wat grotere schouw en drie forse vensters. 

1880-1900
×

1880-1900

Meer afbeeldingen


NIEUWBOUW VAN OUDESTRAAT 36

De huidige verschijningsvorm van Oudestraat 36 is tot stand gekomen na een ingrijpende verbouwing in de late 19e eeuw. Gezien de materialisering en vormgeving van de voorgevel, balklagen (voor zover zichtbaar), kapconstructie, indeling en interieurafwerking was er zeer waarschijnlijk sprake van nieuwbouw, mogelijk met behoud van beide bouwmuren. Bewoners in deze periode waren Willem Gerrit Boele en zijn gezin. De nieuwbouw bestond uit drie bouwlagen en een zolder.

gevels
De voorgevel werd uitgevoerd als drie-assige lijstgevel en volledig voorzien van een blokbepleistering. Het fries boven de begane grond en de verdieping wijst op invloeden van de neogotiek. De huidige gevel bevat op de verdiepingen nog de laat 19e-eeuwse vensters uit de bouwtijd met een vast bovenlicht en grote draairamen op de eerste- en stolpramen op de tweede verdieping. De begane grond, momenteel ingevuld met een moderne winkelpui, bevatte oorspronkelijk twee vensters en rechts de voordeur. Aan de achterzijde is zicht op de gepleisterde achtergevel en linker zijgevel (blind). Hier zijn de vensters gemoderniseerd en is later een deur gemaakt naar het platte dak van de aanbouw. 

indeling en interieur
De huidige indeling van de verdiepingen komt grotendeels overeen met de situatie zoals weergegeven op de bouwtekeningen van 1928 en behoort tot de oorspronkelijke, laat 19e-eeuwse opzet. Beide verdiepingen zijn ingedeeld met kamers en suite aan de voorzijde, een vertrek aan de achterzijde en daartussen een centraal trappenhuis met naastgelegen verbindingsgang. De begane grond kende een vergelijkbare indeling, maar is later uitgebroken ten behoeve van de opeenvolgende winkels.

Ook het interieur uit de late 19e eeuw is voor een belangrijk deel bewaard gebleven, waaronder het trappenhuis met van de begane grond tot tweede verdieping doorlopende bordestrap met stucwerk, rijk geprofileerde balusters en lichtkap. Het oorspronkelijke interieur wordt verder gevormd door de marmeren schouw in de voorkamer op de verdieping, vlakke stucplafonds, paneeldeuren met bijbehorende deurkozijnen en -omlijstingen, inbouwkasten en de rechte steektrap naar de zolder. De zolderruimte is ingedeeld met twee afgetimmerde dienstbodekamers aan de voorzijde en krijgt daglicht via gietijzeren dakramen uit de bouwtijd.

kapconstructie en balklagen
Het dak wordt gedragen door een rondhouten sporenkap, waarbij de flieringen ondersteund worden door naaldhouten dekbalkgebinten. De gebinten bevatten geen zichtbare telmerken, maar zijn wel op traditionele wijze geconstrueerd met pen-en-gat verbindingen. De gebintstijlen rusten op de enkelvoudige, naaldhouten zolderbalklaag en zijn via blokkeels verbonden met de muurplaat. Waarschijnlijk is de tweede verdiepingsbalklaag ook enkelvoudig. Op de verdieping kon via een klein kijkgat een enkele naaldhouten balk waargenomen worden. De verdiepingsbalklaag is niet in het zicht. 

 

1915-1945
×

1915-1945

Meer afbeeldingen


VESTIGING VAN DE SALLANDSCHE BANK

In 1915 opende de Sallandsche Bank als huurder een vestiging aan de Oudestraat en zullen de bestaande vertrekken op de begane grond van nr. 36 ingericht zijn als kantoren. Op de bovenverdieping woonde de wisselloper van de bank, Lubbert de Ruiter. In 1925 kon de Bank de beide panden aan de Oudestraat van Willem van der Muelen kopen. De sigarenfabriek aan de achterzijde, gelegen aan de Hofstraat, werd weer verkocht aan de familie Boele onder de bedrijfsnaam La Bolsa. 

1927-’28 - ingrijpende verbouwing van Oudestraat 38
In 1927-1928 vond er bij Oudestraat 38 een zeer ingrijpende verbouwing plaats. In opdracht van de Sallandsche Bank werd de 19e-eeuwse lijstgevel vervangen door een historiserende gevel van tufsteen. Ook het interieur werd grondig gewijzigd, bijna het complete casco is vervangen en alleen de bouwmuren en een deel van de achtergevel werden gehandhaafd. Het ontwerp is gemaakt door de Deventer architect Maarten van Harte (1868-1954), de jongste telg uit een architectenfamilie van drie generaties.

voorgevel
De puntgevel met afgeronde top is geheel opgebouwd uit forse blokken tufsteen met hierin drie vensterassen. Met name de begane grond vensters (zie tekening 1927/1928) zijn nadrukkelijk historiserend vormgegeven als kruisvensters. De gevel is zeer vlak, de lateien boven de ramen zijn volledig opgenomen in het tufstenen muurwerk, slechts de onderdorpels en de bovenrand steken met een minimale diepte buiten het gevelvlak. Het ontwerp van de vlakke en relatief sobere gevel is beïnvloed door de rationalistische architectuur van Berlage, aangevuld met historiserende elementen als de genoemde kruisvensters. De verdiepingsramen zijn uitgevoerd als schuiframen met in het vaste deeltwee glas-in-lood ramen. 

De keus van de Sallandsche Bank voor de Deventer architect Maarten van Harte ligt voor de hand gezien het feit dat Van Harte in 1913 ook het hoofdkantoor van de bank in Deventer had ontworpen. De architectonische overeenkomsten tussen het hoofdkantoor in Deventer en het filiaal in Kampen zijn overduidelijk. Mogelijk heeft de Sallandsche Bank met het gelijkende ontwerp een herkenbare huisstijl willen uitdragen. De voorgevel is ter hoogte van de verdiepingen goed bewaard gebleven, alleen de glas-in-lood ramen van de bovenlichten zijn verdwenen.

indeling en interieur
Op de bouwtekeningen is met zwart ingekleurde lijnen zichtbaar gemaakt welke onderdelen nieuw gebouwd werden. Hieruit valt op te maken dat het gehele interieur inclusief balklagen in 1927-1928 vervangen is. Op de doorsneden is zichtbaar dat alleen de zijmuren en de achtergevel zijn gehandhaafd. Deze zijn wel opgehoogd zodat er een volwaardige tweede verdieping kon worden gecreëerd. Opvallend is de aanwezigheid van de dubbel hoge kluis en archiefruimte zoals op de langsdoorsnede weergegeven is. De zware betonnen kluis bevond zich achter het kantoor en het trapportaal annex garderobe.

Via een lange gang werden de klanten van de bank naar het achterste deel van het pand geleid waar zich de publieksruimte bevond. Op de doorsneden wordt een indruk verkregen van de vormgeving van interieuronderdelen zoals deuren, lambrisering en de schouw. Deze vertoonde grote gelijkenissen met het interieur in het hoofdkantoor te Deventer. Via de publieksruimte kon men de loketten bereiken waarachter het kantoor personeel werkte. Aan de overzijde konden de klanten via een hal naar de zogenaamde knipkamers komen: afsluitbare kamers waarin men in afzondering de coupons van hun waardepapieren konden knippen om deze voor een dividenduitkering in te wisselen.

Tussen de eerste en de tweede verdieping is naast de trapopgang een lichtschacht uitgespaard die de overloop van natuurlijk licht voorzag. De voorkamer op de eerste verdieping was ingericht als vergaderzaal. Het plafond kreeg een karakteristiek lijstwerk waarvan de detaillering zich herhaalt op de paneeldeuren. De wisselloper van de bank, Lubbert de Ruiter, woonde permanent in het bankgebouw. Hij had een kamer en keuken aan de achterzijde van het pand met daarboven twee slaapkamers.

kapconstructie
De kapconstructie bestaat uit een gordingenkap gedragen door naaldhouten A-spanten. De verbindingen zijn gedeeltelijk ingelaten en veelal verankerd met een moer en bout. Op de gordingen ligt het dakbeschot, waarop de kruispannen liggen die geproduceerd zijn door de Stoompannenfabriek Van Echt. 

1928 - functiewijziging Oudestraat 36
De kantoren die in 1915 op de begane grond van Oudestraat 36 waren ingericht, werden met de nieuwbouw van het naastgelegen Oudestraat 38 overbodig. In 1928 werd er een vergunning verleend voor het weer in gebruik nemen van de begane grond van Oudestraat 36 als woning. Het huis blijft in eigendom van de Sallandsche Bank. Blijkens de bij de vergunning bijgevoegde beschrijving was er geen sprake van een verbouwing en waren de aanpassingen minimaal: “vernieuwingen hebben niet plaatsgevonden, alleen reparatiën benevens een water-closet, waarvoor reeds een afzonderlijke aanvraag is ingediend” [Stadsarchief Kampen, bouwvergunningen]. Het nieuwe toilet was gesitueerd op de tweede verdieping en toegankelijk via het trapbordes. In deze ruimte werd tevens een tweede lichtkap gemaakt.

1932 - winkel op de begane grond van Oudestraat 36
Vier jaar later vraagt de N.V. Sallandsche Bank een vergunning aan voor het verbouwen van de begane grond tot winkelruimte en het plaatsen van een keuken op de verdieping. De keuken bevond zich aan de achterzijde en werd door middel van een nieuwe binnenwand afgescheiden van de naastgelegen kamer. In de wand is een paneeldeur van Bruynzeel opgenomen. De winkel op de begane grond werd door H. Smit ingericht als elektrozaak. Uit de bestaande situatie van 1964 blijkt dat de open plaats achter Oudestraat 36 op dat moment al overbouwd is. Waarschijnlijk heeft de bouw van de aanbouw in het tweede kwart van de 20e eeuw plaatsgevonden. Tegelijkertijd zullen de vensters in de achtergevel gemoderniseerd zijn en kwam er een nieuwe deur naar het platte dak van de nieuwe aanbouw.

1945-heden
×

1945-heden

Meer afbeeldingen


LATERE VERANDERINGEN

Na de Tweede Wereldoorlog startte Klaas Kanis op de begane grond van Oudestraat 36 een kunsthandel-lijstenmakerij, voornamelijk gespecialiseerd in lijsten voor borduurwerk en schilderkunst. Later verkocht Kanis ook andere luxegoederen als Delfts Blauw. Hij woonde voor de oorlog reeds boven de elektrowinkel. In deze periode zijn met name op de begane grond van dit pand diverse wijzigingen uitgevoerd. In Oudestraat 38 werd de begane grond van de Sallandsche Bank uiteindelijk ook verhuurd aan een winkeleigenaar. 

1964
Bij een verbouwing van de Sallandsche Bank in 1964 wordt de gemeenschappelijke scheidingsmuur tussen Oudestraat 36 en 38 op de begane grond gesloopt. Om het bovengelegen muurwerk te ondervangen, werden stalen kolommen geplaatst. De voormalige gang en de aanbouw op de begane grond van Oudestraat 36 wordt bij het bankgebouw van nr. 38 getrokken. Op de begane grond van Oudestraat 38 werden enkele binnenmuren verwijderd en een verdiepingstrap verplaatst. Daarnaast vernieuwde men de onderpui van de gevel, de etalagepui werd teruggelegd. Eind jaren tachtig gaat de Sallandse bank als onderdeel van de Nederlandse Credietbank over in de Crédit Lyonnais Bank Nederland waarmee deze ook als eigenaar van de panden staat geregistreerd.

1993-’94
In 1993 wordt door Eastwick Tradina BV vergunning aangevraagd voor het vernieuwen van de winkelpui en de winkelruimte van Oudestraat 36. Een jaar later wordt de ruimte op de begane grond aan de achterzijde van het pand toegevoegd aan het winkeloppervlak van de nieuwe winkel van Oudestraat 38. Hier sloopte men de zware betonnen muren van de hoge kluis, waarvan alleen de betonnen wand tegen de zijmuur werd gehandhaafd.  

Tot slot hebben er enkele kleinschalige, niet gedocumenteerde wijzigingen plaatsgevonden op de eerste en tweede verdieping van Oudestraat 36. Op de verdieping betreft het de vernieuwing van plafonds in de voorkamer en achterkamer en het plaatsen van een toilet. Op de tweede verdieping betreft het de opdeling van de achterkamer in twee kamertjes met een portaal (deels recent weer ongedaan gemaakt) en het veranderen van de scheiding tussen de kamers en suite aan de voorzijde.

Historische context
1400-1800
1800-1880
1880-1900
1915-1945
1945-heden

Introductie


aanleiding
Op dit moment worden plannen gemaakt voor de verbouwing van Oudestraat 36 (Rijksmonument) en 38 (gemeentelijk monument) in Kampen. In de huidige situatie is de begane grond van beide panden in gebruik als winkelruimte, de verdiepingen en zolders staan leeg. Vanwege de monumentenstatus is voor beide huizen om een bouwhistorische verkenning met waardestelling gevraagd. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij de veranderingen in het geding zijn en waar de ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen. 

onderzoek
Het onderzoek was gericht op het in kaart brengen van de bewaard gebleven historische structuur van de huizen en de daarin te onderscheiden bouwfasen. Allereerst zijn de aanwezige gegevens in de literatuur en archieven geïnventariseerd. Hiervoor is een bezoek gebracht aan het Stadsarchief in Kampen. Hier zijn de beschikbare 20e-eeuwse bouwtekeningen geraadpleegd en zijn de door H.W. van den Hoven opgestelde lijsten met bewoningsgeschiedenis van de Oudestraat vanaf de 16e eeuw bekeken. Via diverse beeldbanken is historisch beeldmateriaal verzameld en via het Kadaster zijn kadastrale kaarten opgevraagd.  

Het veldwerk is uitgevoerd op 6 augustus en 11 september 2018. Het onderzoek heeft plaatsgevonden conform de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek van april 2009 en had betrekking op de verdieping(en) en zolder van de hoofdbebouwing aan de straat. Op de begane grond gaan alle mogelijke bouwsporen schuil achter de afwerking van het moderne winkelinterieur.  

digitale rapportage
Alle gegevens zijn chronologisch geordend en digitaal gepresenteerd in opeenvolgende vensters in de tijdlijn en voorzien van een waardering op www.tijdbeeld.com. De directe link naar de afgeschermde rapportage is: http://www.tijdbeeld.com/projecten/81/kampen

Hoewel via de website een PDF-versie van het rapport gegenereerd kan worden, is dit hoofdzakelijk bedoeld als archieffunctie. Tekst en afbeeldingen zijn optimaal te bekijken via bovenstaande link. 


situering
Oudestraat 36 (links) en 38 (rechts) zijn met de voorgevel opgenomen in de westelijke gevelwand van de Oudestraat, in het bouwblok dat verder begrensd wordt door de Burgwalstraat, de Hofstraat en de Geerstraat. Het voormalige open binnenterrein aan de achterzijde is ter plaatse op de begane grond overbouwd.      

beschrijving
Oudestraat 36 is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en telt drie bouwlagen onder een met rode en gesmoorde (voorzijde) golfpannen gedekt schilddak. Op het zuidelijk dakvlak staat een forse schoorsteen. De voorgevel is uitgevoerd als drie-assige lijstgevel en voorzien van blokbepleistering. De begane grond wordt ingenomen door een moderne winkelpui. Boven de begane grond en de verdieping is een neogotisch fries aangebracht. De vensters zijn op de verdieping uitgevoerd als tweeruits vensters met grote draairamen en op de tweede verdieping als stolpvensters. De achtergevel is gepleisterd en wordt aan de bovenzijde afgesloten met een door klossen ondersteunde goot. De gevel bevat een deur naar het platte dak van de aanbouw (links op de verdieping) en drie vensters. 

Oudestraat 38 is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en telt drie bouwlagen onder een met gesmoorde kruispannen gedekt driezijdig schilddak. De symmetrische puntgevel met afgeronde top is opgebouwd uit forse tufsteenblokken. In de gevel zitten drie vensterassen met in de top een enkel vensters en op de begane grond een winkelpui. In de vensters zitten schuiframen waarvan het niet schuivende deel uit twee ruiten bestaat. Boven en onder de vensters zit een natuurstenen latei respectievelijk onderdorpel. De achtergevel van Oudestraat 38 is ter plaatse van de verdieping gepleisterd, ter hoogte van de tweede verdieping bestaat deze uit schoon metselwerk in kruisverband. In de gevel zitten twee vensterassen.

Beide panden zijn op de verdiepingen en zolders van elkaar gescheiden door de gemeenschappelijke scheidingsmuur. De begane grond van Oudestraat 38 heeft een L-vormige plattegrond en beslaat ook het deel achter nr. 36. De verdiepingen van Oudestraat 36 en 38 zijn ingedeeld met een centraal trappenhuis en vertrekken aan de voor- en achterzijde. Zie de opmetingstekeningen van Morphique Architecten van 12-06-2018 onder het tabblad bijlagen voor een meer gedetailleerd beeld van de indeling.

Op 20e-eeuwse bouwtekeningen is te zien dat het huidige trappenhuis van Oudestraat 36 ook een toegang naar een kleine kelder had. Deze kelder is in de huidige situatie niet (meer) toegankelijk. De aanwezigheid van een kelder onder Oudestraat 38 is onbekend. 

Advies en waardering


samenvatting van de bouwgeschiedenis
Uit archiefonderzoek en bestudering van stadsplattegronden van Kampen uit de 16e eeuw blijkt dat ter plaatse van Oudestraat 36 en 38 al in de late middeleeuwen huizen gestaan moeten hebben die bewoond waren door invloedrijke, welgestelde Kampenaren. In materiële zin zijn hiervan in de huidige bebouwing geen zichtbare sporen bewaard gebleven.

Oudestraat 36
Oudestraat 36 is zeer waarschijnlijk ontstaan na nieuwbouw in de late 19e eeuw, mogelijk met behoud van oudere bouwmuren. Het metselwerk van deze bouwmuren is nergens in het zicht, op de begane grond is de oorspronkelijke gemeenschappelijke scheidingsmuur tussen nrs. 36 en 38 in 1964 verdwenen. De bouw van het huis vond waarschijnlijk plaats onder eigendom van sigarenfabrikant W.G. Boele, onder wiens leiding de sigarenfabriek van J.C. Boele en Zn tot één van de grootste sigarenfabrieken van Kampen was uitgegroeid. De fabriek bevond zich aan de achterzijde van Oudestraat 36-38 aan de Hofstraat. Oudestraat 36 werd als woonhuis in gebruik genomen, de laat 19e-eeuwse voorgevel, constructieve opzet (voor zover zichtbaar), indeling en interieurafwerking (verdiepingen en zolder) bleven grotendeels gaaf bewaard. 

Latere veranderingen zijn met betrekking tot de verdiepingen en de zolder relatief beperkt gebleven. In 1928 werd op de tweede verdieping een toilet/badkamer gerealiseerd, bereikbaar via het trapbordes. Het huis was inmiddels eigendom van de Sallandsche Bank, die eerst een kantoor vestigde op de begane grond van Oudestraat 36 en in 1928 verhuisde naar de nieuwbouw van Oudestraat 38. In 1932 wordt de begane grond van Oudestraat 36 uitgebroken en verbouwd tot winkelruimte. Ook de kamerindeling aan de achterzijde op de verdieping dateert uit deze periode. Bij deze wijzigingen in het tweede kwart van de 20e eeuw zijn waarschijnlijk ook de vensters in de achtergevel gemoderniseerd en plaatste men een deur naar het platte dak van de (nieuwe) aanbouw. Meer recent is de winkelpui vervangen en zijn de plafonds van de voorkamer en achterkamer op de verdieping vernieuwd. Andere moderniseringen op de verdieping betreffen het plaatsen van een toilet en het wijzigen van de scheiding tussen de kamers en suite aan de voorzijde.   

Oudestraat 38
Oudestraat 38 heeft in de 19e eeuw in ieder geval een nieuwe neoclassicistische lijstgevel gekregen, mogelijk met behoud van onderdelen van een laat-middeleeuws casco. Het pand was als pakhuis en winkel in gebruik van de sigarenfabriek van J.C. Boele en Zn. In 1925 werd het huis gekocht door de Sallandsche Bank, die aanvankelijk hun kantoor vestigt hadden op de begane grond van Oudestraat 36. In 1927-1928 wordt het pand Oudestraat 38 grondig verbouwd tot bankgebouw, waarbij alleen de bouwmuren en een deel van de achtergevel zijn gehandhaafd. De architectuur van de voorgevel met invloeden van het rationalisme en historiserende elementen vertoont grote gelijkenissen met het hoofdkantoor van de Sallandsche Bank in Deventer. Ook het interieur wordt volledig vernieuwd. Bij twee verbouwingen in 1964 en 1994 is de begane grond van nr 38 ‘leeg gemaakt’ ten behoeve van vergroting van het winkeloppervlak en werd de vrij gesloten onderpui vervangen door een glazen winkelpui.
 

waardering

De cultuurhistorische waardering is onderverdeeld in de volgende deelwaardestellingen: 

algemene historische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie

  • Oudestraat 36 is van belang vanwege de sterke herkenbaarheid van het historische gebruik van het pand als woonhuis. De grotendeels gaaf bewaard gebleven indeling en interieurafwerking biedt een waardevol inzicht in de materiële wooncultuur van de laat 19e- eeuwse elite in Kampen. 
  • Samen met de achtergelegen bebouwing van de voormalige sigarenfabriek van C.J. Boele en Zn aan de Hofstraat herinnert het woonhuis Oudestraat 36, voorheen bewoond door W.G. Boele en zijn gezin, aan de ontwikkeling en bloei van de sigarenindustrie in Kampen in de 19e eeuw.
  • Bij Oudestraat 38 herinnert alleen de architectuur van voorgevel nog aan het gebruik van het pand als bankgebouw en de ontwikkeling van het bankwezen in Kampen. Het gaaf bewaard gebleven interieur op de verdiepingen is waardevol als tastbaar voorbeeld van de materiële wooncultuur omstreeks 1925. 

ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden

  • De huizen zijn van belang als schakel in de historische bebouwing aan de westzijde van de Oudestraat en vervullen een beeldondersteunende rol in het straatbeeld. 
  • Oudestraat 36 vormt als voormalig woonhuis van de sigarenfabrikant W.G. Boele een waardevol historisch gegroeid ensemble met de achtergelegen bebouwing van de sigarenfabriek van Kampen aan de Hofstraat. De daadwerkelijke bouw en ruimtelijke ontwikkeling van deze fabriek en de fysieke koppeling met de bebouwing aan de Oudestraat verdient nader onderzoek. 

architectuurhistorische waarden

  • de architectuurhistorische waarde van Oudestraat 36 is voor wat betreft het exterieur hoofdzakelijk gelegen in de vanaf verdiepingsniveau gaaf bewaard gebleven voorgevel uit de late 19e eeuw. De esthetische kwaliteiten van de gevel komen tot uitdrukking in de de materialisering en detaillering van de kroonlijst, blokbepleistering, neogotische friezen, vensters en kozijnen. 
  • het huis Oudestraat 36 is daarnaast van architectuurhistorisch belang vanwege de grotendeels gaaf bewaard gebleven, laat 19e-eeuwse indeling en interieurafwerking. De indeling op de verdiepingen wordt vanaf de bouwtijd bepaald door het centrale trappenhuis als structuurbepalend element, met vertrekken aan de voorzijde (en suite) en achterzijde. Ook de afgetimmerde dienstbodekamers op zolder bleven bewaard. Het laat 19e-eeuwse interieur omvat op de verdiepingen het trappenhuis met bordestrap, stucwerk en lichtkap; vlakke stucplafonds met platte lijst in de gangen, het trappenhuis en in de voorkamers (en suite) en achterkamer op de tweede verdieping; de marmeren schouw in de voorkamer op de verdieping; inbouwkasten, paneeldeuren met deurkozijnen en -omlijstingen. Op zolder betreft het de zoldertrap, traphekjes, de houten scheidingswanden en de gietijzeren dakramen. Gezamenlijk vormen deze elementen een zeldzaam en gaaf laat 19e-eeuws interieurensemble. 
  • Oudestraat 38 heeft architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp als onderdeel van het oeuvre van de Deventer architect Maarten van Harte (1868-1954) en de architectonische relatie die dit pand heeft met onder meer het hoofdkantoor van de Sallandsche bank in Deventer. 
  • Daarnaast is Oudestraat 38 van architectuurhistorisch belang vanwege de gaafheid en herkenbaarheid van het exterieur en interieur uit 1927-1928. De gevel is vanaf de eerste verdieping vrijwel geheel oorspronkelijk. Ook de indeling op de eerste, tweede en zolderverdieping dateert nog uit 1927-1928. Zichtbare overgebleven interieuronderdelen zijn: de stucplafonds in de voorkamers op de eerste en tweede verdieping, deuren, trappen, lambrisering, (glas-in-lood) ramen en de lichtstraat. Ook hier is sprake van een gaaf bewaard interieurensemble. 

bouwhistorische waarden

  • De bouwhistorische waarden van Oudestraat 36 zijn ten eerste gelegen in de bewaard gebleven onderdelen van het casco uit de late 19e eeuw. Met name de kapconstructie en de voorgevel vertegenwoordigen een hoge bouwhistorische waarde. Dit geldt ook voor de bouwmuren, hoewel de ouderdom daarvan niet exact vastgesteld kon worden. 
  • De naaldhouten enkelvoudige balklagen in Oudestraat 36 van de tweede verdieping en zolder zijn representatief voor de periode van ontstaan. De verdiepingsbalklaag is niet in het zicht. 
  • Uit 20e-eeuwse bouwtekening blijkt er in ieder geval ter plaatse van het trappenhuis een kleine kelder heeft gelegen. Deze kelder is in de huidige situatie niet toegankelijk.  
  • Vanwege het feit dat bijna het gehele pand is vernieuwd in 1927-1928 is de bouwhistorische waarde van Oudestraat 38 positief. Alleen de bouwmuren en de achtergevel bevatten waarschijnlijk nog oudere onderdelen waaruit de vroege historie van het pand afgeleid zou kunnen worden. De naaldhouten kapconstructie en de wijze waarop de samenstellende onderdelen zijn verbonden is representatief voor de bouwtijd.