1700-1750
×

1700-1750

Meer afbeeldingen


Ontstaan van de panden in 1700-1750

Het dorp De Steeg is ontstaan nabij kasteel Middachten, op de smalle overgang van de Veluwestuwwal naar het rivierdal van de IJssel. De agrarische nederzetting bestond lange tijd uit de buurtschappen Middachtersteeg en Rhedersteeg, bepaald door de huizen Middachten en Rhederoord. De grens tussen de buurten werd gevormd door het tracé van de Oversteeg, Diepesteeg en de Beekhuizenseweg. De invloedssfeer van Middachten en Rhederoord vertaalde zich ook in de kleuren van de luiken van de huizen: rood-wit voor Middachten en zwart-wit voor Rhederoord. Tot in het midden van de 19e eeuw werd De Steeg gevormd door een groep verspreide boerderijen met akkers en moestuinen. Langs de doorgaande weg van Zutphen naar Arnhem stonden enkele logementen, zoals hotel de Engel (gesloopt in 1972). 

Volgens de bestaande literatuur dateren de twee panden Hoofdstraat 30-32 en 34-36 uit het einde van de 17e eeuw en hebben ze van oudsher een directe relatie met kasteel Middachten als voormalige dienstwoningen. Het uitgestrekte grondgebied van het landgoed bevond zich echter ten oosten van de Diepesteeg. De twee panden aan de Hoofdstraat staan zo bezien op relatief grote afstand van het hoofdhuis. Daarom kan niet uitgesloten worden dat de gebouwen pas op een later moment, in de loop van de 18e of in het begin van de 19e eeuw, in eigendom zijn gekomen van de heer van Middachten bij de uitbreiding van het grondgebied. De eerste archiefbron die deze eigendomssituatie bevestigt is namelijk de kadastrale minuut met bijbehorende gegevens uit 1832.  

Ook over de 17e eeuwse datering van de panden bestaat enige twijfel. Door ingrijpende verbouwingen en wijzigingen in de 20e eeuw is, behoudens de hoofdvorm, de kelders met tongewelf, de gevel van nr. 30-32 en mogelijk enkele hergebruikte raamkozijnen in de voorgevels, niets van de oorspronkelijke bebouwing bewaard gebleven. De toepassing van drieklezoren in het metselwerk als hoekoplossing maakt een datering in de 17e eeuw onwaarschijnlijk. Aannemelijker is dat de panden in de periode 1700-1750 zijn gebouwd. Hoewel in de huidige situatie weinig meer resteert van deze bouwfase, kan aan de hand van de bestaande situatie op de bouwtekeningen van 1953 iets gezegd worden over de oorspronkelijke constructie, indeling en functie van de gebouwen. Uit de opmetingen blijkt namelijk dat beide panden de opzet hadden van een driebeukig hallehuis, met een hoofdbeuk en twee lagere zijbeuken. De hoofdconstructie bestond uit een reeks gekoppelde gebinten, die via de gebintplaten rechtstreeks de daksporen ondersteunden. Oorspronkelijk is de nokhoogte en de hoogte van de zijgevels van beide panden een stuk lager geweest. Het panden waren ingedeeld met drie woonvertrekken boven een kelder aan de voorzijde en een ruime deel- of stalruimte aan de achterzijde. Hiermee sluiten de twee panden voor wat betreft constructie en indeling naadloos aan bij de typologie van de boerderijbouw in Oost-Nederland.

1832
×

1832

Bekijk afbeelding


Op de kadastrale minuutkaart van 1832 van de westzijde van De Steeg is de historische situering van de boerenwoningen met vrijstaande schuren duidelijk zichtbaar. In het kader van het rijkswegenplan van koning Willem I werd in 1823 de doorgaande verbinding van Zutphen naar Arnhem verhard en kwam de Rijksstraatweg (later bij De Steeg omgedoopt in Hoofdstraat) tot stand. 

1865-1900
×

1865-1900

Meer afbeeldingen


In de tweede helft van de 19e eeuw was er in de regio sprake van een groeiende groep mensen die zich een huis buiten de stad konden veroorloven. De welgestelden vestigden zich in eerste instantie aan de rand van de stad. Door de aanleg van de spoorlijn met eigen station in 1865 en de stoomtramlijn in 1887, werd De Steeg als vestigingsplaats aantrekkelijk. Landelijk wonen (permanent en tijdelijk) was voortaan te combineren met een goede bereikbaarheid van de stad. Dit leidde tot een toestroom van welgestelden en toeristen en tot de bouw van talloze villa’s en pensions aan de Rijksstraatweg, die transformeerde tot de ‘Hoofdstraat’ van De Steeg. Uit deze tijd zijn foto’s bewaard gebleven, waarop de oorspronkelijke gevel(indeling) van Hoofdstraat 34-36 te zien is. Rechts van het middelste venster bevindt zich dan nog een deur en op de zolderverdieping is één venster met middenstijl en luiken zichtbaar. 

1912
×

1912

Meer afbeeldingen


De splitsing van Hoofdstraat 34-36

In de huidige situatie bestaan beide panden uit twee woningen. De splitsing in de lengterichting van Hoofdstraat 34-36, waarbij links en rechts gescheiden woonvertrekken en deelruimten gerealiseerd werden, is door het kadaster vastgelegd in 1912. Deze splitsing was zeer waarschijnlijk tevens de aanleiding voor het wijzigen van de voorgevel. Het ontbreken van bouwsporen, het kleurverschil met de strekken boven de gevelopeningen en de toepassing van machinale baksteen in de plintzone, doen zelfs vermoeden dat in 1912 de voorgevel en de zijgevels in zijn geheel opnieuw zijn opgetrokken. Hierbij zijn waarschijnlijk de bestaande deur- en raamkozijnen herplaatst. Al eerder moet echter een nieuwe kapconstructie met kapspanten zijn aangebracht (zie foto van voor 1887 in het vorige venster). Deze ingreep bood ruimte om de zijgevels en dakvlakken te verhogen. 

1952-1953
×

1952-1953

Meer afbeeldingen


Een ingrijpende verbouwing in 1952-1953

In de monumentenbeschrijving van de Rijksdienst wordt vermeld dat de panden in 1964 zijn gerestaureerd. Het archiefonderzoek spreekt deze informatie tegen. Er zijn is geen enkele documentatie van werkzaamheden in de jaren ’60 in de archieven van de Rijksdienst, de gemeente Rheden of bij het Gelders Archief aangetroffen. In het bouwdossier bij de gemeente bevinden zich wel verbouwingstekeningen uit van architect Gerrit van den Burg uit Ellecom. De tekeningen zijn onderdeel van een vergunningaanvraag voor ‘woningverbetering’ van de huizen aan de Hoofdstraat in 1952-1953, ingediend door de rentmeester van Middachten. Net als het buurpand in 1912, werd ook Hoofdstraat 30-32 gesplitst in de lengterichting en voor dubbele bewoning geschikt is gemaakt. Op basis van de plannen werden de achtergevels en de hoofddraagconstructie van beide panden volledig vernieuwd. Ter vervanging van de gebinten bouwde men op de scheiding van de woningen een dragende muur. Ook de vloeren van de begane grond en de verdiepingsbalklaag werd vernieuwd. De bestaande kapconstructies bleven bij deze verbouwing mogelijk nog intact. In de deelruimte en aan de achterzijde op de zolders van beide panden werden extra woon- en slaapvertrekken gerealiseerd. Ten behoeve van de woningscheiding van Hoofdstraat 30-32 werd daar in de rechter zijgevel een nieuwe toegang gemaakt. In de linker zijgevel werden twee nieuwe deuren en twee nieuwe vensters ingehakt en is aan de achterzijde een vensteropeningen dichtgemetseld. In de zijgevels van Hoofdstraat 34-36 werden aan de achterzijde ter hoogte van de gang rechts en bij de toiletten nieuwe vensters geplaatst. Tot slot is er op het achtererf van nr. 30-32 een nieuwe schuur gebouwd. 

1977
×

1977

Bekijk afbeelding


Uit een opmeting in het archief van de Rijksdienst voor Monumentenzorg uit 1977 blijkt dat op enig moment in het linker dakschild van Hoofdstraat 30-32 een dakkapel is toegevoegd. Daarnaast valt op dat in de rechter zijgevel en in de top van de voorgevel bij nr. 30-32 luiken zijn ingetekend, terwijl deze zowel op de bestaande, als op de nieuwe toestand in 1952 niet zijn weergegeven. Het is onduidelijk of het hier gaat om een gewijzigde uitvoering in 1952-1953, of dat er in 1964 toch op op kleine schaal restauratiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Een derde mogelijkheid is dat de jaren ’50 geplande verbouwing pas in de jaren ’60 doorgang heeft gevonden. Er zijn echter geen archiefstukken die deze gedachtegang ondersteunen. 

1991
×

1991


Groot onderhoud in 1991

De laatste grote wijzigingen van de twee panden zijn tot stand gekomen bij de uitvoering van grootonderhoud in 1991. Zie voor de tekeningen van de bestaande en nieuwe situatie het tabblad 'bijlagen'. Het onderhoud had betrekking op het wijzigen van de indeling van de begane grond en het inbouwen van badkamers op de zolderverdieping. Daarnaast is in ieder geval in Hoofdstraat 30-32 de kapconstructie vernieuwd, waarbij ook dakvlakken en zijgevels iets verhoogd zijn. Op de tekeningen worden kapspanten van Hoofdstraat 34-36 nog gestippeld weergegeven. Tijdens het veldwerk kon de kap niet worden waargenomen door recente afwerking/betimmeringen, maar waarschijnlijk is ook hier in 1991 een moderne gordingenkap gerealiseerd. In de dakvlakken van beide woningen zijn dakramen nieuwe dakkapellen geplaatst. Tot slot is in de achtergevel van nr. 34-36 een deur vernieuwd en zijn in beide panden in de voorgevel aan de binnenzijde achterzetramen aangebracht. 

1700-1750
1832
1865-1900
1912
1952-1953
1977
1991

Introductie


Ten tijde van het onderzoek werden door woningcorporatie Vivare onderhoudswerkzaamheden voorbereid van een viertal gemeentelijke monumenten en één rijksmonument in de gemeente Rheden. Vanwege de beschermde status van de panden wordt door de gemeente Rheden veel waarde gehecht aan de zorgvuldige omgang met de historische bebouwing. In aanvulling op het kleurhistorisch onderzoek van Bouwhuis & Journee, hebben Belfort en ARCX een bouwhistorische quickscan uitgevoerd van Hoofdstraat 30-32 en 34-36 in De Steeg. De bouwhistorische quickscan moet op hoofdlijnen de bouwgeschiedenis van de panden inzichtelijk maken. De uitkomsten van het onderzoek worden gekoppeld aan de gegevens uit het kleurhistorisch onderzoek, zodat ten aanzien van de geplande werkzaamheden gegronde keuzes gemaakt kunnen worden. 

Het onderzoek heeft bestaan uit het verzamelen van informatie uit de bestaande literatuur en het verrichten van archiefonderzoek en bouwhistorisch veldonderzoek. Het archiefonderzoek heeft zich geconcentreerd op het opsporen van bouwdossiers in het Gelders Archief in Arnhem en bij de gemeente Rheden en het opzoeken van diverse kadastrale hulpkaarten bij het kadaster. Op 31 oktober en op 3 november 2014 heeft het bouwhistorisch veldwerk plaatsgevonden. Hierbij is het exterieur bekeken en konden de woningen van nummers 32 en 34 bekeken worden. Op grond van de zichtbare bouwdelen en in combinatie met de gegevens uit het literatuur- en archiefonderzoek zijn de verschillende bouwfasen en verbouwingen van de objecten gedocumenteerd.

Situering en beschrijving

De twee vrijstaande panden zijn gelegen aan de zuidzijde van de Hoofdstraat in De Steeg tussen de spoorlijn en de IJssel. De achtererven grenzen aan de recent bebouwde percelen tussen de historische bebouwing en het water. De voortuinen zijn verdiept aangelegd en worden van de openbare stoep gescheiden door een (niet-oorspronkelijk) ijzeren hekwerk. De panden zijn gebouwd in traditioneel-ambachtelijke stijl en hebben een rechthoekige plattegrond. De gebouwen tellen beiden boven een kelder één bouwlaag en een zolder onder een met oud-Hollandse pannen gedekt zadeldak. In alle dakvlakken zijn dakkapellen geplaatst en dakramen aangebracht. Op beide daken staat voor en achter een gemetselde schoorsteen. De nok en de zijgevels van nr. 34-36 zijn hoger dan die van nr. 30-32. De gevels zijn rondom uitgevoerd in schoon metselwerk. De plint bestaat bij de voorgevel en zijgevels van nr. 34-36 uit machinale baksteen. De voorgevels bestaan uit gemetselde tuitgevels met vlechtingen. De deuren en vensters hebben zware, houten kozijnen en zijn voorzien van luiken. De gevelopeningen worden aan de onderzijde begrensd door een rollaag en zijn aan de bovenzijde afgesloten met een strek. De ramen zijn voorzien van een roedeverdeling. Bij nr. 30.32 bevindt zich op zolder een bolkozijn dat oorspronkelijk onderdeel is geweest van een groter venster. Zie voor een overzicht van de zijgevels en de achtergevels bijgevoegde locatiefoto’s.

Advies en waardering


Samenvatting van de bouwgeschiedenis

Bij het onderzoeken van panden van substantiële ouderdom is het vaak onvermijdelijk dat bepaalde perioden in de bouwgeschiedenis voor een deel onbenoemd blijven. In het geval van Hoofdstraat 30-32 en 34-36 geldt dat met name voor de vroegste bouwfasen, de verbouwingen in de 20e eeuw zijn goed te volgen met behulp van archiefonderzoek. De panden zijn waarschijnlijk ontstaan in de periode 1700-1750 en zijn op enig moment (in ieder geval vanaf 1832) eigendom van de heer van Middachten. Oorspronkelijk ging het om twee driebeukige hallehuizen, met woonvertrekken aan de straat en de deel aan het achtererf. De hoofddraagconstructie van beide gebouwen werd gevormd door een reeks gebinten. De nokhoogte en de hoogte van de zijgevels van de twee panden was oorspronkelijk een stuk lager. Omstreeks 1912 werd Hoofdstraat 34-36 gesplitst in de lengterichting. Hierbij werden tevens de voorgevel en zijgevels vernieuwd. Een ingrijpende verbouwing van beide panden vond plaats in 1952-1953, waarbij ook Hoofdstraat 30-32 werd gesplitst en beide achtergevels opnieuw zijn opgetrokken. Daarnaast werd de hoofddraagconstructie van beide panden vernieuwd, wijzigde de gevelindeling van de zijgevels (van met name nr. 30-32) en veranderde de indeling van de woningen aan de achterzijde en op zolder. Tot slot is er in 1991 grootonderhoud uitgevoerd, waarbij in ieder geval van nr. 30-32 de kapconstructie is vernieuwd en sanitaire voorzieningen zijn gemoderniseerd. 

Waardering

Algemene historische waarden

De panden zijn van belang vanwege de directe relatie (in ieder geval vanaf de 19e eeuw) met Middachten en vormen een tastbare herinnering aan de uitbreiding en uitgestrektheid van het landbouwbedrijf van het kasteel. Deze connectie is in de huidige situatie zichtbaar door de rood-witte kleur van de luiken.

Architectuurhistorische en bouwhistorische waarden

Door ingrijpende verbouwingen omstreeks 1912 en in 1952-1953 is de gaafheid van de panden Hoofdstraat 30-36 fors aangetast. De architectuurhistorische waarden hebben hoofdzakelijk betrekking op de hoofdvorm van twee plattelandswoningen en de vormgeving van de voor- en zijgevels in traditioneel-ambachtelijke stijl. Van de eerste bouwfase zijn, behoudens de hoofdvorm, nog de twee kelders en een belangrijk deel van de voorgevel en de indeling van het woongedeelte aan de voorzijde van nr. 30-32 bewaard gebleven. 

Ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden

De panden vormen een beeldbepalend ensemble van twee voormalige plattelandswoningen aan de Hoofdstraat. Hoewel niet uitzonderlijk gaaf, zijn de gebouwen een zeldzaam onderdeel van de historische bebouwing aan de (oorspronkelijk onverharde) doorgaande weg van Zutphen naar Arnhem. De stedenbouwkundige waarde is aan de achterzijde aangetast door de inkorting van de achtererven en de nieuwbouw die tussen de historische bebouwing en de IJssel is gerealiseerd. 

Advies

In de loop der tijd zijn de panden en de directe omgeving aan verandering onderhevig geweest. Deze wijzigingen hebben lang niet altijd een positief effect gehad voor het aanzien van de gebouwen en de daaraan grenzende buitenruimte. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en onderhoud zijn er diverse aandachts- en verbeterpunten te benoemen.

Ten aanzien van het exterieur moet de nadruk voor instandhouding gelegd worden op de hoofdvorm en de voor- en zijgevels van beide panden. Bij toekomstig onderhoud wordt geadviseerd om hierbij de bestaande gevelindelingen te respecteren (met behoud van de oude kozijnen). Deze laten immers in het geval van Hoofdstraat 30-32 nog een deel van de oorspronkelijke toestand zien en vertellen daarnaast het verhaal van verandering in grofweg drie eeuwen bouwgeschiedenis.

Ten behoeve van toekomstige schilderwerkzaamheden kunnen, met behulp van historisch beeldmateriaal, ook algemene aanbevelingen gedaan worden voor het kleurgebruik. De kozijnen en dakgoten moeten in een lichte kleur worden geverfd. Op de foto van Hoofdstraat 34-36 van voor 1887 is te zien dat de luiken niet vergelijkbaar rood-wit waren geschilderd, zoals in de huidige situatie het geval is. Ook hadden de deuren een lichtere kleur dan de luiken. De kleurstelling van Hoofdstraat 30-32 aan het eind van de 19e eeuw is op historische foto’s niet te zien. De huidige kleur van de deuren en luiken dateert waarschijnlijk van omstreeks 1912. Het advies is om deze kleurstelling aan te houden. Daarnaast wordt geadviseerd om de palen van beide hekwerken in een minder opvallende kleur te schilderen, om zo het effect van de rood-witte luiken te versterken.