800-1300
×

800-1300

Bekijk afbeelding


HISTORISCH-STEDENBOUWKUNDIGE ONTWIKKELING TOT 1300

Over de vroegste geschiedenis van Doesburg is, zeker in vergelijking tot andere IJsselsteden als Zutphen en Deventer, weinig bekend. Verspreide vondsten van scherven aardewerk tonen aan dat er in de directe omgeving tussen de 8e en 12e eeuw mensen gewoond hebben. Bij archeologisch onderzoek in de binnenstad zijn echter vrijwel geen sporen van bewoning gevonden van voor de 13e eeuw. Toch moet Doesburg al voor de stadsrechtverlening van 1237 al wat voorgesteld hebben. De nederzetting had namelijk de beschikking over een eigen parochiekerk en bezat marktrechten. 

een burg bij de splitsing van rivieren
Een eerste twijfelachtige schriftelijke vermelding van Doesburg dateert uit de late 9e eeuw en betreft een mogelijk vervalste kopie uit de 11e eeuw. Ook in 1083 duikt de nederzetting in de bronnen op als villa ‘Diusburg’. In de actuele literatuur gaat men er vanuit dat de oudste kern van Doesburg buiten het huidige stadshart gelegen moet hebben. De vooralsnog meest steekhoudende hypothese is dat de nederzetting als (ringwal)burg op het hoogste punt van de binnenstad rond de Nieuwstraat is ontstaan. Deze locatie was ook zeer geschikt als men bedenkt dat dit tevens een strategische plek was waar twee rivieren samenkwamen. Tot de 16e eeuw mondde de Oude IJssel namelijk aan de oostzijde van de stad uit in de IJssel.

verplaatsing van kerk en nederzetting
Een locatie nabij de samenkomst van rivieren was weliswaar strategisch, maar leverde ook gevaar op. In de 14e eeuw werd een deel van de nederzetting door het water weggespoeld. Waarschijnlijk ondervond Doesburg ook al voor die tijd ernstige hinder van steeds terugkerende overstromingen en moest men noodgedwongen de oudste nederzetting opgeven. Ten zuidwesten hiervan ontstond geleidelijk een nieuwe bewoningskern. Omstreeks 1235 werd de bestaande parochiekerk verplaatst naar de huidige locatie van de Sint Maartenskerk. 

stedelijke handel en bloei vanaf de 13e eeuw
Doesburg ontvang op 19 september 1237 stadsrechten van Otto II van Gelre en Zutphen. De burgers krijgen hierbij het recht om verdedigingswerken op te trekken, bestaande uit een omwalling met poorten en een gracht. Archeologische vondsten uit deze periode zijn in Doesburg veelvuldig aangetroffen. Deze bewoningslaag ligt echter ‘koud’ op de pre-stedelijke en natuurlijke ondergrond. Dit wijst op een abrupte en snelle groei van de stad. Doesburg groeide in de late middeleeuwen in relatief korte tijd uit tot een stad met een regionale marktfunctie. Haar inwoners profiteerden van de handelsstromen over land en water. De stad lag niet alleen op de landroute van Münster naar Arnhem en Amersfoort, zeewaardige koggeschepen passeerden Doesburg via de IJssel en zorgden voor een levendige handel in overslag van goederen van en naar het achterland. Het hoogtepunt van de bloeiperiode lag in de 15e eeuw, waarin Doesburg (in 1447) tevens toetrad tot de Hanze. 

1300-1350
×

1300-1350

Meer afbeeldingen


DE UITBREIDING VAN EEN OVERWEGEND HOUTEN STAD

De begrenzing van de 13e-eeuwse stad liep aan de zuidzijde langs de gebogen Kloosterstraat en Boekholtstraat. Recent is bij een opgraving in de kelder van het Arsenaal, het voormalige convent Maria Opten Aelden Grave, een deel van de stadsgracht uit de 13e eeuw aangetroffen. De Meipoortstraat was in deze tijd nog een uitvalsweg buiten de stad met hooguit wat lintbebouwing. Dit veranderde in de 14e eeuw.

stadsuitleg van 1343
De toenemende welvaart leidde in 1343 tot een stadsuitbreiding aan de zuidoostzijde, waarbij de Meipoortstraat binnen de nieuwe ommuring en de stadsgracht kwam te liggen. Na de stadsuitleg zal vanaf de tweede helft van de 14e eeuw aan weerszijden geleidelijk een gesloten gevelwand zijn ontstaan.

houten en stenen huizen
De stad was aanvankelijk bebouwd met vrijstaande houten huizen. Tussen de panden werd een smalle ruimte onbebouwd gelaten ten behoeve van de afwatering, een zogenaamde osendrop of druipstrook. De osendrop tussen Meipoortstraat 41 en 43 toont aan dat op deze locatie oorspronkelijk ook houten (vakwerk)huizen gestaan hebben met ieder eigen scheidingsmuren.

Waar in belangrijke handelscentra als Arnhem, Kampen en Zutphen de stad al in de 14e eeuw in rap tempo ‘versteende’, bleef in Doesburg de houtbouw langere tijd domineren. Ook hier werden in de late 14e en 15e eeuw grote stenen koopmanshuizen gebouwd, maar deze stonden in clusters verspreid over de stad met daartussen overwegend houten huizen. Het feit dat Doesburg nog in het begin van de 17e eeuw geteisterd werd door twee stadsbranden is treffend voor de karakteristiek van een houten stad.

 

1350-1500
×

1350-1500

Meer afbeeldingen


RESTANTEN VAN TWEE LAAT-MIDDELEEUWSE HUIZEN

Beide onderzochte panden gaan in oorsprong terug tot de late middeleeuwen. Van deze huizen, die gebouwd zullen zijn in de late 14e- of in de 15e eeuw, resteren in ieder geval hergebruikte kaponderdelen. Mogelijk stammen ook de kelders en de gemeenschappelijke scheidingsmuur uit deze periode. De scheidingsmuur heeft op de verdieping een 10-lagenmaat van 70 cm. 

kelders
De keldergewelven van de twee huizen kennen een vergelijkbare opzet. Beide kelders zijn overdekt met bakstenen kruisgraatgewelven die in het midden ondersteund worden door een gemetselde kolom. In de linker kelder (nr. 39) komen de gewelven samen op twee slankere kolommen die iets hoger zijn opgemetseld. De gewelfvakken worden gescheiden door gordelbogen. 

kaponderdelen
De huidige kapconstructies van Meipoortstraat 39 en 41 zijn waarschijnlijk bij grootschalige verbouwingen van de panden in de 16e- of het begin van de 17e eeuw tot stand gekomen. In beide kappen zijn echter onderdelen hergebruikt van een oudere kap uit de late 14e- of 15e eeuw. Bij het linker huis (nr. 39) gaat het om de flieringen, een enkel haanhout met rechthoekige doorsnede en diverse hergebruikte onderdelen van de kapgebinten. Deze zijn onder andere te herkennen aan de toepassing van gesneden telmerken. 

In de kap van het rechter pand (nr. 41) zijn eveneens diverse oudere kaponderdelen met gesneden telmerken hergebruikt. Bijzonder is dat de twee secundair toegepaste dekbalken in de oorspronkelijke situatie direct verbonden waren met de daksporen. Een dergelijk constructieprincipe past bij de overgang van een zuivere sporenkap naar een gebintenkap en is ook aangetroffen op de zolder van Koepoortstraat 20. Die kap is in 2009 met behulp van dendrochronologisch (jaarringen) onderzoek gedateerd tussen 1384 en 1396. 

1500-1650
×

1500-1650

Meer afbeeldingen


NIEUWBOUW VAN MEIPOORTSTRAAT 39 EN 41

Na de 15e eeuw zijn zowel Meipoortstraat 39 als 41 grotendeels opnieuw opgetrokken, mogelijk als gevolg van een calamiteit zoals een (stads)brand. De daadwerkelijke reden voor sloop van de bestaande laatmiddeleeuwse huizen is onbekend. De constructieve kenmerken van beide huizen lijken te wijzen op nieuwbouw in de 16e- of in het begin van de 17e- eeuw. 

Meipoortstraat 39

kap- en draagconstructie
De kapconstructie van Meipoortstraat 39 is opgebouwd uit vier achter elkaar geplaatste dekbalkgebinten. Aan de zijkanten rusten op de gebinten platen (de flieringen) die via windschoren met de gebintstijlen verbonden zijn en de daksporen ondersteunen. Bovenin zijn de daksporen paarsgewijs met elkaar verbonden met zogenaamde haanhouten. Alle constructieonderdelen zijn van eikenhout en zijn overwegend opeenvolgend genummerd met gehakte telmerken (I t/m III). Een dergelijk systeem is in Nederlandse woonhuizen vanaf het laatste kwart van de 15e eeuw toegepast. Zoals reeds vermeld zijn enkele oudere kaponderdelen hergebruikt. 

De zoldervloer rust op een zware eikenhouten, enkelvoudige zolderbalklaag die in de bouwmuren is opgelegd. Ook de verdiepingsbalklaag die op de begane grond ter plaatse van de doorgang is te zien, is zwaar en enkelvoudig uitgevoerd. Het metselwerk van de bouwmuren en de borstwering is op de verdieping en zolder deels in het zicht. Van de rechter zijgevel is een 10-lagenmaat gemeten van ca. 68 cm. 

hijsrad
Op de zolder bevindt zich aan de voorzijde een open hijsrad, waarvan de buitenrand is samengesteld uit vier eiken planken. De eiken windas is via vier spaken verbonden met het rad en verloopt van vierkant naar rond. Bij de overgang is de as gedecoreerd met kapelletjes. Het touw waarmee zware lasten naar boven gehesen werden liep over het rad via de smeedijzeren V-vormige geleidehaken. De hijsbalk ontbreekt. Het is niet eenvoudig om hijsraderen te dateren, ook omdat ze vaak later in een kap worden aangebracht. De toepassing van eikenhout wijst over het algemeen op een datering voor het midden van de 17e eeuw. De vorm van het rad (open) past echter meer bij een latere datering. 

Meipoortstraat 41

kap- en draagconstructie
De kapconstructie van Meipoortstraat 41 lijkt typologisch sterk op de kap van nr. 39. Het betreft eveneens een eiken sporenkap die ondersteund wordt door (in dit geval drie) eiken dekbalkgebinten. De voorste twee gebinten zijn uitgevoerd met gekromde stijlen en zijn voorzien van windschoren. Net als bij het buurpand liggen bovenop de gebinten flieringen die de daksporen dragen. Opvallend is dat de ‘nieuwe’ kaponderdelen niet met telmerken genummerd zijn. Daarnaast bestaan de daksporen overwegend uit rondhout. Mogelijk vormt dit een aanwijzing voor een latere datering in de 17e eeuw. 

De zolderbalklaag is uitgevoerd met (eiken?) moer- en kinderbinten, die waarschijnlijk een niveau lager in het zicht is geweest. Op de overloop is een deel van een moerbalk met een geprofileerde console te zien. De profilering hiervan met een gebroken ojiefprofiel werd in de tweede helft van de 16e- en in de 17e eeuw toegepast. 

gevels
Op de voorgevel staat met gevelankers het jaartal 1623. De korfbogen met extra liggende laag bakstenen boven de gevelopeningen zijn karakteristiek voor Gelderse gevels uit de periode 1550-1640. Ter hoogte van de zolder dienen ze als ontlastingsboog voor het deels gereconstrueerde kruisvenster en de flankerende kloostervensters. Aan de vier bogen boven de gepleisterde begane grond is te zien dat het pand oorspronkelijk een hoge begane grond had met drie gevelopeningen en een toegang tot de osendrop. Het is verleidelijk om de 17e-eeuwse datering van de voorgevel gelijk te schakelen met de nieuwbouw van het achtergelegen huis. Een ouder 16e-eeuws casco met een in de 17e eeuw vernieuwde voorgevel behoort echter ook tot de mogelijkheden. 

De achtergevel is als tuitgevel met vlechtingen wat soberder uitgevoerd dan de voorgevel, maar dateert uit dezelfde periode. Aan de binnenzijde is op zolder te zien dat de luikopeningen centraal in de gevel ook werden afgesloten door korfbogen met daarboven een liggende laag bakstenen. Het formaat van de gebruikte bakstenen (25,5 x 12 x 5 met een 10-lagenmaat van 65 cm) vormt tevens een goede indicatie voor een datering in de 17e eeuw. 

 

1697-1800
×

1697-1800

Meer afbeeldingen


FRAGMENTEN UIT DE LATE 17e EN 18e EEUW

In constructief opzicht zal er in de late 17e- en in de 18e- eeuw weinig zijn veranderd. Dat er in deze periode met name in het interieur toch allerlei vernieuwingen zullen hebben plaatsgevonden, blijkt uit enkele bewaard gebleven fragmenten. 

vernieuwing van de voorgevel van Meipoortstraat 39
De voorgevel van Meipoortstraat 39 is van buiten gepleisterd, maar het metselwerk is op zolder aan de binnenzijde in het zicht. Het in vergelijking tot de bouwmuren veel kleinere baksteenformaat (10-lagenmaat van 53-54 cm) wijst erop dat de voorgevel later vernieuwd moet zijn. Restanten van ankers boven de begane grond hebben in het verleden mogelijk het jaartal 1697 gevormd (de 6 en een deel van de 9 ontbreekt). Dit zou goed de vernieuwing kunnen dateren. De gevel bevatte op zolder drie venster- en/of luikopeningen onder strekken, waarvan de twee buitenste al geruime tijd dichtgezet zijn. Opvallend is dat in de top niet één, maar twee ‘oeil-de-boeufs’ (ossenogen, kleine ronde openingen) boven elkaar zijn aangebracht. 

gangstructuur van Meipoortstraat 41
Op de begane grond van nr. 41 bevinden zich in de gang een tweetal deurkozijnen, een enkele deur en een omlijsting met brede profielen. De vormgeving van deze onderdelen past bij een datering in de 18e eeuw. De huidige gangstructuur van dit pand was in deze tijd dus al aanwezig. 

1800-1900
×

1800-1900

Meer afbeeldingen

 

DE VESTIGING VAN EEN STALHOUDERIJ

Meipoortstraat 39 in 41 zijn ooit gebouwd als twee individuele huizen, maar op enig moment zijn de twee percelen samengevoegd. Dit was wellicht al in de 18e eeuw het geval. De administratie van het Kadaster werpt enig licht op de bewoningsgeschiedenis van de panden in de 19e eeuw. Ook in deze periode zullen eigenaren hun huizen hebben aangepast aan de eisen en trends van de tijd, maar hiervan is in materiële zin vrijwel niets bewaard gebleven.

een boekenzaak en een stalhouderij
Omstreeks 1832 waren de twee huizen eigendom van boekverkoper Hendrik Kets. De hoofdbebouwing aan de straat was in deze tijd via een tussenlid verbonden met een langgerekt gebouw op het achterterrein. Na de dood van Kets in 1850 worden de huizen via zijn weduwe Maria Evekink verkocht aan Johannes Smit, bakker en verhuurder van paarden en rijtuigen. Wellicht was de achtergelegen bebouwing als stalling in gebruik. Als belangrijke uitvalsweg was de Meipoortstraat een geschikte locatie voor deze tak van dienstverlening. 

In 1869 wordt het bedrijf van Smit verkocht aan stalhouder Jacob Bernard Tempelaar die volgens het kadaster omstreeks 1896 een verbouwing liet uitvoeren. Hierbij werd de bestaande bebouwing op het achtererf vervangen door een nieuw (stal)gebouw. Hoogstwaarschijnlijk is rond deze tijd ook een poortdoorgang in de gevel van Meipoortstraat 39 gemaakt, waardoor paarden en rijtuigen van en naar de stalling geleid konden worden. De poort is later gewijzigd, waardoor het huidige beeld is ontstaan. 

vernieuwing van gevels en indeling
Ten tijde van de ingebruikname van Meipoortstraat 39 en 41 als woning met stalhouderij zijn de voorgevels van beide panden in de tweede helft van de 19e eeuw gemoderniseerd. Op historische foto’s van omstreeks 1900 is te zien dat beide gevels gepleisterd waren. De indeling van de gevels in deze tijd komt grotendeels overeen met de huidige situatie. Op zolderniveau waren bij nr. 41 van de 17e-eeuwse vensters alleen de onderlichten nog open. De gevelopeningen waren geaccentueerd met geprofileerde ‘wenkbrauwen’ (sierlijsten), op de begane grond gedecoreerd met gestucte kuiven. De vensters konden worden afgesloten met persiennes. 

De voorgevel van Meipoortstraat 39 werd in deze periode voorzien van nieuwe zesruits schuifvensters op de verdieping. Twee paardenhoofden markeerden de doorgang met dubbele deuren naar de stalling. Waarschijnlijk heeft men tegelijk met het creëren van een doorgang ook de zolderbalklaag van het achterste deel van Meipoortstraat 39 verhoogd. Op deze wijze ontstond aan de achterzijde op de verdieping ruimte voor extra woon- of slaapvertrekken. Mogelijk heeft men bij deze ingreep tevens de top van de achtergevel gesloopt en hier een kroonlijst aangebracht. 

1900-heden
×

1900-heden

Meer afbeeldingen


VERBOUWINGEN IN DE 20e EEUW

In het begin van de 20e eeuw wordt de stalhouderij op moderne wijze voortgezet door rijtuigfabrikant Gerrit Jan Donderwinkel. Achter het pand Meipoortstraat 43 startte hij een stoomrijtuigfabriek, waar rijtuigen en automobielen gemaakt werden. Daarnaast runde hij een garagebedrijf, waar uiteindelijk ook Meipoortstraat 39-41 deel van uitmaakte.

de rijtuigfabriek en garage van Donderwinkel
Op enig moment, nog in de eerste helft van de 20e eeuw, betrok Donderwinkel Meipoortstraat 39-41 bij zijn garagebedrijf, waarvoor de poort van nr. 39 verbreed moest worden. In 1961 werd de onderpui van Meipoortstraat 39 vernieuwd en bouwde de garagehouder geschakelde garageboxen op het achterterrein. Deze boxen staan er nog altijd, weliswaar in gewijzigde vorm. In 1978 werden de autostallingen namelijk verbouwd en herbestemd tot atelier en boetiekjes, behorend bij de voor toeristen toegankelijke mosterd- en azijnfabriek van de G. Kuperus. 

tussenverdieping Meipoortstraat 41
In het vorige venster 1800-1900 is ingegaan op de verhoging van de zolderbalklaag van Meipoortstraat 39 en het creëren van extra woonruimte aan de achterzijde. Bij nr. 41 is voor een vergelijkbare oplossing gekozen, waardoor ook hier een indeling met een dwarsgang en een kamer ontstond. Op zolder scheidde men het hogere voorste deel af met een gemetselde binnenmuur. Hierin is een oudere opgeklampte deur met kozijn opgenomen. Het is onduidelijk wanneer deze wijzigingen exact hebben plaatsgevonden. De vormgeving van de trap wijst op een mogelijke datering omstreeks 1900. 

restauratie van 1991
Op 9 oktober 1990 werd namens de V.O.F. Doesburgsche Mosterd- en Azijnfabriek vergunning aangevraagd voor de restauratie van de gevels en herstel van de kapconstructie. Dit resulteerde voor wat betreft het exterieur in een gereconstrueerd historisch beeld, waarbij diverse moderniseringen uit de 19e- en 20e eeuw ongedaan gemaakt werden. Zo verdween aan de achterzijde een kort voor 1912 aangebouwde serre. Beide voor- en achtergevels kregen nieuwe vensters. De trapgevel van nr. 41 werd ontpleisterd, men restaureerde de kruis- en kloostervensters op de verdieping en het oeil-de-boeuf in de top werd vervangen door een nieuw kloostervenster. De poort van nr. 39 kreeg bij de restauratie haar huidige boogvorm. 

Het restauratieplan omvatte ook een wijziging van de indeling, voorzien van enkele historiserende interieuronderdelen. Op de begane grond kreeg het vertrek rechts aan de straat een nieuwe schouw en en-suite-deuren met ‘19e-eeuwse’ detaillering. In dezelfde trant werden aan de achterzijde nieuwe deuren geplaatst. Ten behoeve van een winkel in de doorgang is in deze tijd van voor naar achter een nieuwe binnenmuur opgetrokken. In de gang is een nieuwe lambrisering aangebracht en zijn aan beide uiteinden tochtportalen gerealiseerd. 

 

800-1300
1300-1350
1350-1500
1500-1650
1697-1800
1800-1900
1900-heden

Introductie


aanleiding
Op dit moment worden plannen gemaakt voor de verbouwing van Meipoortstraat 39-41 in Doesburg. Vanwege de monumentenstatus en de ligging binnen het beschermd stadsgezicht heeft de gemeente om een bouwhistorische verkenning met waardestelling gevraagd. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij de veranderingen in het geding zijn en waar de ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen. 

onderzoek
Het onderzoek was gericht op het in kaart brengen van de bewaard gebleven historische structuur van de huizen en de daarin te onderscheiden bouwfasen. Allereerst zijn de aanwezige gegevens in de literatuur en archieven geïnventariseerd. Vervolgens is een bezoek gebracht aan het Streekarchief de Liemers en Doesburg. Hier zijn beschikbare 20e-eeuwse bouwtekeningen geraadpleegd en zijn historische foto’s opgezocht. Via diverse beeldbanken is aanvullend historisch beeldmateriaal verzameld. Het veldwerk heeft plaatsgevonden op 15 juni 2018. 

digitale rapportage
Alle gegevens zijn chronologisch geordend en digitaal gepresenteerd in opeenvolgende vensters in de tijdlijn en voorzien van een waardering op www.tijdbeeld.com. De directe link naar de  rapportage is: http://www.tijdbeeld.com/projecten/72/doesburg Hoewel via de website een PDF-versie van het rapport gegenereerd kan worden, is dit hoofdzakelijk bedoeld als archieffunctie. Tekst en afbeeldingen zijn optimaal te bekijken via bovenstaande link. 

situering
De twee huizen zijn met de voorgevel opgenomen in de noordelijke gevelwand van de Meipoortstraat en bevinden zich in het stadsdeel dat bij een uitbreiding in 1343 binnen de middeleeuwse ommuring werd opgenomen. Meipoortstraat 41, het rechter pand, is met een zogenaamde osendrop (smalle gang) gescheiden van de rechter belending. Aan de achterzijde grenzen de huizen aan een ruim open binnenterrein dat openbaar toegankelijk is via een brede poort onder het linker pand Meipoort 39. Rond het binnenterrein staat bebouwing die in de huidige situatie behoort tot “De Gildehof”. Deze gebouwen zijn op locatie niet nader onderzocht. 

beschrijving
Beide panden zijn gebouwd op een rechthoekige plattegrond en tellen boven een kelder twee (nr. 39) en één bouwlaag (nr. 41) en een zolder onder een schilddak (nr. 39) en een zadeldak (nr. 41). Meipoortstraat 39 heeft een gepleisterde tuitgevel met sieranker in de top. Op de begane grond bevindt zich links een poort die helemaal doorloopt tot het achtergelegen binnenterrein. Op de verdieping heeft het huis zesruits schuifvensters, de zolder is van buiten toegankelijk via een pakhuisdeur. De achtergevel is een gepleisterde lijstgevel. 

De voorgevel van Meipoortstraat 41 is uitgevoerd als trapgevel. De begane grond is ingedeeld met links de voordeur met twee hardstenen stoeptreden, centraal twee zesruits schuifvensters en rechts de toegang tot de osendrop. Het rechter venster grenst aan de onderzijde aan een met luiken afgesloten kelderlicht. Het bovengedeelte van de gevel is uitgevoerd in schoon metselwerk. De gevelankers op de verdieping vormen het jaartal 1623. Ter hoogte van de zolder bevinden zich gerestaureerde/gereconstrueerde (kruis)vensters. Ook hier is een sieranker in de top aangebracht. De achtergevel is uitgevoerd als gepleisterde tuitgevel. 

De twee huizen worden intern gescheiden door een gemeenschappelijke bouwmuur, maar zijn op de begane grond, verdieping en zolder via enkele kleine doorbraken met elkaar verbonden.

Zie voor de exacte indeling van gevels, plattegronden en doorsneden de opmeting van de bestaande toestand van architektenburo Jacobi van 11-05-2018. Deze tekeningen zijn te vinden onder het tabblad bijlagen. 

Advies en waardering


samenvatting van de bouwgeschiedenis
De Meipoortstraat werd bij een stadsuitbreiding in 1343 binnen de stad getrokken en was een belangrijke uitvalsweg, met aan het eind de Meipoort. Oorspronkelijk zullen hier overwegend houten huizen gestaan hebben. De onderzochte huizen zijn in hun huidige vorm ontstaan na nieuwbouw in de 16e- of in het begin van de 17e eeuw. Mogelijk dateren de jaartalankers ‘1623’ niet alleen de voorgevel van nr. 41, maar vond in dat jaar tevens de nieuwbouw van het huis plaats. De voorgevel van nr. 39 is later vernieuwd (mogelijk 1697). Beide panden bevatten nog restanten van laat-middeleeuwse voorgangers uit de late 14e- of 15e eeuw. Het gaat hierbij om hergebruikte kaponderdelen en mogelijk de gemeenschappelijke scheidingsmuur en de gewelfkelders.

Wanneer beide panden zijn samengevoegd is niet bekend, maar al in de 18e eeuw zullen de huizen in handen zijn geweest van één eigenaar. De huidige gangstructuur van nr. 41 was in deze tijd al aanwezig. In de tweede helft van de 19e eeuw waren de panden in gebruik als woning met stalhouderij, waarvoor bij nr. 39 op de begane grond een doorgang naar de achtergelegen stalling gerealiseerd werd. Begin 20e eeuw maakt de bebouwing deel uit van een rijtuig- en carrosseriefabriek met garage. Diverse wijzigingen van gevels en interieur uit deze tijd zijn later ongedaan gemaakt. Op enig moment, waarschijnlijk in de late 19e- of in het begin van de 20e eeuw, zijn van beide huizen de zolderbalklagen aan de achterzijde verhoogd. Hiermee ontstond de huidige indeling op de (tussen)verdieping met een dwarsgang en volwaardige woon- en/of slaapvertrekken. De restauratie uit 1991 is tot slot bepalend geweest voor het huidige aanzien van exterieur en interieur. 

waardering
De cultuurhistorische waardering is onderverdeeld in de volgende deelwaardestellingen:

waarden vanuit de gebruikshistorie

  • Hoewel Meipoortstraat 39 en 41 een lange bewonings- en gebruiksgeschiedenis kennen, zijn er relatief weinig sporen bewaard gebleven die herinneren aan het historische gebruik. De aanwezigheid van het hijsrad verwijst duidelijk naar de functie van de zolder van nr. 39 als pakzolder.
  • Hoewel de poort op de begane grond van nr. 39 in vorm en breedte later is gewijzigd, vormt deze een tastbare herinnering aan de functie van het pand als stalhouderij in de tweede helft van de 19e eeuw. In dit licht is nog vermeldenswaardig dat de voordeur van nr. 41 nog voorzien is van twee kleine paardenhoofden. 

stedenbouwkundige waarden

  • De huizen zijn van belang als schakel in de historische bebouwing aan de noordzijde van de Meipoortstraat en vervullen een beeldondersteunende rol. Beide panden vormen al geruime tijd een ensemble, maar tonen zich aan de straatzijde als individuele huizen. Het achterterrein is van historisch-stedenbouwkundige waarde als oorspronkelijk open binnenterrein.
  • De osendrop rechts van Meipoortstraat 41 verwijst naar de oorspronkelijke verkaveling en bebouwing met overwegend houten huizen met eigen bouwmuren.

architectuur- en bouwhistorische waarden

  • Meipoortstraat 39 en 41 zijn van belang vanwege de lange en rijke bouwgeschiedenis, die bij dit onderzoek slechts op hoofdlijnen in beeld gebracht kon worden. De indeling met tussenverdiepingen en niveauverschillen draagt op positieve wijze bij aan de beleving van de historische gelaagdheid. 
  • De grootste bouwhistorische waarden zijn gelegen in de bewaard gebleven onderdelen van het casco uit de 16e- of het begin van de 17e eeuw (met laat-middeleeuwse restanten). Het gaat hierbij om de relatief gaaf bewaard gebleven eiken kapconstructies, de gemeenschappelijke scheidingsmuur en bouwmuren, de enkelvoudige eiken verdiepings- en zolderbalklaag van nr. 39, de zolderbalklaag van eiken (?) moer- en kinderbinten van nr. 41 en beide kelders met kruisgraatgewelven. Omdat deze niet in het zicht zijn, is de bouwhistorische waarde van de zoldervloeren aan de achterzijde en de vloer van de tussenverdieping van nr. 41 onbekend. 
  • Met uitzondering van de achtergevel van nr. 39 zijn de voor- en achtergevels in hoofdopzet nog oorspronkelijk. De architectuur is representatief voor de periode van ontstaan. Hoewel de indeling en materialisering van deuren en vensters grotendeels het gevolg is van de restauratie uit 1991, levert het exterieur een positieve bijdrage aan het stadsbeeld in dit gebied.  
  • Voor wat betreft het interieur is met name de indeling op de begane grond van nr. 41 van belang, bestaande uit een gangstructuur met vertrekken aan de rechter zijde. Het historische karakter van de gang wordt versterkt door de bewaard gebleven 18e-eeuwse deuren en deurkozijnen en het 19e-eeuwse portaal. Verdere historische interieuronderdelen van belang zijn het hijsrad en de 18e-eeuwse deur op de zolder van nr. 39 en de 17e-eeuwse kelderdeur en deur op zolder van nr. 41.  

aanbevelingen

  • Op grond van de cultuurhistorische waardering is het gewenst om bij een toekomstige verbouwing voort te borduren op de bewaard gebleven historische structuur van de huizen. Met name bij de casco’s, het hijsrad en de gangstructuur op de begane grond van nr. 41 is behoud en herstel van de bestaande situatie op zijn plaats. 
  • Het is aan te bevelen om bij het (gedeeltelijk) strippen van het interieur de bevindingen en conclusies van deze rapportage te actualiseren. Let hierbij op mogelijk cultuurhistorisch waardevolle vloerconstructies die op dit moment niet in het zicht zijn. 
  • Beide panden kennen een lange en complexe bouwgeschiedenis, waarvan bij dit onderzoek slechts de hoofdlijnen in kaart gebracht zijn. Geadviseerd wordt om bij gelegenheid dendrochronologisch onderzoek uit te laten voeren. Bij dit specialistische onderzoek wordt door middel van een holle boor een monster uit een deel van de (eiken)houten constructie genomen. Aan de hand van het specifieke jaarringenpatroon kunnen de verschillende constructieonderdelen van de kappen en balklagen vrijwel exact gedateerd worden. Dit levert waardevolle informatie op over de bouw- en verbouwgeschiedenis.