historische context
×

historische context

Meer afbeeldingen


1150-1300

het ontstaan van een agrarische nederzetting
Kampen is als dijkdorp ontstaan op de westelijke oever van de IJssel. Tot ver in de middeleeuwen was dit gebied een wildernis langs het moerassige Almere. Dit veranderde in de 11e en 12e eeuw, toen men op initiatief van de bisschop van Utrecht startte met de ontginning van het veenlandschap. Er werd een rivierdijk aangelegd om bewoners te beschermen tegen hoogwater van de IJssel. De dijk kwam in fasen tot stand, begon vanaf Brunnepe als Noordweg en volgde in Kampen het tracé van de Oudestraat. 

Aan de Oudestraat ontstond lintbebouwing op ruim opgezette percelen die zich vanaf de dijk westwaarts uitstrekten tot aan de Burgel en gescheiden waren door kavelsloten. De vrijstaande houten huizen werden gebouwd op individuele woonterpen, die later aaneen zouden groeien tot een stadsterp. Aanvankelijk was Kampen een dorp met een hoofdzakelijk agrarisch karakter, maar uiteindelijk zouden waterstaatkundige veranderingen er in relatief korte tijd voor zorgen dat Kampen van een bescheiden dijkdorp transformeerde in een welvarende handelsstad.

van dijkdorp tot handelsstad
Tot het laatste kwart van de 12e eeuw was de IJssel ten noorden van Zwolle door zandbanken niet bevaarbaar. De stormvloeden van 1164 en 1170 brachten hier op ingrijpende wijze verandering in. Niet alleen was de IJssel nu over de volle lengte bevaarbaar, Kampen lag voortaan aan de monding van de IJssel in de nieuw ontstane Zuiderzee. Er ontstond een directe vaarroute van het Rijnland via de IJssel naar de Noordzee en het Oostzeegebied, waar Kampen enorm van zou profiteren. 

De nederzetting groeide door haar gunstige ligging in de 13e eeuw uit tot een belangrijk knooppunt in de rivier- en zeehandel in Noord- en Noordwest Europa. Kampenaren legden zich hoofdzakelijk toe op de transitohandel, in het begin vooral gericht op Scandinavië en de Oostzee (Ommelandvaart), waarbij zij optraden als vrachtvaarders voor kooplieden uit andere steden. Hun schepen bleven buiten het vaarseizoen dan ook vaak achter in ‘vreemde’ havens en de handel vond voornamelijk plaats buiten Kampen om. Hierdoor ontbraken in de stad elementen als scheepswerven, pakhuizen en een grote haven. In de 14e eeuw breidde de transitohandel zich uit en onderhield Kampen als Hanzestad overzeese handelscontacten tussen het Oostzeegebied en Frankrijk, Engeland, Vlaanderen, Holland en Zeeland.

1300-1400

verstedelijking en uitbreiding
De mogelijkheden van de zee- en rivierhandel leidde tot de komst van talloze immigranten, waardoor de bevolking in rap tempo groeide en de nederzetting in omvang toenam. Deze was al in de prestedelijke fase geheel omgracht en begrenst door de de IJsseldijk (Oudestraat) in het oosten, het veenriviertje de Reeve in het zuiden en door een verbindingsgracht tussen de Burgel en de IJssel ten zuiden van de Burgwalstraat in het noorden. Het zwaartepunt van de nederzetting lag waarschijnlijk in het zuiden, waar omstreeks 1200 een tufstenen romaanse kerk gebouwd was, gewijd aan Sint Nicolaas. 

Nog in de 13e eeuw zal de behoefte aan bouwgrond sterk zijn toegenomen. Aan de rivierzijde vond ten oosten van het zuidelijk deel van de Oudestraat uitbreiding plaats door aanplemping. De kade schoof hiermee op tot dicht bij de rooilijn van de Voorstraat-westzijde. Het stadsgebied had zich inmiddels in noordelijke richting uitgebreid tot aan de Gasthuisstraat. Binnen de omgrachting werd bouwruimte gewonnen door de riante kavels van de Oudestraat zowel in de lengte als in de breedte op te splitsen. Ter ontsluiting werden parallel aan de Oudestraat de Nieuwstraat en vervolgens de Hofstraat aangelegd, voor het eerst in de bronnen vermeld in respectievelijk 1319 en 1339. Om nog meer ruimte te kunnen bieden aan het steeds groeiende inwoneraantal vond in de perioden 1324-1337 een stadsuitleg plaats, waarbij de noordelijke grens opschoof tot aan de Botervatsteeg. Na nieuwe uitbreidingen in 1337-1390 en 1460-1505 bereikte het stedelijk gebied van laat-middeleeuws Kampen de omvang die de stad tot in de 20e eeuw zou behouden en die op stadsplattegronden uit de 16e en 17e eeuw is weergegeven. 

verstening van de stad
Hoewel van het verlenen van stadsrechten en het bijbehorende recht om de stad te voorzien van verdedigingswerken in de archieven elk spoor ontbreekt, begon men in Kampen in de tweede helft van de 13e eeuw met de bouw van een bakstenen stadsmuur. Het zuidelijke en westelijke segment bevond zich aan de binnenzijde van de Burgel. Aan de oostzijde kwam de stadsmuur ongeveer 9 meter achter de toenmalige kade aan de IJssel te staan. De noordgrens van de 13e-eeuwse muur is vooralsnog onzeker. Tegelijkertijd met het bouwproces ontwikkelde zich in Kampen en de directe omgeving een eigen baksteenindustrie. De genoemde stadsuitbreidingen maakten in de 14e eeuw logischerwijs ook verlenging en uitbreiding van de stadsmuur noodzakelijk. Zo werd omstreeks 1380 de stadsmuur langs de rivier ten oosten van de Oudestraat een stuk opgeschoven nadat hier door grondstortingen meer ruimte gecreëerd was. De hier aangelegde straat kreeg de naam achter de Nije Mure, wat later de Voorstraat genoemd zou worden. Diverse stegen en meerdere stadspoorten verleenden toegang tot de nieuw ontstane handelskade.

De Oudestraat bleef gedurende en na de diverse stadia van uitbreidingen de spil van de stad, waar het merendeel van alle straten en stegen op aansloten. Aan beide uiteinden stonden de twee parochiekerken en hier waren de grootste en meest aanzienlijke huizen gebouwd. De verstening van woonhuizen kwam aan de Oudestraat waarschijnlijk al voor 1300 op gang. Op de langgerekte percelen werden al vroeg achterhuizen en eenkamerwoningen gebouwd die door de smalle stegen ontsloten waren. Vanaf het eerste kwart van de 14e eeuw verrezen ook aan andere straten stenen huizen. Het stadsbestuur stimuleerde met subsidies en regelgeving het bouwen van gemeenschappelijke stenen scheidingsmuren en de toepassing van dakpannen, voornamelijk om het gevaar van stadsbranden tegen te gaan. Geleidelijk werden ook steeds meer gevels in baksteen opgetrokken. Het versteningsproces zal tegen het einde van de 15e eeuw grotendeels voltooid zijn. In 1482 stopte de Raad namelijk met de subsidieregeling voor pannendaken.  

Met de bouw van het Raadhuis centraal in de Oudestraat omstreeks het midden van de 14e eeuw, verplaatste het economisch en bestuurlijk centrum zich van de omgeving van de Bovenkerk naar het gebied rond de Vispoort. Dit werd in 1448 bevestigd met de bouw van een vaste IJsselbrug op deze locatie.

na 1450

einde van de bloeitijd 
In de tweede helft van de 15e eeuw liep het aandeel van Kampenaren in de internationale vrachtvaart terug. Zij ondervonden in het transitoverkeer hevige concurrentie van de Hollanders, die geleidelijk de overzeese handel overnamen. De neergang in de scheepvaart was tevens een gevolg van de toenemende verzanding van de monding van de IJssel. Het regelmatig dichtslibben van de rivier zorgde ervoor dat (de steeds groter wordende) zeeschepen niet meer konden passeren. Hiermee verdween de belangrijkste aanjager van de stedelijke economie.

De neergang van de maritieme handel in de 16e en 17e eeuw kon deels opgevangen worden door het uitgebreide grondbezit en de opbrengsten van bierbrouwerijen, linnenweverijen en uit de agrarische sector. Halverwege de 13e eeuw had de Utrechtse bisschop aan Kampen al aanzienlijke stukken land met weiderecht verleend in het westelijke poldergebied. In 1363 volgde de schenking van de Kamper eilanden en vanaf 1382 was Kampen gerechtigd tot het houden van drie vrije jaarmarkten. Op deze wijze verkreeg de stad een bescheiden regionale centrumfunctie. De Oudestraat bleef de belangrijkste straat, de plek waar tot in de 18e eeuw vooral kooplieden en notabelen zich vestigden.

1400-1600
×

1400-1600

Meer afbeeldingen


LAAT-MIDDELEEUWSE OORSPRONG

De vroegste ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van Oudestraat 100 en 102 is in nevelen gehuld. Al in de 14e- en/of 15e eeuw zullen op deze plek in de stad stenen huizen gestaan hebben, maar in de huidige situatie ontbreekt vrijwel elk spoor van laat-middeleeuwse bebouwing.

woonhuizen en beleggingen van welgestelde Kampenaren  
De bebouwing in het bouwblok is voor het eerst op schematische wijze weergegeven op kaarten uit de late 16e eeuw. Op het niveau van individuele huizen lijken de kaarten niet erg betrouwbaar. Zowel bij de uitgave van Utenwael (1598) als Blaeu (1640-1650) en later De Wit (1698) bevat het bouwblok 11 huizen, waar de nauwkeurige kadastrale minuut (1832) maar liefst 17 percelen laat zien.

Concrete sporen van bewoning van Oudestraat 100 en 102 zijn in het Stadsarchief gedocumenteerd vanaf de vroege 16e eeuw. Tijdens het onderzoek is dankbaar gebruik gemaakt van de zeer uitgebreide, door H.W. van den Hoven opgestelde bewonerslijsten van de Oudestraat (zie bijlage Bronnen en literatuur). In de lijsten van beide panden duiken in deze periode aanzienlijke Kampenaren als eigenaar op. 

De bewoningsgeschiedenis van Oudestraat 100 start in 1512, met Joest Scomaker als vroegst bekende bewoner. In een transportakte uit 1585 wordt melding gemaakt van een huis ‘strekkende aan de Hofstraat’. De verkopende partij bestond uit erfgenamen die banden hadden met de bekende adellijke families Averenck, Kruse en van Twickeloo. Het huis wordt gekocht door Arend Sijbrantsen, die het in 1597 weer aan Albert Hartsoecker verkoopt. Hartsoecker was eind 16e eeuw burgemeester van Kampen en getrouwd met Stijntjen van Olst. Dat veel panden door rijke Kampenaren aangekocht werden als een vorm van belegging en niet om daar zelf in te gaan wonen, blijkt in 1602 als de rente van het huis van Hartsoecker wordt vastgesteld, dat op dat moment bewoond werd door Berend Henrix Hekeler.  

Het pand Oudestraat 102 was in de 16e eeuw eigendom van de adellijke familie Van Ingen. De eerste vermelding dateert uit 1510 met Otto van Ingen als eigenaar. In 1585 en 1597 zijn respectievelijk de weduwe van Joachim van Ingen en Joffer van Ingen eigenaar van het huis. Uit de bewonersgeschiedenis blijkt dat Oudestraat 102 en de noordelijke belending, nr. 104, in de 16e eeuw enige tijd één eigendom vormden.    

linker bouwmuur Oudestraat 100
Van de laat-middeleeuwse huizen die op deze locatie gestaan zullen hebben, zijn binnen de huidige panden op de verdiepingen en zolders geen substantiële, materiële sporen aangetroffen. De enige resten van significante ouderdom zijn secundair (hergebruikt materiaal) en bevinden zich op de verdieping in de linker (zuidelijke) bouwmuur van Oudestraat 100. Het metselwerk van het achterste deel van de muur bestaat tot ongeveer halverwege grotendeels uit koppenlagen, deels afgekapt, met een fors baksteenformaat. Tien lagen meten ca. 74 cm. Het metselwerk daarboven en aan de voorzijde van de bouwmuur is duidelijk in een kleiner formaat opgetrokken. 

Het gaat hier niet om een verhoging van een bestaande laat-middeleeuwse bouwmuur, het voegwerk loopt van onder naar boven keurig door en vertoont geen afwijkingen. In een latere bouwfase zal deze bouwmuur in zijn geheel vernieuwd zijn met hergebruik van sloopmateriaal, dat mogelijk van een oudere voorganger afkomstig is. Het baksteenformaat wijst op een globale datering in de late middeleeuwen. Een datering in de tweede helft van de 14e eeuw of het begin van de 15e eeuw is aannemelijk.

 

1600-1800
×

1600-1800

Meer afbeeldingen


GROOTSCHALIGE VERBOUWING OF NIEUWBOUW

Op enig moment zijn de bestaande laat-middeleeuwse huizen ingrijpend verbouwd. Omdat de bouwmuren op de begane grond niet in het zicht zijn, kan zelfs niet uitgesloten worden dat bestaande panden bij deze ingreep vervangen zijn door nieuwbouw. De verbouwing laat zich lastig in de tijd plaatsen en heeft mogelijk plaatsgevonden in de 17e- of 18e eeuw. 

bouwmuren
De bouwmuren van beide panden en de gemeenschappelijke scheidingsmuur zijn op de verdieping in het zicht en lijken in één bouwcampagne vernieuwd. Zoals reeds vermeld werd bij het opnieuw optrekken van de linker bouwmuur van Oudestraat 100 sloopmateriaal hergebruikt, mogelijk van een oudere voorganger. De gemeenschappelijke scheidingsmuur tussen nr. 100 en 102 is anderhalf steens dik en bevatte voor 1917 op de verdieping en zolder geen doorgangen. Aan de voorzijde van de rechter bouwmuur van Oudestraat 102 is ter plaatse van de nis te zien dat deze geen gemeenschappelijke bouwmuur met nr. 104 vormt, maar daar tegenaan is gebouwd. De vernieuwde bouwmuren zijn overwegend in kruisverband gemetseld, op diverse plaatsen met toepassing van hergebruikt materiaal.  

achtergevels
Ook het metselwerk van de gepleisterde achtergevels is op de verdieping (deels) waar te nemen. De achtergevel van Oudestraat 102 is in verband gemetseld met de gemeenschappelijke scheidingsmuur en de rechter bouwmuur en zal in dezelfde bouwfase tot stand gekomen zijn. Het metselwerk van de achtergevel van nr. 100 sluit op de hoeken niet goed aan op het verband van de bouwmuren en heeft een kleiner baksteenformaat. Dit vormt een indicatie dat deze gevel waarschijnlijk in een latere bouwfase is vernieuwd.

bewoners    
Vergelijkbaar met de 16e eeuw, zijn de huizen in de 17e en 18e eeuw eigendom van welgestelde en invloedrijke families uit Kampen. Oudestraat 100 werd in 1602 gekocht door de kinderen van Henric Wilsum, die burgemeester en lid van de Raad was geweest. Van 1660 tot 1747 is het pand eigendom van de adellijke familie Van Bentheim, die het midden 18e eeuw verkopen aan gemeensman Herman Nuijs. Na zijn benoeming tot rector/hoogleraar geschiedenis en welsprekendheid (theologie) in 1757 heeft professor Daniël van Hoven korte tijd in het huis gewoond. Het pand lijkt tegen het einde van de 18e eeuw tijdelijk een andere bestemming te krijgen. In de bronnen wordt het huis vanaf 1778 namelijk aangeduid als ‘De Keulsche Dom’. Deze naam verhuist in 1781 mee met Hendrik de Bruin naar de Boven Nieuwstraat, waar een gelijknamig logement gesticht zou worden. In 1783 wordt Oudestraat 100 gekocht door meester broodbakker Jan Witteveen. 

In de opvolgende bewoners van Oudestraat 102 is een vergelijkbare tendens waar te nemen van invloedrijke Kampenaren in de 17e eeuw naar bewoning door de middenstand eind 18e eeuw. Via de adellijke familie Van Ingen komt het huis in het eerste kwart van de 17e eeuw door vererving in handen van jonkers Arent, Pillegrum en Aeltien van Haersolte. Eind 17e eeuw wordt het huis verkocht aan Willem Smit, chirurgijn en later bekend als apotheker, hopman en zelfs burgemeester van Kampen. In 1780 betrekt Johannis Oostenrijk het pand en vestigt hier een kousen- en sajetwinkel. 

1800-1900
×

1800-1900

Meer afbeeldingen


MODERNISERING IN DE 19E EEUW

Zowel het exterieur als het interieur is in de 19e eeuw gemoderniseerd. Van wijzigingen of verbouwingen zijn echter beperkt gegevens voorhanden. Latere verbouwingen in de 20e eeuw en het uitbreken van de indeling zullen diverse bouwsporen ‘uitgewist’ hebben.

winkeliers en bakkers
In de 19e eeuw werden de huizen in de Oudestraat in toenemende mate bewoond door de opkomende middenstand en vonden er op kleine schaal ambachtelijke en industriële activiteiten plaats. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw ontwikkelde de Oudestraat zich tot de belangrijkste winkelstraat van de stad, een tendens die ook in de bewoningsgeschiedenis van de onderzochte panden terug te zien is. 

In 1840 begonnen de gebroeders Jacobus en Theodorus Smit, hoedenmakers van beroep, een winkel in Oudestraat 100. Eind 19e eeuw vestigden zich hier verschillende winkeliers, waaronder horlogemaker Harmanus Johannes Dieters en P.J. van Rijn die samen met H. Tabeling een herenconfectiezaak runde. 

Oudestraat 102 werd in 1831 verkocht aan winkelier Hendrik Westerhuis. Via zijn zoon kwam het pand in handen van boekdrukker Karel van Hulst, die hier woonde met zijn vrouw, twee leerling boekdrukkers en een dienstbode. In de tweede helft van de 19e eeuw vestigen zich hier opeenvolgende brood- en banketbakkers: Derksen, Dalsen, Dalhuisen, Gunnink en Distel. Begin 20e eeuw is het pand in eigendom van slager Vethuijzen van Zanten. 

vernieuwing van beide voorgevels
Van beide panden is de voorgevel in het laatste kwart van de 19e eeuw vernieuwd. De lijstgevel van Oudestraat 100 was oorspronkelijk in schoon metselwerk uitgevoerd met zogenaamde T-schuifvensters op de verdieping. Op oude foto’s is nog de hijsbalk te zien, waarmee zware lasten door de dubbele deuren naar de pakzolder gehesen konden worden. Beide zoldervensters zullen pas later stalen ramen gekregen hebben.  

Ook de trapgevel in neo-renaissance stijl van Oudestraat 102 was oorspronkelijk opgetrokken in schoon metselwerk. De gevel werd voorzien van typische stijlkenmerken, waaronder het gebogen fronton, hoekvoluten, pilasters, sierankers en diamantkoppen. Beide gevels hadden op de begane grond een winkelpui die afgesloten was met een kroonlijst. 

achtergevels
Aan de achterzijde vond in de 19e eeuw eveneens een moderniseringsslag plaats. De achtergevel van Oudestraat 100 werd ter hoogte van de verdieping voorzien van twee nieuwe grote schuifvensters. Deze hadden oorspronkelijk een andere roedeverdeling, waarbij de wisseldorpel in het midden lag. Bij nr. 102 gaven op de verdieping twee deuren toegang tot het achtergelegen balkon boven de serre. Op de tweede verdieping kregen de slaapkamers aan de achterkant daglicht via een zesruits (3x3) schuifvenster, geflankeerd door twee vierruits vensters. 

indeling omstreeks 1900
De bestaande situatie behorend bij een hinderwetvergunning uit 1907 en een bouwaanvraag uit 1917, geeft een goed beeld van de indeling van Oudestraat 100 en 102 zoals deze zeer waarschijnlijk eind 19e eeuw tot stand is gekomen. Beide panden kenden een vergelijkbare indeling, zie de bijgevoegde plattegronden. Op de begane grond bevonden zich aan de straatzijde de kledingwinkel (100) en bakkerij (102) met aparte trapopgang naar de kamers op de verdiepingen. De verdieping was opgedeeld in drie delen met drie haarden/schouwen: een woonvertrek aan de voorzijde, daarachter de keuken met alkoof en toilet en een kamer aan de achterzijde. In het geval van Oudestraat 102 was er sprake van twee aparte bovenwoningen, van elkaar gescheiden door een binnenmuur en met een eigen trapopgang naar de bovengelegen slaapkamers. Van deze indeling is in de huidige situatie niets bewaard gebleven. 

kapconstructie Oudestraat 102
Tegelijk met de modernisering van de voorgevel, zal waarschijnlijk ook de kapconstructie van Oudestraat 102 zijn vernieuwd. De kap wordt gevormd door rondhouten daksporen die op enkele plaatsen onderling zijn verbonden met haanhouten. Rondhouten flieringen bieden ondersteuning in de lengterichting. De zoldervloer rust op een enkelvoudige naaldhouten zolderbalklaag. Aan de voorzijde kwam deze een stukje hoger te liggen, zodat hier op de tweede verdieping ruimtes met meer stahoogte gemaakt konden worden.

balklagen
Via een aantal kijkgaten is in de huidige situatie hier en daar (beperkt) zicht op de verdiepings- en zolderbalklagen. Alle balklagen van beide huizen zijn enkelvoudig en uitgevoerd in naaldhout. De balklagen zijn strak gezaagd, doen relatief modern aan en dateren voor het merendeel waarschijnlijk uit de 19e eeuw. Op de tekeningen uit 1917 is te zien dat er sprake was van een klein niveauverschil tussen de verdiepingsbalklagen van beide panden. Ter plaatse van de destijds gerealiseerde doorbraken werd dit verschil met een aantal treden overbrugd. Later is waarschijnlijk het achterste deel van de verdiepingsbalklaag van Oudestraat 100 vernieuwd en is de balklaag aan de voorzijde met klosjes iets opgehoogd, zodat beide vloeren op gelijke hoogte kwamen te liggen.  

1917
×

1917

Meer afbeeldingen


SAMENVOEGING EN VERBOUWING VAN DE WINKEL VAN DE GEBR. BERVOETS

In het begin van de 20e eeuw werd de voormalige herenconfectiezaak van Van Rijn en Tabeling aan de Oudestraat 100 overgenomen door de modeketen voor heren- en kinderkleding van de gebroeders Bervoets. In 1917 kregen zij vergunning om Oudestraat 102 bij de winkel te betrekken. Beide panden werden samengevoegd en verbouwd naar plannen van de regionaal bekende Zwolse architect H.J. Voogden (1863-1934).   

wijziging van de indeling
Door het slopen van twee delen van de gemeenschappelijke scheidingsmuur en het plaatsen van een nieuwe brede winkelpui, creëerde men op de begane grond één groot winkeloppervlak. De voormalige afzonderlijke bovenwoningen werden samengevoegd en met elkaar verbonden via vier doorbraken in de scheidingsmuur op de eerste verdieping en één doorbraak op de tweede verdieping/zolder. Waarschijnlijk zijn in deze periode ook de ramen van alle vensters en deuren gemoderniseerd, met uitzondering van de vensters in de achtergevel van Oudestraat 102 op de tweede verdieping. 

Bij de samenvoeging van de bovenwoningen bleef de bestaande indeling op de eerste verdieping grotendeels gehandhaafd: kamers aan de voorzijde, keukens met alkoven in het middendeel en kamers aan de achterzijde. De vertrekken aan de voorzijde werden ingericht als kamers en suite. Hiervoor moest een schouw verplaatst worden. Achter het vertrek in Oudestraat 102 leidde een nieuwe dwarsgang via een boogvormige doorgang naar het buurpand. Aan deze zijde verdween de voormalige verdiepingstrap. De bestaande gang naar het privaat in nr. 102 werd verbonden met de overloop aan de achterzijde. Om plaats te maken voor een extra trapopgang, verplaatste men hier de bestaande trap naar de twee verdieping een stuk naar links. Op de tweede verdieping van Oudestraat 102 werd aan de voorzijde één grote slaapkamer gerealiseerd, de open ruimte op de zolder van Oudestraat 100 was bestemd als (kleding)magazijn. 

interieurafwerking
Behoudens de verplaatste trap naar de tweede verdieping in Oudestraat 102, is de bovengenoemde indeling geheel verdwenen. In het volledig uitgebroken interieur herinneren alleen sporen van de interieurafwerking nog aan de voormalige woon- en slaapvertrekken, keukens en gangen. Daarnaast wijzen enkele bouwsporen op de vloeren en wanden nog op verdwenen binnenmuren, -wanden en trappen.   

De plafonds op de verdieping en tweede verdieping werden in 1917 vernieuwd als vlakke stucplafonds met een platte lijst, in de vertrekken aan de voorzijde op de verdieping iets rijker uitgevoerd met een extra profiellijst. Hier zijn tevens de schouwboezems, vensterbanken (100-102) en imitatie vouwblinden (102) bewaard gebleven. De gangwanden op de verdieping werden voorzien van geometrisch sjabloonschilderwerk met een geschilderde lambrisering in marmerimitatie. Twee doorgangen in de scheidingsmuur, één op de verdieping en één op de tweede verdieping/zolder, bevatten nog een geprofileerde deuromlijsting.

1945-heden
×

1945-heden

Meer afbeeldingen


SCHADEHERSTEL EN LATERE VERANDERINGEN

Vlak na de Tweede Wereldoorlog vonden in Oudestraat 100-102 herstelwerkzaamheden plaats na oorlogs- en brandschade. Vervolgens hebben de huizen nog diverse wijzigingen ondergaan die hoofdzakelijk betrekking hadden op het veranderen van de indeling van de winkel op de begane grond en de aan de achterzijde gelegen aanbouwen. 

1946
Op 4 oktober 1946 vraagt J. ten Hove vergunning aan voor een verbouwing van Oudestraat 100-102. De directeur van gemeentewerken onderschrijft dat ‘het perceel aanmerkelijk door oorlogsschade heeft geleden en het hier niet alleen een verbouwing betreft, maar ook herstel van oorlogsschade’ [Stadsarchief Kampen, bv Oudestraat 100-102, 0807]. Helaas bleven de bijbehorende tekeningen niet in het archief bewaard, waardoor het vooralsnog gissen is naar de volledige omvang van de schade en het herstel. 

Waarschijnlijk is in ieder geval de kapconstructie van Oudestraat 100 bij de werkzaamheden vernieuwd. De kap is opgebouwd uit hergebruikte rondhouten daksporen die ondersteund worden door gordingen. De gordingen zijn ingelaten in kleine philibertspanten. Opvallend is dat deze spanten niet direct op de enkelvoudige, naaldhouten zolderbalklaag staan. In plaats daarvan rusten ze op eenvoudige, in de borstwering opgelegde en geschoorde klossen. De scheurvorming in de borstwering (zichtbaar vanaf nr. 102) is waarschijnlijk het gevolg van deze provisoriche constructiewijze.

Het lijkt er sterk op dat er een nieuwe kap is samengesteld met hergebruik van diverse oudere kaponderdelen die op dat moment beschikbaar waren. Dit past goed in een periode van materiaalschaarste vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarnaar ook in de vergunningaanvraag wordt verwezen: ‘Voor deze herstelling en verbouwing is na eenige bezuiniging op benoodigde materialen (…) goedkeuring verleend’ [Stadsarchief Kampen, bv 0807]. 

1949
Vier jaar later moeten er opnieuw herstelwerkzaamheden uitgevoerd worden in Oudestraat 100. Dit keer is er sprake van brandschade op de begane grond aan winkelkasten, toonbanken en het plafond van ‘het Wolhuis’. Eigenaar J. ten Hove laat niet alleen de schade herstellen, maar grijpt tevens de mogelijkheid aan om de winkeletalage te vergroten en een nieuw magazijn achter de winkel te bouwen. De gemeenschappelijke scheidingsmuur is in deze tijd op de begane grond al grotendeels uitgebroken. Mogelijk werd het achterste deel van de verdiepingsbalklaag van Oudestraat 100 na de brand vernieuwd. Hier is via een kijkgat op de verdieping namelijk een vrij moderne, strak gezaagde vloerbalk waargenomen. 

1964-heden
Onder eigendom van textiel-supermarkt Zijlema vonden er in 1964-‘65, 1966 en 1975 verbouwingen plaats die betrekking hadden op het vernieuwen van de winkelpui, het wijzigen van de gevel van Hofstraat 79 en het uitbreiden van de winkel op de begane grond tot aan de Hofstraat. De voormalige open plaats aan de achterzijde raakte hiermee volledig bebouwd. Daarnaast zijn op enig moment de schouwen op de verdieping gemoderniseerd. Tot slot is meer recent is de volledige indeling van de bovenwoning(en) op de verdiepingen en de zolders uitgebroken.

historische context
1400-1600
1600-1800
1800-1900
1917
1945-heden

Introductie


aanleiding
Op dit moment worden plannen gemaakt voor de verbouwing van Oudestraat 100 (Rijksmonument) en 102 (geen status) in Kampen. In de huidige situatie is de begane grond in gebruik als winkelruimte, de verdiepingen en zolders staan leeg. Vanwege de monumentenstatus van nummer 100 en omdat de twee panden op de begane grond, verdieping en zolder met elkaar verbonden zijn, is voor beide huizen om een bouwhistorische verkenning met waardestelling gevraagd. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij de veranderingen in het geding zijn en waar de ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen. 

onderzoek
Het onderzoek was gericht op het in kaart brengen van de bewaard gebleven historische structuur van de huizen en de daarin te onderscheiden bouwfasen. Allereerst zijn de aanwezige gegevens in de literatuur en archieven geïnventariseerd. Hiervoor is een bezoek gebracht aan het Stadsarchief in Kampen. Hier zijn de beschikbare 20e-eeuwse bouwtekeningen geraadpleegd en zijn de door H.W. van den Hoven opgestelde lijsten met bewoningsgeschiedenis van de Oudestraat vanaf de 16e eeuw bekeken. Via diverse beeldbanken is historisch beeldmateriaal verzameld en via het Kadaster zijn kadastrale kaarten opgevraagd.  

Het veldwerk is uitgevoerd op 6 augustus 2018. Het onderzoek heeft plaatsgevonden conform de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek van april 2009 en had betrekking op de verdieping(en) en zolder van de hoofdbebouwing aan de straat. Op de begane grond gaan alle mogelijke bouwsporen schuil achter de afwerking van het moderne winkelinterieur.  

digitale rapportage
Alle gegevens zijn chronologisch geordend en digitaal gepresenteerd in opeenvolgende vensters in de tijdlijn en voorzien van een waardering op www.tijdbeeld.com. De directe link naar de rapportage is: http://www.tijdbeeld.com/projecten/75/kampen

Hoewel via de website een PDF-versie van het rapport gegenereerd kan worden, is dit hoofdzakelijk bedoeld als archieffunctie. Tekst en afbeeldingen zijn optimaal te bekijken via bovenstaande link. 

situering
Oudestraat 100 (links) en 102 (rechts) zijn met de voorgevel opgenomen in de westelijke gevelwand van de Oudestraat, in het bouwblok dat verder begrensd wordt door de Sint Jacobstraat, de Hofstraat en de Morrensteeg. De verdiepingen van de panden zijn ontsloten via de bebouwing aan de Hofstraat. Voormalige open binnenterreinen aan de achterzijde zijn ter plaatse op de begane grond overbouwd.   

beschrijving
Beide panden zijn gebouwd op een rechthoekige plattegrond en zijn op de verdieping(en) en zolder verbonden met elkaar verbonden via doorbraken in de gemeenschappelijke scheidingsmuur. De begane grond, verdiepingen en zolders bestaan uit niet ingedeelde, open ruimten. Zie ook de opmetingstekeningen van Morphique Architecten van 12-06-2018 onder het tabblad bijlagen. Het is onduidelijk of de huizen onderkelderd zijn (geweest). 

Het linker huis, Oudestraat 100, telt één bouwlaag en een zolder onder een met rode golfpannen gedekt schilddak. De voorgevel is uitgevoerd als drie-assige lijstgevel, waarvan het metselwerk wit geschilderd is. De begane grond wordt over de gehele breedte van Oudestraat 100-102 ingenomen door een moderne winkelpui. Op de verdieping bevinden zich drie schuifvensters. De zolderverdieping heeft centraal dubbele (pakhuis)deuren, geflankeerd door kleine vensters met stalen ramen. Alle gevelopeningen op de verdieping en zolder hebben natuurstenen onderdorpels en worden aan de bovenzijde afgesloten met strekken. Deze zijn voorzien van een wenkbrauwvormige omlijsting. De achtergevel is een gepleisterde lijstgevel, met op de verdieping twee achtruits schuifvensters (links gemoderniseerd).    

Het rechter pand, Oudestraat 102, telt twee bouwlagen en een zolder. Op het schilddak liggen rode, verbeterde Hollandse pannen. De voorgevel is een wit geschilderde, drie-assige trapgevel in neorenaissance stijl. Centraal op de verdieping is een driezijdige erker uitgebouwd met daarop een klein houten balkon dat bereikbaar is via de dubbele openslaande deuren op de tweede verdieping. Aan weerszijden bevinden zich op de eerste verdieping schuifvensters en op de tweede verdieping stolpvensters. Ook de zolder wordt door een stolpvenster van daglicht voorzien. De achtergevel is uitgevoerd als gepleisterde lijstgevel, waarvan de vensters in de huidige situatie aan de buitenzijde zijn afgedekt met plaatmateriaal. Het rechter venster op de verdieping is vervangen door een deur. 

Advies en waardering


samenvatting van de bouwgeschiedenis

De analyse van de bouwgeschiedenis van Oudestraat 100-102 is vrij complex. Het zicht op de vroegere ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis wordt vertroebeld door ingrijpende verbouwingen, niet gedocumenteerde herstellingswerkzaamheden na oorlogsschade en de recente sloop van de (historische) indeling. Daarbij is het casco op de begane grond niet nader onderzocht en is onbekend of de huizen onderkelderd zijn.
Op deze locatie zullen al in de late middeleeuwen stenen huizen gestaan, bewoond door welgestelde Kampenaren. In de huidige situatie ontbreekt hiervan echter vrijwel elk spoor. De linker bouwmuur van Oudestraat 102 bevat metselwerk bestaande uit sloopmateriaal, dat mogelijk van een oudere voorganger afkomstig is.
Op enig moment, mogelijk in de 17e- of 18e eeuw, heeft er een ingrijpende verbouwing plaatsgevonden, waarbij in ieder geval de bouwmuren en de achtergevel van Oudestraat 102 vanaf verdiepingshoogte vernieuwd zijn. Omdat de bouwmuren op de begane grond niet in het zicht zijn, kan zelfs niet uitgesloten worden dat het om volledige nieuwbouw gaat.
In de 19e eeuw zijn de voorgevels van beide panden vernieuwd en werd tevens de vensterindeling van de achtergevel gewijzigd. Uit deze periode dateren verder de balklagen, met uitzondering van het achterste deel van de verdiepingsbalklaag van nr. 100, en de kapconstructie van Oudestraat 102. De huizen waren omstreeks 1900 ingedeeld als winkel met bovenwoning(en).
De samenvoeging van de woon-winkelhuizen vond plaats in 1917. Op de begane grond creëerde men één grote winkelruimte. De voormalige afzonderlijke bovenwoningen werden samengevoegd en met elkaar verbonden via doorbraken in de scheidingsmuur. Waarschijnlijk zijn in deze periode ook de ramen van alle vensters en deuren gemoderniseerd, met uitzondering van de 19e-eeuwse vensters in de achtergevel van Oudestraat 102 op de tweede verdieping. Van het historische interieur bleef alleen een deel van de plafond- en wandafwerking uit deze periode bewaard.
Vlak na de Tweede Wereldoorlog vonden in Oudestraat 100-102 in 1946 herstelwerkzaamheden plaats na oorlogsschade. Vanwege het ontbreken van bouwtekeningen is de omvang van de werkzaamheden niet bekend. Waarschijnlijk is in ieder geval de kapconstructie van Oudestraat 100 bij de werkzaamheden vernieuwd. In 1949 brak er brand uit op de begane grond, waarna het winkelinterieur moest worden hersteld. Mogelijk dateert het achterste deel van de verdiepingsbalklaag van Oudestraat 100 uit deze periode. Tussen 1964 en 1975 vonden er nog enkele verbouwingen van de winkel plaats, de voormalige open plaats aan de achterzijde raakte volledig bebouwd en de schouwen op de verdieping werden gemoderniseerd. Meer recent is de volledige indeling van de bovenwoning(en) op de verdiepingen en de zolders uitgebroken.


waardering

De cultuurhistorische waardering is onderverdeeld in de volgende deelwaardestellingen: 

algemene historische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie

  • Hoewel Oudestraat 100 en 102 een lange bewonings- en gebruiksgeschiedenis kennen, resteert vrijwel niets dat herinnert aan het historische gebruik. De winkel(pui) is herhaaldelijk gemoderniseerd en vooral het uitbreken van het historische interieur op de verdiepingen heeft de waarden vanuit de gebruikshistorie van beide huizen aangetast.
  • Op zolderniveau van Oudestraat 100 verwijzen de dubbele deuren en stalen vensters nog naar een functie als pakzolder. De hijsbalk is in de loop van de 20e eeuw verdwenen.
  • De panden hebben in de Tweede Wereldoorlog schade opgelopen. Nader (archief)onderzoek kan wellicht meer duidelijkheid scheppen in de omvang van de schade en de herstelwerkzaamheden. Het verhaal van oorlogsschade, herstel en materiaalschaarste komt zeer waarschijnlijk tot uitdrukking in de vormgeving van de kapconstructie van Oudestraat 100.   

ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden

  • De huizen zijn van belang als schakel in de historische bebouwing aan de westzijde van de Oudestraat en vervullen een beeldondersteunende rol in het straatbeeld. 
  • Beide panden vormen vanaf 1917 een ensemble, maar tonen zich vanaf de straat vanaf de verdieping als individuele huizen. De ensemblewaarde is hoofdzakelijk gelegen in de bewaard gebleven restanten van dezelfde interieurafwerking uit 1917: stucplafonds, schouwboezems en beschilderde wandafwerking in de voormalige gangen op de verdieping. De fysieke verbindingen tussen beide panden komt tot uitdrukking in de doorbraken op de verdieping en zolder. 

architectuurhistorische waarden

  • de architectuurhistorische waarde van beide huizen wordt voor een belangrijk deel bepaald door de relatief gaaf bewaard gebleven voorgevels uit het laatste kwart van de 19e eeuw. De esthetische kwaliteiten van de gevel (‘leugenaar’) van Oudestraat 100 komen tot uitdrukking in de de materialisering en detaillering van de kroonlijst, kozijnen, dubbele deuren op zolder, strekken en natuurstenen onderdorpels.
  • Bij nr. 102 gaat het om de opbouw van de trapgevel, erker met balkon, kozijnen en de decoratieve elementen in neorenaissance stijl. Het later wit schilderen van de twee gevels heeft de architectuurhistorische waarde aangetast. 
  • In de achtergevel hebben de 19e-eeuwse raamkozijnen (nr. 100) en de deurkozijnen (nr. 102) op de verdieping een positieve uitwerking op het historische beeld. Hetzelfde geldt voor de drie vensters op de tweede verdieping van Oudestraat 102.
  • De architectuurhistorische waarde van het interieur van beide panden is zwaar aangetast door het uitbreken van de indeling op de verdiepingen. De bewaard gebleven in 1917 verplaatste trap naar de tweede verdieping van nr. 102 heeft hierdoor een belangrijk deel van de historische context verloren. De restanten van de interieurafwerking uit 1917 - stucplafonds, schouwboezems, wandafwerking - vormen gezamenlijk een positieve monumentwaarde. Met name de wandafwerking van de voormalige gangen in Oudestraat 100 en 102 in de vorm van geometrisch sjabloonschilderwerk en een lambrisering in marmerimitatie is bijzonder en heeft esthetische kwaliteit. 

bouwhistorische waarden

  • Hoewel de ouderdom tijdens het onderzoek niet exact vastgesteld kon worden, vertegenwoordigen de gevels, bouwmuren en de gemeenschappelijke scheidingsmuur van Oudestraat 100 en 102, inclusief de bouwsporen van rookkanalen, een hoge monumentwaarde. Zij zijn van groot belang voor de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis/historische gelaagdheid.
  • De naaldhouten, enkelvoudige balklagen van beide panden betreffen een latere wijziging en vertegenwoordigen een positieve monumentwaarde. Het verdient wel aanbeveling om de conclusies die op basis van enkele kijkgaten zijn getrokken, na eventuele verwijdering van de vloeren te controleren. 
  • De eenvoudige kapconstructie van Oudestraat 102 uit de late 19e eeuw bleef relatief gaaf bewaard, maar is in regionaal en landelijk perspectief niet zeldzaam. Bij nr. 100 heeft de kap niet zozeer een materiële cultuurhistorische waarde, maar verwijst de merkwaardige constructie en het hergebruik van divers materiaal op conceptuele wijze zeer waarschijnlijk naar de periode van materiaalschaarste vlak na de Tweede Wereldoorlog.