Historische context
×

Historische context

Meer afbeeldingen


HISTORISCH-STEDENBOUWKUNDIGE ONTWIKKELING

ontstaan en ontwikkeling van Haaksbergen
Haaksbergen, oorspronkelijk Hockesberghe, wordt voor het eerst vermeld in 1188. De nederzetting is in de middeleeuwen ontstaan als esdorp tussen de Honesch en de Zienesch. Hoewel de eerste bewoners zich al voor het begin van onze jaartelling nabij Buurse langs de Buurserbeek gevestigd hadden, ontwikkelde zich later meer stroomafwaarts een agrarische nederzetting met een houten kerkgebouw, de voorloper van de St. Pancratiuskerk. In de directe omgeving lag tevens het kasteel Blankenborgh. Rond de kerk vormde zich een kleine bewoningskern die hoofdzakelijk uit boerderijen zal hebben bestaan. Vanaf ca. 1300 werden de zogenaamde markenorganisaties opgericht, die het gezamenlijke gebruik van de woeste (nog niet in cultuur gebrachte) gronden regelden. Onder het gericht Haaksbergen vielen de marken Brammelo, Langelo, Eppenzolder/Stepelo, Broekelo en Haaksbergen/Honesch. 

Lokale handelsactiviteiten waren vrij bescheiden van omvang en hoofdzakelijk gericht op de houthandel. Omstreeks 1400 werd de Buurserbeek, die tot dan toe door het dorp stroomde, naar het zuiden verlegd en aangesloten op de Schipbeek. Hiermee ontstond een vaarverbinding met de IJssel en kon men vanuit Haaksbergen eenvoudiger steden als Deventer, Zwolle en Zutphen bereiken. De in de 17e eeuw stagnerende houthandel werd opgevangen door de groeiende handel in linnen doek. Boeren vulden hun inkomen aan door thuis garen te spinnen en stoffen te weven. De toenemende lokale huisnijverheid leidde tot groei van het dorp en verdichting van de bebouwing in de 17e- en 18e eeuw. 

de textielfabriek van Firma D. Jordaan & Zonen
In Haaksbergen gaf de familie Jordaan de aanzet tot de ontwikkeling van huisnijverheid tot de industriële vervaardiging van textiel. Deze ontwikkeling deed zich in heel Twente voor. Jan Jordaan (1740-1810), zoon van een Duitse huursoldaat, vestigde zich kort na het midden van de 18e eeuw in Haaksbergen en werd een succesvol linnenhandelaar. Hij kocht in 1772 het huis ‘het Witte Paard’ (waar nu het Raadhuis staat) en werd een paar jaar later ook eigenaar van het naastgelegen pand. Jordaan startte hier een katoenspinnerij en richtte een schuur in als handweverij, waar een aantal weefgetouwen stonden opgesteld. Hij legde hiermee de basis voor de textielfabriek van de Firma D. Jordaan & Zn. Onder Jan’s jongste zoon Derk (1781-1876) groeide het bedrijf in de 19e eeuw uit tot de grootste textielfabriek van Haaksbergen. Zijn zoon Jan was op zijn beurt directeur van de Enschedese Katoen Spinnerij. Toen het bestaande bedrijfsgebouw kort voor 1900 afbrandde, werd aan de in 1884-’85 aangelegde spoorlijn Winterswijk-Enschede een nieuwe fabriek gebouwd. 

 

1600-1887
×

1600-1887

Meer afbeeldingen


HERBERG ‘DE ZON’

Ter plaatse van Markt 8 stond omstreeks 1600 een huis dat bewoond werd door verwalter-richter Hendrik Manten en zijn vrouw Anna Hendriks. Via vererving binnen de (schoon)familie komt het pand in 1676 in handen van Derk Warners. Het huis duikt sindsdien in de bronnen op als herberg ‘De Zon’.  

logement en secretarie
Via de kleinzoon van Warners wordt het huis in 1787 verkocht aan winkelier Derk Waanders, die de nieuwe kastelein zal worden. Deze verkoopt de herberg aan de zoon van de burgemeester, Christiaan Waanders. Op 6 januari 1825 wordt Gerrit Morsinkhof de nieuwe eigenaar van het logement. Van 1811 tot 1830 deed een kamer in de herberg dienst als secretarie, Haaksbergen kende geen apart gemeentehuis. De herbergier Derk Waanders was een broer van de burgemeester Willem Waanders (maire). Adjunct-maire was Jan Hendrik Jordaan, de broer van textielfabrikant Derk Jordaan. 

Van de herberg zijn geen historische afbeeldingen bekend, wel staat de contour ingetekend op de kadastrale minuutkaart van 1832. Het logement strekte zich inclusief aanbouwen uit op een ruim perceel ten oosten van de St. Pancratiuskerk. De weg Ruisschenborgh zal pas later aangelegd worden en de Markt/Jhr. von Heijdenstraat staat nog als Oosterstraat vermeld. Het is onbekend hoe de herberg er heeft uitgezien. Omstreeks het midden van de 19e eeuw waren veel huizen in Haaksbergen nog (deels) van hout. Dit blijkt als het dorp op 16 augustus 1851 getroffen wordt door een grote brand. De Hervormde kerk, een school en 24 huizen aan weerszijden van de huidige Jhr. von Heijdenstraat gaan in vlammen op. Vier dagen na de ramp bepaalde het gemeentebestuur dat voortaan alleen het bouwen van stenen huizen met pannendaken was toegestaan.

1887-1888
×

1887-1888

Meer afbeeldingen


NIEUWBOUW VAN EEN FABRIKANTENVILLA

In 1887 wordt herberg De Zon gesloten en verkocht aan Johannes Gijsbert Jordaan (1852-1892), kleinzoon van Derk Jordaan. Johannes was firmant van de textielfabriek, net als zijn vader Hendrik Jordaan (1820-1912), zijn oom Frederik Johan Jordaan (1835-1907) en zijn broer Derk Bernard Herman Jordaan (1854-1925). Hij laat de herberg aan de Markt afbreken en op dezelfde plek een villa bouwen. Op 2 januari 1892 overlijdt de textielfabrikant, waarna zijn weduwe Anna Geertruida Schaars en drie kinderen in het huis blijven wonen. Zij hertrouwt in 1900 te Deventer met sigarenfabrikant Johan Wijnveldt en vertrekt uit Haaksbergen. 

architect Gerrit Beltman
Het ontwerp voor de villa was van de hand van Gerrit Beltman (1843-1915), die zijn carrière was begonnen als timmerman bij het aannemersbedrijf van zijn vader in Deventer. Na 1870 vestigt hij zich als zelfstandig aannemer in Lonneker en later in Enschede. Via werkzaamheden voor de Staatsspoorwegen en de bouw van ijzergieterijen ontwikkelde Beltman zich van middelgrote aannemer in het laatste kwart van de 19e eeuw tot specialist in het bouwen en uitbreiden van textielfabrieken. Tot de vaste kring van opdrachtgevers behoorden de belangrijkste Twentse textielfamilies: Ter Kuile, Spanjaard, Van Delden, Ter Horst en Jordaan. Via deze contacten kreeg Beltman, die zichzelf pas vanaf 1883 architect noemde, opdrachten voor de bouw van fabrieksgebouwen in heel Twente en vlak over de Duitse grens (Gronau). 

In het kielzog hiervan ontwierp Beltman ook talloze villa’s voor de fabriekseigenaren en hun familieleden. Hij was in Haaksbergen naast de nieuwbouw van Markt 8 voor Johannes Gijsbert Jordaan verantwoordelijk geweest voor het ontwerp van de villa Markt 7 (1860) voor zijn oom Frederik Johan en had in 1887-’88 voor zijn broer Derk Bernard Herman het huis aan de Spoorstraat gebouwd dat nu bekend staat als ‘villa Jordaan’. De uiterlijke verschijningsvorm van de villa’s verschilt sterk van elkaar. Bij zijn ontwerpen hanteerde Beltman duidelijk een vrije omgang met en interpretatie van diverse historische bouwstijlen (eclecticisme). Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw werd maatwerk van decoratieve onderdelen meer en meer vervangen door industrieel vervaardigde ornamenten en bouwonderdelen. Leveranciers brachten catalogi uit met uiteenlopende, kant-en-klare producten. De keuze van de opdrachtgever was doorgaans bepalend en verklaart de uiterlijke verschillen tussen bijvoorbeeld Markt 8 en Spoorstraat 32, villa’s die vrijwel in hetzelfde jaar zijn gebouwd. 

Gerrit Beltman bleef tot 1911 actief als architect, maar zijn zoon Arend Gerrit had in 1906 reeds de dagelijkse leiding van het bureau overgenomen. Vanaf het begin van de 20e eeuw richtte het architectenbureau zich in toenemende mate op het ontwerpen van fabrieksgebouwen van meerdere verdiepingen met een gewapend betonskelet.

exterieur
De nieuwe villa van Johannes Gijsbert Jordaan werd gebouwd in de stijl van het eclecticisme, met invloeden van onder andere de neo-renaissance. Het streven naar een landelijke bouwwijze komt tot uiting in de voorkeur voor overstekende daken en de ruime toepassing van ornamenteel houtsnijwerk bij het dakoverstek, gootklossen, het balkon en de dakkapellen. De gevels werden overwegend opgetrokken in machinale baksteen met ‘speklagen’ van gele verblendsteen. Het ontwerp voorzag in een zeer sterk geaccentueerd middenrisaliet aan de Marktzijde. Deze middenpartij torende boven de rest van het huis uit, zeker als men bedenkt dat het rechter bouwdeel later verhoogd is en (net als links) oorspronkelijk geen volwaardige verdieping had. De hoofdentree werd iets terugliggend rechts naast het middenrisaliet geplaatst en voorzien van een hardstenen stoep met cementtegels. 

De voorgevel en zijgevels werden op de begane grond voorzien van T-vensters met schuiframen, aan de bovenzijde afgesloten door wenkbrauwvormige segmentbogen met gestucte sluit- en aanzetstenen. Het balkon op de verdieping aan de voorzijde was toegankelijk via twee openslaande (rondboog) deuren. De architectuur was aan de achterzijde duidelijk soberder vormgegeven, zonder gedecoreerd houtsnijwerk en een gepleisterde gevel. De achtergevel heeft rechts een klein venster en een groot achtruit schuifvenster. Meer centraal voorzagen kleine vensters de kamers aan de achterzijde van daglicht en is een vierruits schuifvenster aangebracht ter hoogte van het tussenbordes van het trappenhuis.  

Het huis was oorspronkelijk aan de linkerzijde waarschijnlijk voorzien van een houten veranda, deze zal later dichtgemaakt en omgevormd zijn tot serre. Aan deze kant lag tevens een smalle tuin die zich uitstrekte in noordelijke richting. Aan de voorzijde scheidde een ijzeren hekwerk het privégedeelte van de villa van de openbare weg. 

kapconstructie en balklagen
De oorspronkelijke daken worden gedragen door beschoten sporenkappen die een kruising vormen tussen een traditionele gebintenkap en een kap met A-spanten. De daksporen worden ondersteund door dekbalkgebinten, waarbij de (horizontale) dekbalken en de (diagonale) korbelen direct verbonden zijn met de sporen. De korbelen zijn niet gepend, maar halfhouts verbonden met de dekbalken en de gebintstijlen. Gordingen zorgen voor extra stabiliteit in de lengterichting en dragen het dakbeschot. Alle kaponderdelen zijn van machinaal gezaagd naaldhout en de verbindingen zijn gespijkerd met draadnagels. Hoewel alleen een deel van de verdiepingsbalklaag aan de achterzijde in het zicht is, zullen alle balklagen enkelvoudig en van naaldhout zijn. 

indeling
Het huis was asymmetrisch van opzet en kreeg een onregelmatig grondplan. Waarschijnlijk lagen het bouwen op een bestaand perceel en het creëren van een zo optimaal mogelijke routing in het huis hieraan ten grondslag. De huidige indeling en de bijbehorende interieurafwerking stamt grotendeels nog uit de bouwtijd. Hoewel de bouwtekening van de nieuwbouw niet bewaard bleef, geeft de tekening uit 1887 van ‘Villa Jordaan’ aan de Spoorstraat 32 een goed beeld van de verschillende functies van vertrekken binnen het voorname woonhuis uit de late 19e eeuw.

De villa van Johannes Gijsbert Jordaan werd op de begane grond ingedeeld met een dwarsgang met verdiepingstrap - toegankelijk via de hoofdentree aan de voorzijde - die de vertrekken aan de voor- en achterzijde ontsloot. Aan de voorzijde lagen de voorname woon- en ontvangstvertrekken, met waarschijnlijk een salon, de woonkamer(s) en een eetkamer. Achter bevonden zich hoofdzakelijk dienstruimten, waaronder de keuken. De dienstingang was linksachter gesitueerd. De verdieping was net als de begane grond ingedeeld met een dwarsgang en (slaap)kamers aan weerszijden. De zolder zal deels in gebruik zijn geweest als bergzolder en zal daarnaast ruimte hebben geboden voor slaapkamers van het personeel. Het huis heeft een kelder die afgesloten is met gemetselde troggewelven op ijzeren liggers. 

interieurafwerking
Karakteristiek voor de villabouw in deze periode is het hiërarchische onderscheid dat gemaakt wordt tussen de voorname en representatieve ontvangst- en woonvertrekken aan de voorzijde en hoofdzakelijk dienstvertrekken aan de achterzijde. Dit onderscheid blijkt uit de vormgeving van het exterieur, maar komt vooral sterk tot uiting in het decoratieschema van de verschillende vertrekken. De kamers voor zijn veel rijker gedecoreerd dan de vertrekken aan de achterzijde. Boven is de interieurafwerking eveneens soberder dan beneden.

De vertrekken aan de voorzijde zijn voorzien van rijk gedecoreerde stucplafonds en marmeren schouwen, waarvan een enkele is herplaatst. Het centrale vertrek (0.04) en de links naast gelegen kamer (0.03) zijn ingedeeld als kamers en suite met schuifdeuren. Ook het vertrek rechtsachter op de begane grond (0.16), de gangen op de begane grond en verdieping, de entree en het trappenhuis bevatten nog laat 19e eeuwse stucplafonds. Daarnaast bevatten enkele kamers elementen uit de bouwtijd als vouw- en schuifblinden, een buffetkast en vensterbanken. De entree wordt van de gang gescheiden door de originele tochtdeuren met geëtst glas. In de gang en de entree liggen marmeren vloertegels, de doorgangen zijn rijk gedecoreerd met lijstwerk en stucornamenten. De verdiepingstrap bestaat uit een houten bordestrap met rijk versierde trappaal, klauwstuk en geprofileerde houten balusters. Ter hoogte van de trap sluit de marmeren vloer van de gang aan op een vloer van cementtegels. Tot slot is zowel op de begane grond als op de verdieping het merendeel van de paneeldeuren met deuromlijstingen uit de bouwtijd bewaard gebleven.

1900-1950
×

1900-1950

Meer afbeeldingen


VERHOGING MET EEN VERDIEPING

In 1903 doet het echtpaar Anthony ten Cate (notaris) en Nicola Agatha Maria de Lorraine Holling zijn intrede in het pand. Tussentijds wordt de villa voor een korte periode verhuurd aan een gepensioneerde marine officier Lodewijk Jacobus Emil Hajenus. Ten Cate overlijdt plotseling in 1914 en zijn weduwe verhuist een paar jaar later naar Deventer.

verbouwing begin 20e eeuw
Op enig moment is de villa aan de rechterzijde met een verdieping verhoogd, waardoor aan deze zijde op de verdieping volwaardige vertrekken zijn ontstaan. Zeer waarschijnlijk heeft deze verbouwing plaatsgevonden in het begin van de 20e eeuw, nadat notaris Ten Cate en zijn vrouw het huis kochten. In de kadastrale legger van het perceel staat ‘1911 bijbouw’ vermeld, mogelijk een verwijzing naar de verhoging kort voor 1911. Het nieuwe metselwerk van de verhoging werd keurig aangesloten op het bestaande werk en kreeg dezelfde vormgeving, zodat nieuw en oud op het oog nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Op de verdieping werden aan de voorzijde ook T-vensters aangebracht, rechts zijn de vensters uitgevoerd met draairamen en een kiepraam in het bovenlicht. Het voornaamste verschil met de bestaande architectuur zit in de vormgeving van de nieuwe dakkapellen, aan de voorzijde onder een met zink bekleed spits tentdakje en rechts voorzien van een timpaan. 

Het afgeknotte schilddak van het verhoogde deel kreeg een nieuwe kapconstructie. Het dak wordt gedragen door een beschoten naaldhouten gordingenkap, die ondersteund wordt door dekbalkgebinten met kreupele stijlen. Net als bij de laat 19e-eeuwse kappen zijn de korbelen halfhouts verbonden met de dekbalken en gebintstijlen. 

directeurswoning en huisartsenpraktijk
Markt 8 wordt omstreeks 1916 verkocht aan de coöperatieve Zuivelfabriek en heeft tot 1938 dienst gedaan als woning van directeur Jogchum Zuidema. Vervolgens betrok dokter Gerhard Barend Grooters het pand en vestigde hier zijn huisartsenpraktijk. In deze periode hebben waarschijnlijk geen grootschalige wijzigingen plaatsgevonden. Een nieuw portaal gaf aan de zuidzijde van de steeg toegang tot de spreek- of wachtkamer van de huisarts. 

De geglazuurde wandtegels in het voormalige diensttoilet linksachter (0.07 nu meterkast) en in het smalle kamer rechtsachter op de begane grond (0.15) dateren van voor de Tweede Wereldoorlog. In het laatstgenoemde vertrek was mogelijk een badkamer ingericht. 

Opvallend is tot slot dat de aangebouwde serre pas in 1935 kadastraal is vastgelegd. Mogelijk vormde het dichtmaken van een voorheen open veranda hiervoor de aanleiding.

 
1950-heden
×

1950-heden

Meer afbeeldingen


WOONEENHEDEN OP DE VERDIEPING

In 1964 vroeg huisarts Grooters een vergunning aan voor het bouwen van een houten garage in de tuin. Aanvankelijk werd zijn verzoek gewijzigd, voornamelijk vanwege de situering ten opzichte van de perceelsgrens met de achtergelegen bebouwing. Uiteindelijk werd de vergunning toch verleend, onder voorwaarde dat de plaats nader afgestemd diende te worden met de Dienst Gemeentewerken. Later is het bouwwerk weer afgebroken. 

verbouwing 1984
Na de pensionering van Grooters in 1970 houden de huisartsen Wenting en Woldring korte tijd praktijk in het huis. Vervolgens wordt de gemeente Haaksbergen eigenaar. Nadat sloopplannen waren afgeketst, verkocht de gemeente het pand aan het drietal Brevink, Reysoo en Odink. Onder de naam BREO vroegen zij in 1984 vergunnning aan voor het creëeren van vier wooneenheden op de verdieping en zolder. Hiervoor werden binnen de bestaande structuur keukentjes en sanitaire ruimtes ingebouwd. De begane grond werd in gebruik genomen door een kapperszaak en de praktijk van een podotherapeut. Naast enkele nieuwe binnenwanden en dakramen zijn in de woonkamers op de verdieping en in de vertrekken linksachter op de begane grond nieuwe plafonds aangebracht. 

recente veranderingen
Op de begane grond zijn recent enkele werkzaamheden uitgevoerd. Aan de voorzijde zijn de laat 19e-eeuwse en-suitedeuren, een schouw en meerdere paneeldeuren herplaatst. In de vertrekken rechtsvoor en -achter heeft men nieuwe betonvloeren gestort, ter plaatse van de oude badkamers (0.12 en 0.15) is tevens het plafond verwijderd. 

Historische context
1600-1887
1887-1888
1900-1950
1950-heden

Introductie


aanleiding
Op dit moment worden plannen gemaakt voor een functiewijziging van de begane grond van het Rijksmonument Markt 8 in Haaksbergen. Het pand is in de late 19e eeuw gebouwd als villa in opdracht van de textielfabrikant J.G. Jordaan. Vanwege de monumentenstatus is door de gemeente om een bouwhistorische verkenning met waardestelling gevraagd. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij de veranderingen in het geding zijn en waar de ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen. 

onderzoek
Het onderzoek was gericht op het in kaart brengen van de bewaard gebleven historische structuur van het gebouw en de daarin te onderscheiden bouwfasen. Allereerst zijn de aanwezige gegevens in de literatuur en archieven geïnventariseerd. Hiervoor is een bezoek gebracht aan het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle en is bij de gemeente Haaksbergen het bouwdossier geraadpleegd. Via diverse beeldbanken is historisch beeldmateriaal verzameld en via het Kadaster zijn kadastrale kaarten opgevraagd. Het veldwerk is uitgevoerd op 25 september 2018. Het onderzoek heeft plaatsgevonden conform de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek van april 2009. 

digitale rapportage
Alle gegevens zijn chronologisch geordend en digitaal gepresenteerd in opeenvolgende vensters in de tijdlijn en voorzien van een waardering op www.tijdbeeld.com. De directe link naar de rapportage is:http://www.tijdbeeld.com/projecten/78/haaksbergen

Hoewel via de website een PDF-versie van het rapport gegenereerd kan worden, is dit hoofdzakelijk bedoeld als archieffunctie. Tekst en afbeeldingen zijn optimaal te bekijken via bovenstaande link. 


situering
Het gebouw is gelegen in de dorpskern van Haaksbergen en staat aan de oostzijde van de Markt tegenover het koor van de St. Pancratiuskerk, daar waar de Ruisschenborgh en de Jhr. von Heijdenstraat op de Markt uitkomen. Aan de achterzijde vormt een smalle steeg de scheiding met de bebouwing aan de Jhr. von Heijdenstraat. De steeg is aan de straatzijde bebouwd met een portaal. 

beschrijving
Markt 8 is gebouwd op een min of meer rechthoekige plattegrond, is asymmetrisch van opzet en wordt gevormd door meerdere uitstekende en terugliggende bouwvolumes die in hoogte verschillen. Het pand telt rechts en in het midden twee bouwlagen en links één bouwlaag onder met gesmoorde kruispannen gedekte daken. Het zadeldak van de hoge middenpartij aan de voorzijde is omringd met aangekapte en afgeknotte schilddaken van de overige bouwdelen. Aan de linkerzijde bevindt zich een aanbouwde houten serre van één bouwlaag onder een plat dak. 

De gevels zijn grotendeels opgetrokken in machinale baksteen op een natuurstenen plint en voorzien van speklagen van gele verblendsteen. De hoge middenpartij in de voorgevel steekt een stuk naar voren en is sterk geaccentueerd door het van gedecoreerd houtsnijwerk voorziene, forse dakoverstek dat ondersteund wordt door vier houten stijlen die op het balkon staan. Het balkon is toegankelijk via twee dubbele deuren op de verdieping. Daarboven is in de top een rond venster met pentagram aangebracht (het gemeentewapen van Haaksbergen). Rechts van het middenrisaliet bevindt zich terugliggend de hoofdentree. Zie voor meer details de foto’s van het exterieur en de onder het tabblad ‘bijlagen’ toegevoegde tekeningen van de bestaande toestand. 

 

Advies en waardering


samenvatting van de bouwgeschiedenis
De villa Markt 8 in Haaksbergen is in 1888 gebouwd voor textielfabrikant Johannes Gijsbert Jordaan naar ontwerp van Gerrit Beltman. Johannes was de kleinzoon van Derk Jordaan, onder wiens leiding de firma Jordaan & Zn in de 19e eeuw was uitgegroeid tot de grootste textielfabriek in Haaksbergen. Ter plaatse van de villa stond voorheen herberg ‘De Zon’, die in het begin van de 19e eeuw ook dienst had gedaan als gemeentelijke secretarie. Exterieur en indeling/interieur van de fabrikantenvilla bleven relatief gaaf bewaard.

Omstreeks 1910 is het huis aan de rechterzijde met een verdieping verhoogd. In de loop van de eerste helft van de 20e eeuw zijn enkele moderniseringen doorgevoerd, waaronder het maken van een nieuw diensttoilet en een nieuwe badkamer. Daarnaast is zeer waarschijnlijk in deze periode de veranda aan de linkerzijde dichtgemaakt en in gebruik genomen als serre. In 1984 wordt vergunning verleend voor het maken van vier aparte wooneenheden op de verdieping/zolder. Naast enkele nieuwe binnenwanden zijn diverse plafonds vernieuwd. Meer recent zijn enkele verbouwingswerkzaamheden uitgevoerd, waaronder het storten van nieuwe betonvloeren in de vertrekken rechtsvoor en rechtsachter op de begane grond en het verwijderen van plafonds aan de achterzijde. 


waardering
De cultuurhistorische waardering is onderverdeeld in een aantal deelwaardestellingen. Daarnaast worden de bouwfasering en de waardering van de begane grond en verdieping visueel gepresenteerd op de faserings- en waarderingsplattegronden. Deze zijn in hogere resolutie als bijlage te downloaden. 

faseringsplattegronden
rood: 1888
paars: 1888-1920
oranje: latere veranderingen

waarderingsplattegronden
blauw: hoge monumentwaarden, van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object.
groen: positieve monumentwaarden, van belang voor de structuur en/of de betekenis van het object.
geel: indifferente monumentwaarden, van relatief weinig belang voor de structuur en/of de betekenis van het object.

algemene historische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie

  • Markt 8 is van belang vanwege de directe relatie van de bouwheer en eerste bewoner (Johannes Gijsbert Jordaan) met de groei en ontwikkeling van de textielindustrie in Haaksbergen in de tweede helft van de 19e eeuw. Het huis is gebouwd als villa voor de fabrikant en zijn gezin en bevond zich in de directe nabijheid van de thuisbasis van de textielfamilie Jordaan aan de Markt (ter plaatse van het Raadhuis), waar Jan Jordaan in 1772 de basis legde voor de latere textielfabriek firma Jordaan & Zn. 
  • De villa is van belang vanwege de sterke herkenbaarheid van het historische gebruik van het pand als voornaam woonhuis. Het bouwvolume en de grotendeels gaaf bewaard gebleven indeling en interieurafwerking biedt een waardevol inzicht in de materiële wooncultuur van de laat 19e- eeuwse elite in Haaksbergen.

ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden

  • De laat 19e-eeuwse villa is prominent gesitueerd op de oostelijke kop van de Markt en vervult een beeldbepalende rol in het straatbeeld van de dorpskern. 
  • Markt 8 vormt een waardevol historisch ensemble met de naastgelegen villa Markt 7 uit 1860, gebouwd voor medefirmant Johannes Frederik Jordaan, de oom van Johannes Gijsbert. 
  • Oorspronkelijk was de ruimte direct voor het huis met een ijzeren hekwerk gescheiden van de openbare weg en lag aan de noordzijde een langgerekte tuin. Deze scheiding tussen privé en publiek is verdwenen met het doortrekken van de bestrating van de Markt tot aan de plint van de villa en door de verstening en de aanleg van de parkeerplaats aan de noordzijde. 

architectuurhistorische waarden

  • Het gebouw is van belang als grotendeels gaaf bewaard voorbeeld van een laat 19e-eeuwse villa in eclectische stijl. Karakteristiek is het onderscheid tussen de rijke en representatieve vormgeving van de voorgevel en (in wat mindere mate) de zijgevels en de zeer sobere gepleisterde achtergevel. Dit onderscheid komt ook tot uiting in de vormgeving van de deuren en vensters. 
  • In het licht van de villabouw in deze periode waren de verhoudingen in de architectuur van Markt 8 enigszins uit balans, met een wel erg hoge middenpartij. De verhoging rechts rond 1910 heeft dit beeld enerzijds wat verzacht en sloot naadloos aan bij de bestaande architectuur, maar zorgde anderzijds voor een versterking van de asymmetrie van het exterieur.  
  • De villa is een waardevol onderdeel van het oeuvre van de bekende architect Gerrit Beltman, die in de tweede helft van de 19e eeuw voor diverse Twentse textielfamilies fabrieksgebouwen en woningen ontwierp. De uiteenlopende ontwerpen van de villa’s voor de familie Jordaan in Haaksbergen laat zien dat Beltman op vrije wijze de verschillende historische bouwstijlen interpreteerde en toepaste op basis van de wensen van de opdrachtgever. 
  • Het huis is daarnaast van architectuurhistorisch belang vanwege de grotendeels gaaf bewaard gebleven indeling en interieurafwerking uit 1888. De indeling op de begane grond en verdieping wordt vanaf de bouwtijd bepaald door de centrale gangstructuur met trappenhuis als structuurbepalende elementen, met vertrekken aan de voorzijde (waaronder twee kamers en suite op de begane grond) en achterzijde. Het onderscheid tussen de voorname ontvangst- en woonvertrekken aan de voorzijde op de begane grond, de minder representatieve kamers en dienstvertrekken aan de achterzijde en de (slaap)kamers op de verdieping is karakteristiek en nog altijd beleefbaar aan de hand van de vormgeving van het interieur. De kamers aan de voorzijde zijn veel rijker gedecoreerd dan de vertrekken aan de achterzijde. Boven is de interieurafwerking eveneens soberder dan beneden. Dit gegeven wordt verder versterkt door de aanwezigheid van de hoofdentree en een aparte dienstingang linksachter. 
  • Het laat 19e-eeuwse interieur omvat op de begane grond de hoofdentree met tochtdeuren die voorzien zijn van geëtst glas; marmeren vloer, tegelvloer en rijk gedecoreerd stucwerk in de gang; trappenhuis met stucwerk en houten bordestrap; vertrekken met marmeren schouwen aan de voorzijde, stucplafonds in de kamers voor en rechtsachter, vouw- en schuifblinden; en suite schuifdeuren, paneeldeuren en deuromlijstingen; een vensterbank (0.03) en een buffetkast (0.09). Op de verdieping betreft het de gang met stucplafond en paneeldeuren en deuromlijstingen. Gezamenlijk vormen deze elementen een relatief gaaf interieurensemble uit 1888. 
  • De wandtegels in het voormalige diensttoilet en de voormalige badkamer op de begane grond en de radiatoren in het vertrek middenvoor op de verdieping leveren een positieve bijdrage aan de beleving van het historische interieur. 

bouwhistorische waarden

  • De bouwhistorische waarden zijn hoofdzakelijk gelegen in de bewaard gebleven onderdelen van het casco uit 1888. Met name de gevels, de kapconstructies en de kelder vertegenwoordigen een hoge bouwhistorische waarde. Dit geldt ook voor de kap van het verhoogde bouwdeel rechts uit ca. 1910, die iets verschilt van de oorspronkelijke opzet en van belang is voor de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis. 
  • Hoewel grotendeels uit het zicht zal het huis voorzien zijn van machinaal gezaagde, naaldhouten verdiepings- en zolderbalklagen. Deze zijn representatief voor de periode van ontstaan en zullen grotendeels gaaf bewaard zijn gebleven, maar zijn in bouwhistorisch opzicht niet zeldzaam.