voor 1650
×

voor 1650

Meer afbeeldingen


De naam Thorbeckegracht dateert pas uit de 19e eeuw. Voordien stond de straat bekend als ‘Den Dijk’. Een voor de hand liggende naam, want in feite is de straat niets anders dan de noordelijke dijk van een waterloop waardoor het water, afkomstig uit het Sallandse achterland, naar het Zwarte Water afgevoerd kon worden. Deze waterloop is omstreeks het midden van de 14e eeuw gegraven. 

aanleg van vestingwerken en ontwikkeling van het Noordereiland
Toen het gebied binnen de wallen werd getrokken ontstond ruimte voor bebouwing, maar al voor die tijd vonden hier langs de oevers allerhande bedrijfsmatige activiteiten plaats. Uit archiefbronnen blijkt dat terreinen aan Den Dijk vanwege de beschikbaarheid van werven en steigers bij handelaren in gebruik waren als houtopslag. Niet alleen hout, ook Bentheimer zandsteen werd tijdelijk opgeslagen op deze steigers. In 1472 had stadsbouwmeester Berend van Covelens op de steigers aan de Leyderweert (= overzijde Thorbeckegracht) 25 zogenaamde blockstenen liggen. Op de kaart die Jacob van Deventer omstreeks 1565 van de stad maakte, is te zien dat langs het westelijke deel van De Dijk al wat bebouwing stond. Het oostelijke deel vanaf de huidige Posthoornsbredehoek is op deze stadsplattegrond nog geheel onbebouwd. Waarschijnlijk lag het gebied destijds nog te laag voor reguliere bewoning.

In het begin van de tachtigjarige oorlog werd Overijssel het strijdtoneel van de opstand tegen het Spaanse gezag. Ter bescherming van het Katerveer en de doorgaande weg naar het noorden, werden aan het eind van de 16e eeuw plannen gemaakt om een verdedigingslinie aan te leggen tussen de stad en de IJssel. In de jaren ’80 startte men ook met de aanleg van enkele kleine aarden bolwerken rond de stad en een halve maan voor de Diezerpoort. In de eerste decennia van de 17e eeuw werd de middeleeuwse verdedigingsring om de stad verder gemoderniseerd met aarden bastions en een brede gracht. In de jaren 1606-1620 werd Den Dijk voorzien van een omwalling met vijf bastions. Aanvankelijk was het verdedigingswerk voor de Diezerpoort door een gracht gescheiden van het Tanerij- en Vischpoortenbolwerk ten westen daarvan. Kort na de aanleg van laatstgenoemden werd deze gracht gedempt en deze vestingwerken samengevoegd tot het Noordereiland. 

De uitgifte van grond in dit geheel door water omgeven nieuwe stadsdeel werd geregeld bij raadsbesluit van 6 januari 1609. Kort daarna zullen de eerste huizen aan Den Dijk gebouwd zijn. Deze locatie, nabij de toegang tot het  Zwartewater, met rond het Rodetorenplein de belangrijkste havenfaciliteiten en aan twee zijden van de Thorbeckegracht kadecapaciteit, was aantrekkelijk voor de vestiging van pakhuizen, factorijgebouwen, schippers, handelaren en andere aan de handel en scheepvaart gerelateerde activiteiten.  

Rond het midden van de 17e eeuw is het centrale deel van Den Dijk rond de Vispoortenbrug voor een groot deel bebouwd. Het door de Amsterdamse carthograaf Blaeu uitgegeven vogelvluchtperspectief van Zwolle uit die tijd illustreert dat op overtuigende wijze. Het deel ten oosten van de Spinhuisbredehoek is dan nog onbebouwd.

17e eeuw
×

17e eeuw

Meer afbeeldingen


Met name het rechter deel van het onderzochte huis bevat een aantal onderdelen die de bouw van dit huis in tweede kwart van de 17e eeuw plaatsen. 

nieuwbouw van het rechter huis
De verdiepings- en de zolderbalklaag zijn enkelvoudig uitgevoerd in naaldhout. De balken zijn bij de opleggingen in de bouwmuren niet (meer) voorzien van ondersteunende geprofileerde consoles. Vanaf het tweede kwart van de 17e eeuw werd eikenhout alleen nog in uitzonderlijke gevallen voor vloerbalken toegepast, samengestelde balklagen met moer- en kinderbinten komen vanaf het eind van de 16e eeuw steeds minder voor.  
De achtergevel is een in schoon metselwerk uitgevoerde tuitgevel met vlechtingen en zandstenen dekplaten op de schouders en de top. Ter hoogte van de schouders is met een muizentand een waterlijst aangebracht. De hoekoplossingen van het metselwerk zijn uitgevoerd met klezoren in de koppenlagen, een oplossing die in de IJsselstreek tot omstreeks 1730 toegepast werd. De huidige vensterindeling op de verdieping en in de geveltop is later tot stand gekomen, twee rijen klezoren markeren nog wel de plaats van een verdwenen zolderluik boven de waterlijst en een smal dichtgemetseld venster op de verdieping. In de oorspronkelijke situatie waren de gevelopeningen in het metselwerk uitgespaard en geheel in de lokale traditie voorzien van zandstenen onder- en bovendorpels. In de gevel zijn nergens de bouwsporen van gemetselde ontlastingsbogen boven de vensters te zien, waarschijnlijk waren de vensters afgedekt met strekken of rollagen. Het onderste deel van de gevel is niet in het zicht. 

andere voorbeelden
Van dit type gevel zijn in Zwolle meerdere voorbeelden uit de 17e eeuw bekend. Melkmarkt 38-40, bekend als ‘De Drie Stockvissen’ heeft een achterhuis met een vergelijkbare gevel die dateert uit 1625. De vensters in deze gevel zijn uitgevoerd als zandstenen kruisvensters. Melkmarkt 14 werd in 1653 geheel nieuw opgetrokken met aan de straat een moderne halsgevel met pilasters en klauwstukken, de achtergevel is een traditionele bakstenen tuitgevel met vlechtingen. Thorbeckegracht 74 bezit nog een in rode en gele baksteen vormgegeven tuitgevel uit de vroege 17e eeuw. Omdat de voorgevel van Thorbeckegracht 12 later geheel vervangen werd is over de oorspronkelijke verschijningsvorm daarvan niets bekend. 

interieur
Ook van het het oorspronkelijke interieur bleef niets bewaard. Opvallend is wel dat de hoogte van de begane grond en de verdieping weinig verschillen; 4.20 m en 3.92 m. Met name de grote hoogte van de verdieping is vrij uitzonderlijk en zou kunnen wijzen op een volledig woonprogramma met mogelijk ook representatieve ruimten op de verdieping. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat de zolderbalklaag later een stukje naar boven verplaatst is. In dat geval bezat de zolder oorspronkelijk een borstwering en was de verdieping een kleine meter lager. Dat zou ook verklaren waarom deze balklaag niet voorzien is van geprofileerde consoles. Geheel in de traditie van de late middeleeuwen kan de begane grond aan de achterzijde een insteekverdieping gehad hebben.
Omstreeks 1645 werd elders in de stad de Nieuwe Markt opnieuw planmatig ingericht met twee rijen woningen met geschouderde bakstenen tuitgevels  met vlechtingen en zandstenen kruisvensters. Deze huizen hadden tegen de achtergevel insteekverdiepingen.

trap en achterhuis
De verdieping en de zolder van Thorbeckegracht 12 werden zeer waarschijnlijk ontsloten door middel van een spiltrap die mogelijk ergens tegen de achtergevel van het huis stond.
Op enig moment in de 17e eeuw is tegen de achterzijde een achterhuis aangebouwd dat aan de rechter zijde op de achtergevel aansloot. Dit achterhuis telde twee bouwlagen met op de begane grond waarschijnlijk de keuken. De als gemetselde tuitgevel uitgevoerde achtergevel van dit achterhuis bleef bewaard. 

nieuwbouw van het linker huis
Na de bouw van het rechter huis bleef het smalle perceel links (westzijde) daarvan onbebouwd. Op het volgende perceel werd kort na 1650 het brede dwarshuis Thorbeckegracht 12a-13 gebouwd. Op de open tussenruimte bouwde men in de loop van de 17e of in het begin van de 18e eeuw een zelfstandig huis met twee bouwlagen. Dit huis kreeg geen eigen muren, de enkelvoudige balklagen van de vloeren werden opgelegd in de bestaande zijgevels van Thorbeckegracht 12 en 12a-13. De dakvoet van de nieuwbouw kwam binnen deze muren en werd ondersteund door de zolderbalklaag. Van dit huis bleven de balklagen van de verdieping (niet waargenomen) en de zolder bewaard en ook de achtergevel dateert nog uit de bouwtijd. Dit is een eenvoudige gepleisterde tuitgevel met in de geveltop een zolderluik. De vensterindeling op de begane grond en de verdieping is later veranderd. Ook de kapconstructie is van recentere datum en het huis werd waarschijnlijk pas in de vorige eeuw voorzien van een kelder.  

18e eeuw
×

18e eeuw

Meer afbeeldingen


Omstreeks 1750 vond een grote verbouwing plaats waarbij de twee huizen aan de gracht samengevoegd werden achter een nieuwe brede voorgevel. Het huis kreeg daarmee de verschijningsvorm van een deftig dwarshuis, een woningtype dat in de 18e eeuw populair was bij rijke patriciërs en de adel.

samenvoeging en verbouwing
De voorgevel werd vijf vensterassen breed met schuifvensters op de begane grond en de verdieping. De afwerking en de maatvoering van metselwerk kreeg zeer veel aandacht. Door de bakstenen taps te slijpen konden de stootvoegen zeer smal blijven. Een groot deel van het huidige voegwerk dateert nog uit de bouwtijd. Uit bouwsporen op de kozijnstijlen valt af te leiden dat de wisseldorpel van de ramen oorspronkelijk halverwege de vensterhoogte lag. De ramen zullen een bijbehorende 18e eeuwse roedenverdeling met kleine ruiten gehad hebben. De gevel werd afgesloten met een kroonlijst waarin asymmetrische consoles in rococo-stijl opgenomen zijn. De bestaande kapconstructies werden gehandhaafd, de kapconstructie van het rechter huis was tijdens het onderzoek maar beperkt waarneembaar. De hoofdopzet bestaat uit rondhouten daksporen die uit de 17e of 18e eeuw dateren. 

interieur
De beide huizen werden intern op de begane grond, de verdieping en op zolder met elkaar verbonden. Achter de centraal in de voorgevel geplaatste voordeur kwam een gang die doorliep tot aan de bebouwing aan de Menno van Coehoornsingel die deel uitmaakte van dit gebouwencomplex. Via de gang werden de vertrekken links en rechts daarvan via paneeldeuren met kozijnen met voor de 18e eeuw karakteristiek geprofileerde deklijsten ontsloten.
Achter het huis liep de gang langs het bestaande achterhuis. Ter plaatse kreeg deze de vorm van een aankapping waarvan het (lessenaar)dak aansloot op de bestaande dakvoet. In de achtergevel van het rechter huis tekent de daklijn daarvan zich nog af tegen het metselwerk. De gewijzigde dakhelling van het achterhuis maakte de vernieuwing van de vensterindeling en daglichttoetreding noodzakelijk. Ter hoogte van de verdieping moest een bestaand raam dichtgezet worden. 

Bij de modernisering van het interieur werd mogelijk de zolderbalklaag van het rechter huis een stukje verhoogd, de zolderbalklagen van het linker huis bleef als bestaand en vanwege de grotere hoogte van de vensters in de voorgevel liet men het voorste deel van de zoldervloer schuin oplopen. 

trap
Bij voorkeur werden dit soort brede voorname woningen voorzien van een representatieve (bordes)trap. Vanwege de noodzaak van een doorlopende gang op de begane grond zou dat binnen de beperkte ruimte van de twee huizencasco’s van Thorbeckegracht 12 ten koste gaan van een vertrek op de begane grond en de verdieping. Uit een tweetal in de verdiepings- en zolderbalklaag aangebrachte boogvormige uitsparingen valt af te leiden hoe de trap destijds gelopen moet hebben. Deze trap heeft links achterin het rechter bouwdeel gestaan en was vormgegeven als een spiltrap. Spiltrappen worden in stadswoonhuizen al vanaf de late middeleeuwen algemeen toegepast, het is daarom zeker niet onmogelijk dat bij de 18e eeuwse verbouwing van Thorbeckegracht 12 de oorspronkelijke spiltrap (gedeeltelijk) hergebruikt werd. 

Om het visuele beeld van een representatieve doorlopende gang niet te verstoren, plaatste men de nieuwe trap met het onderste twee kwarten naast de gang zodat de gang onder de twee volgende kwarten door kon lopen naar de verdieping. Vanuit de gang werd de trap aan het zicht onttrokken door een tussenvloertje waarvan de voorzijde gedecoreerd werd met florale motieven in rococo-stijl met daarboven waarschijnlijk een dichte wand. In de verdiepingsvloer moest over de breedte van de bovenste twee kwarten een brede raveling gemaakt worden. De oplegging van de afgekorte balk bleef daarbij in de bouwmuur zitten. Voor het volgende deel van de trap naar de zolder was geen raveling noodzakelijk, maar om voldoende hoogte onder de vloer te krijgen moest in een balk een boogvormige uitsparing gemaakt worden. De opbouw van de trap is voor de verschillende niveaus schetsmatig weergegeven op bijgaande tekening. 

verdieping en zolder
Op de verdieping kreeg het smalle linker huis een indeling met een voor- en een achterkamer, verbonden met een porte-brisée. De dubbele deuren zijn in de huidige situatie tweezijdig afgewerkt met plaatmateriaal en behoren net zoals het kozijn met geprofileerde deklijsten nog tot de oorspronkelijke opzet.
De beide zolders werden verbonden met een met pannen gedekt tussenlid met daarin een trapje. Ter hoogte van deze trap is de zakgoot uitgevoerd als Keulse goot.

19e eeuw
×

19e eeuw

Meer afbeeldingen


In het begin van de 19e eeuw is het huis Thorbeckegracht 12 eigendom van Jan Everhard Hendrik Thorbecke (1756-1825). Jan Everhard woont hier samen met zijn vrouw Johanna Geertrui Rietberg en zijn kinderen. Hij is de oom van de later als liberaal staatsman zeer bekend geworden Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872). 

de familie Thorbecke in Zwolle
De naam Thorbecke duikt omstreeks 1680 in Zwolle voor het eerst op, als Heinrich Thorbecke zich hier vestigt als telg van een invloedrijke Duitse koopliedenfamilie. De Thorbecke’s onderhielden in de 18e en 19e eeuw nauwe banden met familieleden in onder andere Borgholzhausen, Osnabrück en Kassel en waren als ‘vooruitgeschoven handelspost’ sterk op de transitohandel tussen Nederland en het Duitse achterland gericht. Zwolle was destijds een logische plek om neer te strijken, aangezien de stad binnen die transitohandel een belangrijke rol speelde. Het handelscentrum van de stad lag aan de huidige Thorbeckegracht, waar de opslag en overslag van goederen plaatsvond. 

Aanvankelijk handelde de familie in allerlei zaken, maar gaandeweg specialiseerden zij zich in de handel in tabak en koloniale waren. Frans Heinrich Thorbecke (1726-1787) richtte een tabaksfabriek op die later werd voortgezet door zijn zoons Jan Everhard en en Frederik Wilhelm Thorbecke (1760-1832). Beide broers woonden naast elkaar aan de Dijk, de latere Thorbeckegracht. Frederik Wilhelm was eigenaar van Thorbeckegracht 11, het huis dat vooral bekend is geworden als geboortehuis van de liberale staatsman Johan Rudolf Thorbecke, die een cruciale rol zou spelen in de grondwetsherziening van 1848. Op nummer 12 woonde de oudere broer Jan Everhard. 

Binnen de Zwolse gemeenschap nam de familie Thorbecke een ambivalente positie in. Enerzijds waren zij van zeer goede en vermogende (Duitse) komaf, anderzijds waren zij als lutheranen in Zwolle uitgesloten van bestuursfuncties en stonden ze in politiek opzicht aan de zijlijn. Was in Duitsland het lutheranisme de hoofdgodsdienst, in Zwolle waren politieke invloed en het hervormde geloof onlosmakelijk met elkaar verbonden. Rond 1800 kwam de familie ook in economisch opzicht in zwaar vaarwater terecht. Het transitoverkeer liep in de loop van de 18e eeuw terug en raakte definitief in het slop gedurende en na de overheersing van de Republiek der Verenigde Nederlanden door het Franse Keizerrijk van Napoleon. Franse handelsblokkades, opkomende concurrerende zeehavens en het dichtslibben van de Zwolse waterwegen zorgden ervoor dat de zeescheepvaart en de internationale doorvoerhandel via Zwolle tegen het midden van de 19e eeuw geheel tot stilstand kwamen. 

Jan Everhard en Frederik Wilhelm raakten verwikkeld in een religieus en zakelijk conflict, waarbij laatstgenoemde zich in 1805 terugtrok uit de familiefirma. Zijn oudere broer hield het nog iets langer vol, maar de tabaksfabriek ging uiteindelijk omstreeks 1820 failliet. Hoewel de situatie in deze periode verre van rooskleurig was, behield de familie een zekere welvaart en status. Na het overlijden van Frederik Wilhelm, werd zijn zoon koopman Frans Hendrik Thorbecke (1780-1848) eigenaar van het huis Thorbeckegracht 12. Het kadastraal eigendom (F. 282) viel in 1832 nog samen met de achtergelegen bebouwing aan de Menno van Coehoornsingel, deze situatie bleef tot relatief recent bestaan.

veranderingen in het exterieur
Hoewel de hoofdopzet van het brede huis - bestaande uit twee casco’s en een achterhuis - in de 19e eeuw niet zou veranderen, heeft de familie Thorbecke in deze periode wel moderniseringen doorgevoerd. Deze veranderingen zijn niet allemaal scherp te dateren. Met betrekking tot het exterieur zijn in de eerste helft van de 19e eeuw de vensters in de voorgevel gemoderniseerd. Een historische afbeelding toont het interieur van één van de kamers van het huis met de kinderen van Jan Everhard Thorbecke en Johanna Geertrui Rietberg omstreeks 1810. Hierop zijn nog vensters met een kleinere roedeverdeling weergegeven. Het is echter niet bekend wie de maker is en hoe betrouwbaar de weergave is. In de 19e eeuw wijzigde men ook de gevelindeling aan de achterzijde, in ieder geval in de oostelijke achtergevel. 

In de brede voorgevel werden binnen de bestaande kozijnen nieuwe schuiframen met een grotere roedeverdeling (2x4) geplaatst. Op een foto van omstreeks 1900 zijn een aantal van deze ramen zichtbaar. De voordeur stamt eveneens uit de eerste helft van de 19e eeuw en zal tegelijk met de vensters vernieuwd zijn. De vormgeving van het bovenlicht met ruitvormig houtsnijwerk met zogenaamde palmetten (gestileerde palmbladeren) was met name in het eerste kwart van de 19e eeuw populair. Relatief recent hebben vorige eigenaren van Thorbeckegracht 12 nieuwe (historiserende) ramen met isolatieglas geplaatst. 
Aan de achterzijde is in deze periode in de oostelijke achtergevel een nieuw venster in de 17e-eeuwse geveltop ingebroken. Op zolderniveau plaatste men een nieuw kozijn met achtruits schuifraam (2x4), waarvoor de tandlijst doorbroken moest worden. Op deze plek bevond zich daarvoor reeds een kleinere gevelopening (waarschijnlijk een luikopening). 

modernisering van het interieur
De voorkamer en achterkamer op de begane grond aan de linkerkant van het pand bevatten beiden een schouw waarvan de boezem is voorzien van stucwerk in de zogenaamde empirestijl. Deze stijl is vanwege de Franse oorsprong vernoemd naar het keizerrijk van Napoleon en is in Nederlandse woonhuizen omstreeks 1800 veel toegepast. Bij de vormgeving van de decoratieve elementen wordt teruggegrepen op elementen uit de klassieke oudheid, met name Griekse voorbeelden. Het stucwerk op de schouwen is onder andere versierd met guirlandes en een hoorn des overvloeds. Vooral de schouwboezem in de voorkamer is rijk gedecoreerd, met in het midden een voorstelling van een fluit en viool. 

Uit dezelfde periode dateert wellicht het bovenstuk van het stucwerk in de gang op de begane grond. Verdere sporen van een (vroeg) 19e-eeuwse interieurafwerking zijn verdwenen of niet in het zicht. Mogelijk gaan achter de verlaagde plafonds nog (restanten van) historische stucplafonds schuil. Mede vanwege het ontbreken van deze context is het niet eenvoudig om kamers te koppelen aan een specifieke historische functie. Uit oude krantenberichten valt op te maken dat één van de kamers aan de voorzijde op de begane grond in ieder geval vanaf het midden van de 19e eeuw was ingericht als kantoor van Derk Hendrik Thorbecke. Hij was procureur van ‘der Arrondissementsregtbank’ in Zwolle en hield kantoor aan huis op ‘den Dijk’. Vier jaar na het overlijden van Johan Rudolf Thorbecke werd de straat in 1876 omgedoopt tot Thorbeckegracht. 

kelder
Het onderzochte huis is gebouwd is ter hoogte van de gedempte gracht tussen het verdedigingwerk voor de Diezerpoort en de in het begin van de 17e eeuw gebouwde Tanerijbolwerk. Deze geroerde grond vereiste waarschijnlijk een grotere aanlegdiepte van de fundering, eventueel in de vorm van een laagsgewijze grondverbetering voor een gemetselde fundering. 

De kelder onder het linker huis beslaat niet de volledige breedte van de plattegrond; aan de rechter zijde wordt de kelderwand gevormd door een steens muur die op enige afstand van de linker zijgevel van het rechter huis is gemetseld. Deze muur wordt aan de bovenzijde afgesloten met een rollaag en loopt door langs het rechter deel van de achtergevel. Een mogelijke verklaring voor deze ongebruikelijke oplossing zou kunnen zijn dat men bij het uitgraven van de kelder constateerde dat de aanlegdiepte van fundering van de zijgevel van het rechter huis (ruim) boven de nieuwe keldervloer lag. Door een nieuwe muur op enige afstand van de bestaande te zetten kon een kostbare en ingewikkelde ondermetseling van de bestaande fundering voorkomen worden. 

De kelder heeft aan de straatzijde een klinkervloertje, aan de achterzijde liggen plavuizen. Dit onderscheid markeert waarschijnlijk de indeling van de kelder in een deel waar enige vorm van bedrijvigheid plaatsvond (voorzijde) en een deel dat hoofdzakelijk in gebruik zal zijn geweest voor opslag (achterzijde). De begane grondvloer is later vernieuwd en bestaat uit een enkelvoudige naaldhouten balklaag, waarin twee oudere (hergebruikte) vloerbalken zijn opgenomen. Ook de huidige vorm van de kelderingang aan de straat is later tot stand gekomen.

20e eeuw
×

20e eeuw

Meer afbeeldingen


Omstreeks 1880 wordt het huis Thorbeckegracht 12 overgenomen door koopman Lubbertus Diederich Johan Thorbecke (1819-1891), de kleinzoon van Frans Hendrik. Lubbertus was getrouwd met Jacomina van Eijken (1825-1906), met wie hij negen kinderen kreeg. Hij bestierde een winkel in koloniale waren en tabak.

wijzigen van de gevelindeling
In 1928 vestigt de schilder-decorateur Jillardus Klappe zich in het pand, daarvoor was korte tijd de firma Timmer & Co in het pand gehuisvest. In deze periode zullen rechts in de voorgevel op de begane grond twee vensters vervangen zijn door de brede dubbele bedrijfsdeuren met bovenlicht en smalle flankerende ramen. Het bovenliggende metselwerk werd opgevangen door een brede latei. In de loop van de 20e eeuw zal ook de gevelindeling van de westelijke (gepleisterde) achtergevel gewijzigd zijn, met op de verdieping een stolpvenster en een deur naar het platte dak van de aanbouw. Deze en andere zichtbare 20e-eeuwse, bouwkundige veranderingen zijn niet in het archief gedocumenteerd. Er bleven van het pand namelijk geen bouwvergunningen en/of (ver)bouwtekeningen bewaard. 

kapconstructie links
Op enig moment is de kapconstructie van het 18e-eeuwse linker casco vernieuwd, de aanleiding hiervoor is onbekend. De constructieve kenmerken wijzen op een datering omstreeks of kort na 1900. De eenvoudige kap is opgebouwd uit machinaal gezaagde naaldhouten daksporen, die om en om verbonden zijn met (horizontale) haanhouten. De lipverbindingen zijn gezekerd met draadnagels. 

interieur en indeling
Een andere belangrijke verandering betrof het verwijderen van de oude spiltrap van de begane grond tot zolderniveau en het plaatsen van een nieuwe L-vormige bordestrap naar de verdieping en een aparte steektrap naar de zolder. Deze ingrijpende verbouwing is moeilijk in de tijd te plaatsen. Het traphek op de overloop op de verdieping is voorzien van twee eenvoudige geprofileerde trappalen. De overloop is ingedeeld met de twee inbouwkasten en toegangen tot drie vertrekken met paneeldeuren en bijbehorende deurkozijnen met smalle, platte profileringen. Afgaande op deze context is de huidige indeling inclusief nieuwe trap vermoedelijk in het eerste kwart van de 20e eeuw tot stand gekomen. 

Tot slot hebben in de tweede helft van de 20e eeuw in het interieur nog verschillende wijzigingen en moderniseringen plaatsgevonden. Zo zal het vertrek rechts op de begane grond oorspronkelijk met een binnenwand in twee kamers zijn ingedeeld (vanuit de gang via twee deuren toegankelijk). Deze binnenmuur is later verwijderd. Het interieur van deze kamer en het bovengelegen vertrek op de verdieping is gemoderniseerd met een nieuwe schouw op de verdieping en een - mogelijk herplaatste - ‘historische’ schouw op de begane grond. Verder zijn alle kamers op de begane grond en verdieping voorzien van nieuwe plafonds. In het vertrek linksachter op de verdieping en op de begane grond in het achterhuis zijn in deze periode nieuwe (Bruynzeel) keukenblokken geplaatst. Meer recent is een derde keuken aan het huis toegevoegd in de kamer linksachter op de begane grond. 

De splitsing tussen het huis met achterhuis aan de Thorbeckegracht en de achtergelegen bebouwing aan de Menno van Coehoornsingel heeft zich pas relatief recent voltrokken en is vastgelegd op een kadastrale hulpkaart uit 2009. De gang is op de begane grond op de perceelgrens dichtgezet en rondom voorzien van een nieuwe marmeren lambrisering.

voor 1650
17e eeuw
18e eeuw
19e eeuw
20e eeuw

Introductie

aanleiding
Op dit moment worden plannen gemaakt voor de verbouwing en restauratie van het Rijksmonument Thorbeckegracht 12 in Zwolle. Dit brede woonhuis is in de 17e eeuw ontstaan en kreeg omstreeks het midden van de 18e eeuw haar huidige verschijningsvorm. Vanwege de beschermde status en de ligging in het beschermde stadsgezicht, is door de gemeente om een bouwhistorisch onderzoek met waardestelling gevraagd. Uitgangspunt is om de historische structuur en de daarin te onderscheiden tijdlagen waar mogelijk te behouden en te versterken. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij de voorgenomen veranderingen in het geding zijn en hoeveel ruimte er is voor nieuwe ontwikkelingen.

onderzoek
Het onderzoek was gericht op het in kaart brengen van de bewaard gebleven historische structuur van het gebouw en de daarin te onderscheiden bouwfasen, met het accent op die onderdelen die betrokken zijn bij de bouwplannen. Allereerst zijn de aanwezige gegevens in de literatuur en archieven geïnventariseerd. Hiervoor is een bezoek gebracht aan het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle en is gezocht naar 20e-eeuwse bouwaanvragen. Verder is via diverse beeldbanken historisch beeldmateriaal verzameld. Het veldwerk heeft plaatsgevonden op woensdag 28 november 2018. Naar verwachting is nog veel bouwhistorische informatie verborgen achter afwerkingslagen en betimmeringen. Het onderzoek heeft zich daarom moeten beperken tot de hoofdlijn van de ruimtelijke ontwikkeling van het pand met als gevolg dat bepaalde perioden in de tijdlijn onzeker zijn of onbenoemd blijven.
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek van april 2009. 

digitale rapportage
Alle gegevens zijn chronologisch geordend en digitaal gepresenteerd in opeenvolgende vensters in de tijdlijn en voorzien van een waardering op www.tijdbeeld.com. De directe link naar de rapportage is: http://www.tijdbeeld.com/projecten/83/zwolle
Hoewel via de website een PDF-versie van het rapport gegenereerd kan worden, is dit hoofdzakelijk bedoeld als archieffunctie. Tekst en afbeeldingen zijn optimaal te bekijken via bovenstaande link. 

situering
Het huis is vormt een onderdeel van het meest oostelijke huizenblok aan de Thorbeckegracht, gelegen tussen de Spinhuisbredehoek en de Diezerpoortenplas. Aan de achterzijde grenst het huis aan de bebouwing aan de Menno van Coehoornsingel. 

beschrijving
Het huis bestaat in hoofdopzet uit twee historische casco’s die verenigd zijn achter een gemeenschappelijke voorgevel die vijf vensterassen breed is. De twee huizen zijn op de begane grond, de verdieping en op zolder met elkaar verbonden. Beide huizen tellen twee volledige bouwlagen en hebben ieder een kap in de vorm van een schilddak. Het linker huis is onderkelderd. Het rechter huis heeft aan de achterzijde een aangebouwd achterhuis dat twee bouwlagen onder een schilddak telt. Dit achterhuis behoort gedeeltelijk bij de bebouwing aan de Menno van Coehoornsingel en is daarmee ook verbonden. 

Voor een uitgebreide opname van het huis wordt verwezen naar de opmeting door Blossom ARCHITECTURE nr R-B-001 dd 19-11-2018 die ook in de bijlagen is opgenomen. 

Advies en waardering


samenvatting van de bouwgeschiedenis
Het pand Thorbeckegracht 12 in Zwolle is in haar huidige verschijningsvorm omstreeks 1750 ontstaan na de samenvoeging van twee oudere huizen achter een nieuwe brede voorgevel. Het rechter casco is het oudst en dateert waarschijnlijk uit het tweede kwart van de 17e eeuw. Niet veel later zal tegen de achterzijde van dit pand een achterhuis gebouwd zijn. Na de bouw van het rechter huis bleef het smalle perceel links daarvan (en rechts van het kort na 1650 gebouwde pand Thorbeckegracht 12a-13) enige tijd onbebouwd. Pas in de loop van de 17e- of in het begin van de 18e eeuw werd deze open tussenruimte ingevuld met de bouw van een zelfstandig huis, waarvan de balklagen opgelegd werden in de bouwmuren van de belendingen. Van de twee individuele huizen en het achterhuis zijn in ieder geval de achtergevels, de bouwmuren en de enkelvoudige balklagen bewaard gebleven. De rondhouten kapconstructie van het rechter casco dateert nog uit de 17e- of 18e eeuw. 

Na de samenvoeging rond het midden van de 18e eeuw kreeg het huis een nieuwe symmetrisch ingedeelde voorgevel met de voordeur in het midden en schuifvensters op de begane grond en verdieping. Achter de voordeur liep een centrale gang die doorliep tot aan de bebouwing aan de Menno van Coehoornsingel, met vertrekken aan weerszijden. Ook op de verdieping werden beide bouwdelen met elkaar verbonden. Links achterin het rechter casco heeft van de begane grond tot de zolder een spiltrap gestaan die de verschillende niveaus ontsloot. 

In het eerste kwart van de 19e eeuw zijn de vensters en de voordeur in de voorgevel gemoderniseerd en plaatste men aan de achterzijde nieuwe vensters op zolder in de oostelijke achtergevel en op de begane grond in de westelijke achtergevel. Uit deze periode dateren eveneens de schouwen met gestucte boezems in de kamers links op de begane grond. Waarschijnlijk is ook het linker casco in deze tijd onderkelderd. Het huis was gedurende de gehele 19e eeuw eigendom van de familie Thorbecke, een van oorsprong Duitse familie van rijke en invloedrijke kooplieden en (later) tabakshandelaren. Op nummer 12 woonde in het begin van de 19e eeuw Jan Everhard Thorbecke, een oom van de later zeer bekend geworden liberaal staatsman en Johan Rudolf Thorbecke, naar wie de Thorbeckegracht in 1876 is vernoemd.

In de 20e eeuw vonden nog diverse verbouwingen plaats, waarvan de vervanging van de oude spiltrap door de huidige verdiepings- en zoldertrap het meest ingrijpend was. Deze ingreep vond vermoedelijk plaats in het eerste kwart van de vorige eeuw. In deze tijd werd ook de kapconstructie van het linker casco vernieuwd. Andere wijzigingen betroffen het aanbrengen van dubbele bedrijfsdeuren rechts in de voorgevel, het moderniseren van het interieur en meer recent de splitsing van het huis aan de Thorbeckegracht en de achtergelegen bebouwing aan de Menno van Coehoornsingel. 

waardering
De cultuurhistorische waardering is onderverdeeld in een aantal deelwaardestellingen. Daarnaast worden de bouwfasering en de waardering visueel gepresenteerd op de bijgevoegde faserings- en waarderingsplattegronden. Deze zijn tevens in hogere resolutie onder het tabblad ‘bijlagen’ te downloaden. 

faseringsplattegronden

  • rood: 17e eeuw
  • oranje: 18e eeuw
  • paars: 19e eeuw
  • roze: 20e eeuw
  • kruizen: fasering van het in het zicht zijnde plafond of balklaag. Daar waar de vloerconstructie in het zicht is, markeren de kruizen de balklaag. 

waarderingsplattegronden

  • blauw: hoge monumentwaarden, van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object. 
  • groen: positieve monumentwaarden, van belang voor de structuur en/of de betekenis van het object.
  • geel: indifferente monumentwaarden, van relatief weinig belang voor de structuur en/of de betekenis van het object.
  • kruizen: monumentwaarden van plafond. Daar waar de vloerconstructie in het zicht is, markeren de kruizen de balklaag. 

algemene historische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie

  • Thorbeckegracht 12 is van belang vanwege de herkenbaarheid van het historisch gebruik van het pand als voornaam woonhuis. De indeling en de fragmentarisch bewaard gebleven onderdelen van het historisch interieur bieden een kijkje in de materiële wooncultuur van een welgestelde koopmansfamilie in Zwolle.
  • Het pand is van belang als woonhuis van de familie Thorbecke, in ieder geval vanaf het begin van de 19e eeuw (maar mogelijk al daarvoor). Deze van oorsprong Duitse familie van ‘factoors’ vestigden zich aan de Dijk langs de gracht van het Noordereiland, het centrum van de transitohandel in Zwolle. De familienaam werd later vooral bekend door Johan Rudolf Thorbecke, de liberale staatsman die de grondwetswijziging van 1848 voorbereide, geboren werd op nummer 11 en naar wie de huidige Thorbeckegracht in 1876 is vernoemd. 

ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden

  • Thorbeckegracht 12 omvat een historisch gegroeid complex bestaande uit een representatief huis aan de gracht en het rechtsachter gelegen achterhuis en is in historisch-ruimtelijke zin direct gerelateerd aan de achtergelegen bebouwing aan de Menno van Coehoornsingel. 
  • Het huis vormt een belangrijke en beeldondersteunende schakel in de historische gevelwand aan de Thorbeckegracht. De bouw en uitbreiding van de verschillende bouwdelen op het perceel is zeer representatief voor de ruimtelijke ontwikkeling van de bebouwing aan ‘den Dijk’, de latere Thorbeckegracht, vanaf de aanleg van de vestingwerken in de 17e eeuw. 

architectuurhistorische waarden

  • Het gebouw is van belang vanwege de grotendeels gaaf bewaard gebleven brede voorgevel gebouwd omstreeks het midden van de 18e eeuw. De cultuurhistorische kwaliteiten van de gevel komen tot uitdrukking in de symmetrische gevelindeling, het zeer verzorgde en grotendeels van originele voegen voorziene metselwerk en de materialisering en detaillering van de kroonlijst, de kozijnen en de voordeur met bovenlicht. Hierbij moet ook vermeld worden dat voor het huis, als één van de weinige panden aan de Thorbeckegracht, nog de oorspronkelijke hardstenen privéstoep ligt. 
  • Aan de achterzijde ligt de architectuurhistorische waarde hoofdzakelijk besloten in de relatief gaaf bewaard gebleven 17e-eeuwse achtergevel aan de oostzijde en de laat 17e- of 18e-eeuwse achtergevel aan de westzijde. 
  • Het huis is daarnaast van architectuurhistorisch belang vanwege de deels gaaf bewaard gebleven 18e-eeuwse indeling met een centrale gangstructuur met vertrekken aan weerszijden op de begane grond en een voor- en achterkamer (porte-brisée) links op de verdieping. De bewaard gebleven interieuronderdelen uit de 18e en vroege 19e eeuw vertegenwoordigen een hoge cultuurhistorische waarde. Het gaat hierbij om de marmeren gangvloer op de begane grond, de paneeldeuren in de gang en tussen de kamers links op de begane grond en de verdieping, het stucwerk in de gang en de schouwen met gestucte schouwboezems in de voor- en achterkamer links op de begane grond en tot slot de historische klinker- en plavuizenvloer in de kelder. 

bouwhistorische waarden

  • Thorbeckegracht 12 is van belang vanwege de lange en complexe bouwgeschiedenis vanaf de 17e eeuw en de ruimtelijke ontwikkeling van twee individuele panden en een achterhuis tot één breed huis. De gelaagdheid van de bouwgeschiedenis en de verwevenheid van de onderlinge bouwmassa’s is vooral zichtbaar/afleesbaar vanaf het nog deels open binnenterrein en is inpandig beleefbaar door de verschillende vloerniveaus van de afzonderlijke bouwdelen. 
  • De bouwhistorische waarden zijn in materiële zin gelegen in de bewaard gebleven onderdelen van de twee individuele casco’s uit de 17e- en (mogelijk) 18e eeuw, betreffende de rondhouten kapconstructie aan de oostzijde, de enkelvoudige naaldhouten balklagen (inclusief trapraveling en boogvormige uitsparingen), de bouwmuren en de gevels. 
  • De kelder is in vorm en constructie niet zeldzaam of bijzonder, van belang is met name de historische context van de aangetroffen funderingsproblematiek die tot uitdrukking komt in de rechter kelderwand.