Bakkerstraat
×

Bakkerstraat

Meer afbeeldingen


stenen huizen met achterhuizen op ruime percelen
De Bakkerstraat behoort tot de oudste straten van de Arnhemse binnenstad en vormde een belangrijke noord-zuidverbinding in de middeleeuwse nederzetting die tot ontwikkeling kwam tussen de Eusebiuskerk en de in de 12e eeuw meer naar het noorden gestichte commanderij van St. Jan. Na de stadsrechtverlening in 1233 ommuurde men tegen het einde van de 13e eeuw het gebied tussen de Doelenstraat, Beekstraat, Oude Oeverstraat en Hoogstraat. Oorspronkelijk liep de Bakkerstraat door tot langs de westzijde van de Eusebiuskerk. De zuidelijke bouwblokken gingen echter bij verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog verloren en werden slechts voor een klein deel herbouwd. Na de oorlog werd hier een groot kerkplein aangelegd. 

In de Bakkerstraat stonden al in de (late) middeleeuwen vrij grote en belangrijke stenen huizen. Ten zuiden van de Papagaaigang, aan de westzijde van de straat, werden in 1978 deels tufstenen muurfragmenten op een fundering van veldkeien blootgelegd. Deze restanten dateren mogelijk uit de 12e eeuw. Kaarten uit de 16e en 17e eeuw tonen aan de oostzijde overwegend diepe panden met topgevels aan de straat, vaak voorzien van achterhuizen en vrijstaande bebouwing op ruime en diepe percelen.

voor 1758
×

voor 1758

Meer afbeeldingen

Aan het eind van de 16e eeuw is het onderzochte huis in bezit van hopman Hans van Ringelbergh en wordt in de stukken beschreven als een ‘huis end hoffstad, staande in de Beckerstraet, met een hoff ende gangk in de Kerckstraat utgaende’.  Vanaf 1620 is het complex in het bezit van de rechter Hendrick van Essen. Het huis blijft eigendom van deze familie tot 1698, als het voor f 10.000,- verkocht wordt aan de jurist Dr. David ten Hove. Ten Hove was ‘momber van Gelderland’, een hoge juridische functie bij de Staten van Gelderland. Ook in het begin van de 18e eeuw blijft het huis aan de Bakkerstraat in het bezit van adellijke families en hoge bestuursambtenaren. Bij verkoop in deze periode schommelt de waarde tussen f 7.500,- en f 10.000,- 

kelders en vier huizencasco's
Zonder twijfel dateert het gebouwencomplex in de kern uit de late middeleeuwen. Er bleven echter maar beperkt onderdelen bewaard die naar de oorspronkelijke opzet verwijzen. In de huidige plattegrond zijn vier huizencasco’s te herkennen: drie smalle diepe huizen aan de straat en achter het linker huis een achterhuis, van het hoofdhuis gescheiden met een open plaats of een tussenlid.

De achterste kelder onder het middelste huis aan de straat is waarschijnlijk het oudst. Deze kelder wordt afgesloten met vier velden bakstenen kruisgewelven, die in het midden op een gemetselde poer rusten. Uit de aansluiting van de gewelven op de achtergevel valt af te leiden dat de gewelven waarschijnlijk later toegevoegd zijn binnen een oudere gebouwstructuur. Deze kelder heeft rechtsachter een nu niet meer in gebruik zijnde uitgang naar het achterterrein. Links van deze kelder, onder het tussenlid dat het achterhuis met de hoofdbebouwing verbindt, ligt een kleinere kelder, afgesloten met een tongewelf.

Het middelste huis is aan de straatzijde ook onderkelderd. Deze kelder, voorzien van twee velden kruisgewelven, gescheiden door een gordelboog, is door een muur gescheiden van de kelder daar achter. Deze muur vormt op de begane grond de achterwand van het later toegevoegde trappenhuis. Waarschijnlijk is deze kelder tegelijk met de modernisering van het trappenhuis in de 18e eeuw aangelegd. De doorgang in de muur naar de achterste kelder wijst ook in die richting. Deze verbinding heeft de vorm van korte gang met een tongewelf. De indruk bestaat dat deze oplossing gekozen is om de afstand tussen de achterwand van de later gemaakte voorkelder en de bestaande kelder daar achter te kunnen overbruggen, zonder het gewelf daarvan te hoeven vernieuwen. 

De kelder onder het meest rechtse deel van het huis heeft een betonnen kelderdek, ondersteund door een stalen onderslag. Van het linker deel van het huis is niet bekend of het onderkelderd is (geweest). 

kapconstructie van het achterhuis
Op de begane grond en de hogere verdiepingen verwijzen de bewaard gebleven delen van de bouwmuren van de drie oorspronkelijke casco’s en mogelijk ook de achtergevels naar de omvang van de oorspronkelijke bebouwing op deze locatie. De kapconstructie van het achterhuis wordt in de huidige situatie ondersteund door twee dekbalkgebinten. Deze gebinten zijn uitgevoerd met eiken (krom) stijlen en naaldhouten dekbalken en korbelen. De gebinten zijn voorzien van gehakte telmerken (1 en 2). De daksporen van dit deel konden niet waargenomen worden. Hoewel zeker is dat het achterste gebint bij de verlenging van dit bouwdeel verplaatst moet zijn, kan deze constructie gedateerd worden in de 17e eeuw. Onzeker is of het daarbij ging om nieuwbouw of dat het een verbouwing/verhoging van een reeds bestaand huis betrof. 

1758-1800
×

1758-1800

Meer afbeeldingen

een monumentaal trappenhuis uit omstreeks 1750
In 1758 wordt het huis aan de Bakkerstraat verkocht aan Raadsheer Jacob Adolph van Heeckeren en zijn vrouw Charlotte Alexandrine van Westerholt. Van Heeckeren blijft eigenaar van het pand tot aan zijn overlijden in 1792. In deze periode kreeg het huis haar huidige voorgevel en werd daar achter een ruime hal met monumentaal trappenhuis gecreëerd. Het is onduidelijk of beide wijzigingen tot één en dezelfde bouwfase behoren, of dat het om opvolgende verbouwingen gaat. Het decoratieschema van de hal, met gestucte bovendeurstukken en stucwerk op de wanden en plafonds in Lodewijk XV- of rococostijl met bijbehorend trappenhuis, wijst op een datering van omstreeks 1750. In het huis bleven hoofdzakelijk in de hal enkele 18e-eeuwse deuren en deurkozijnen bewaard. 

Het onderste deel van de trap is uitgevoerd als bordestrap. Deze gaat op de eerste verdieping over in een verdreven trap met bovenkwart naar de tweede verdieping. De treden zijn aan weerszijden opgesloten in de trapbomen. Aan de muurzijde rust de leuning op de meelopende, houten lambrisering. Op de vrijdragende trapbomen wordt de leuning gedragen door een opengewerkte balustrade, bestaande uit zware, rijk gesneden balusters in rococostijl. Op de begane grond beginnen de balustrade en lambrisering beiden met een gedecoreerde klauw.

voorgevel
De bouw van de huidige voorgevel is lastig in de tijd te plaatsen, vooral vanwege het vrijwel ontbreken van decoratie. De bakstenen gevel met hardstenen pilasters met consoles en hardstenen deur- en vensteromlijstingen dateert zeer waarschijnlijk uit de tweede helft van de 18e eeuw. Het smeedijzeren balkonhek in rococostijl boven de voordeur draagt het alliantiewapen van Van Heeckeren en Van Westerholt. In de in 1917 verschenen Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst wordt bij Bakkerstraat 19 tevens melding gemaakt van (inmiddels verdwenen) ijzeren raamhekken in Lodewijk XV-stijl. In het begin van de 19e eeuw zijn de vensters en de dubbele voordeur met bovenlicht vernieuwd. Oorspronkelijk zal de gevel voorzien zijn geweest van schuifvensters met een andere roedeverdeling. Deze aanname wordt bevestigd door de vouwblinden op de begane grond, die niet bij de huidige vensters passen. 

1800-1960
×

1800-1960

Meer afbeeldingen


verlenging van het achterhuis omstreeks 1876
Na het overlijden van Jacob van Heeckeren in 1792 wordt het huis door zijn erfgenamen voor f. 25.000,- verkocht aan de familie Van Randwijck. In opdracht van deze familie zullen in het begin van de 19e eeuw de huidige schuifvensters en de dubbele voordeur zijn aangebracht. In 1825 wordt het huis en erf, met de bijbehorende stalling en koetshuis en de tuin met gang naar de Kerkstraat geveild. Het huis met achtergelegen tuin komt in handen van Reinier Otto Schrassert, een gepensioneerd luitenant-kolonel uit Zutphen. De doorgang naar de Kerkstraat met bijgebouwen aan weerszijden zijn in deze periode in eigendom van schoenmaker Holsboer, die ook eigenaar was van Bakkerstraat 18. Deze eigendomssituatie is weergegeven op de kadastrale minuutkaart van 1832. In 1880 kwam het huis door vererving in het bezit van Louise Marie Clemence Barones van Zuylen van Nievelt. Zij trouwde drie jaar later met Mr. Alexander Adriaan Baron van Nagell, kapittelridder van de Duitsche Orde, Balije van Utrecht. Freule van Nagell zou tot 1943 de eigenaar van het huis blijven. Van verbouwingen in de loop van de 19e eeuw is weinig bekend. Aan de hand van een kadastrale hulpkaart uit 1876 kunnen we afleiden dat kort daarvoor het achterhuis een stuk verlengd is. 

van Rijksarbeidsbureau naar venduhuis
Het voorname woonhuis aan de Bakkerstraat wordt in 1941 door de Duitse bezetter bestemd als Gewestelijk arbeidsbureau. Dergelijke bureaus vormden de spil in de Arbeidseinsatz, waarbij Nederlandse mannen gedwongen in Duitsland tewerkgesteld werden. Ten behoeve van de nieuwe functie wordt de indeling op de begane grond en verdieping op een aantal punten gewijzigd, met name in het achterhuis. Hier kwam op de begane grond de ingang voor het publiek, die naar de wachtkamer(s) leidde. Een krantenartikel uit 1941 maakt melding van de verbouwing: ‘De uitbreiding van de vertrekken, waarbij vooral in het achtergedeelte veel te doen valt, zal over ongeveer drie maanden zijn voltooid (…). De vertrekken zijn thans alle onttakeld. Het wegbreken van vele oude binnenmuren moet met het oog op de constructie met groote omzichtigheid geschieden. In de keuken, welke thans in een bureau wordt veranderd, zal een nieuw plafond worden aangebracht, zoodat een oude gebeeldhouwde moerbalk, een der weinige herinneringen aan het oorspronkelijke gebouw, dat uit het laatst van de 16e eeuw dagteekent, aan het oog worden onttrokken’. 

In de late oorlogsjaren brak er brand uit in het pand. Hierbij gingen de kapconstructies van het hoofdhuis in vlammen op. Onduidelijk is hoe de brand is ontstaan. De ene bron maakt melding van ‘oorlogsschade’, een andere bron stelt dat het Arnhemse verzet het arbeidsbureau in brand stak om het adressenbestand te vernietigen [Van der Ploeg en Van der Veen 1995]. In 1950 werd er een plan gemaakt om de afgebrande kappen en de bestaande kap van het achterhuis te vervangen door een plat dak. Dit plan is niet uitgevoerd, waardoor de aangebrachte noodkap tot 1964 is blijven staan. Inmiddels was het voormalige Gewestelijke arbeidsbureau in gebruik genomen als venduhuis voor de Stichting tot behartiging van de belangen van het Notariaat te Arnhem, opgericht in 1949. De begane grond van het rechter deel van het huis werd ingericht als veilingzaal, met toegang tot de in 1957 daarachter gebouwde open opslagloods. 

1960-heden
×

1960-heden

Meer afbeeldingen


restauratie en vernieuwing na 1962
De schade die het pand in de Tweede Wereldoorlog had opgelopen werd pas definitief hersteld in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Kort na 1962 startte men met de ‘restauratie’ van het venduhuis naar plannen van architectenbureau Brück uit Velp. Hoofdbestanddeel van de ingrijpende verbouwing was het grotendeels vernieuwen van de hoofddraagconstructie. Over het hoofdhuis werd aan de voorzijde een nieuwe naaldhouten gordingenkap aangebracht ter vervanging van de noodkap. Aan de achterzijde kwam een plat dak, waarvan de houten balklaag ondersteund werd door standvinken. Daarnaast blijkt uit de verbouwingstekeningen dat in deze periode de enkelvoudige verdiepings-, tweede verdiepings- en zolderbalklaag in het geheel vernieuwd zijn en verstevigd door middel van stalen onderslagen.

Ook de indeling van het gebouw werd gewijzigd. Men creëerde op de begane grond een nieuwe veilingzaal door de twee vertrekken rechtsachter samen te voegen. Rechtsvoor werd op de begane grond een kantoorruimte hiervan afgescheiden. De voorgevel en de monumentale hal met bijbehorende stucdecoratie en trappenhuis werden gerestaureerd. De achtergevel werd voorzien van nieuwe ramen met bakstenen onderdorpels. Aan de linkerkant zijn de aanbouwtjes tegen de zijgevel gesloopt, waardoor hier een kleine open plaats is ontstaan. Op de verdieping is de woning in het achterhuis later volledig opnieuw ingedeeld en zijn in het hoofdhuis nieuwe sanitaire ruimtes gemaakt. Het meest rechter deel op de verdieping van het hoofdhuis werd van voor- tot achtergevel uitgebroken en ingericht als extra veilingzaal. Op de tweede verdieping werden aan weerszijden van de trap twee kamers afgescheiden met nieuwe binnenwanden. Zie voor een gedetailleerder beeld van de wijzigingen de afgebeelde bouwtekeningen en faseringstekeningen. 

Bijgebouwen
×

Bijgebouwen

Meer afbeeldingen

Grenzend aan de hoofdbebouwing aan de Bakkerstraat en op het bijbehorende binnenterrein tussen de bebouwing aan de Bakkerstraat en de Kerkstraat staat een verzameling bijgebouwen waarvan er vijf van binnen bekeken zijn. Deze gebouwen zijn op de situatietekening 1 tot en met 5 genummerd.

1
Dit oorspronkelijk rondom vrijstaande gebouw is blijkens de weergave op een kadastrale hulpkaart gebouwd in 1876. Op deze plaats stond daarvoor een kleiner gebouw, waarvan mogelijk delen van het muurwerk gespaard bleven. Het gebouw had als oorspronkelijke bestemming waarschijnlijk paardenstal, al dan niet in combinatie met koetshuis. De verdieping zal bestemd geweest zijn voor de opslag van hooi en stro. De kapconstructie is uitgevoerd als een gordingenkap, de gordingen worden ondersteund door Philibertspanten. Deze spanten hebben gebogen spantbenen die opgebouwd zijn uit vernagelde naaldhouten schenkelstukken. Het onderste deel van de voorgevel is waarschijnlijk in het tweede kwart van de vorige eeuw vernieuwd en waarschijnlijk is tegelijkertijd in de zijgevel een brede bedrijfsdeur aangebracht. De voorgevel heeft op de verdieping nog de oorspronkelijke indeling met centraal een dubbele deur, die geflankeerd wordt door ronde gietijzeren vensters. 

2
Van deze loods bleven geen kadastrale kaarten of bouwaanvragen bewaard. Dit smalle en diepe gebouw is waarschijnlijk in de eerste helft van de vorige eeuw gebouwd. De hoofddraagconstructie bestaat uit een staalskelet met asymmetrische vakwerkspanten die het lessenaardak dragen. De gevelvakken zijn ingevuld met metselwerk in kalkzandsteen, dat aan de buitenzijde gepleisterd is. Later is de open ruimte tussen bijgebouw 1 en 2 op eenvoudige wijze overkapt. 

3
Voor dit oorspronkelijk als open loods uitgevoerde gebouw is in december 1957 een bouwvergunning afgegeven. Oorspronkelijk was de loods voorzien van een lessenaardak. 

4
De open ruimte tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en loods 3 is in 1960 overkapt en voorzien van een dubbele bedrijfsdeur. Tegelijkertijd is de open voorzijde van de aangrenzende loods dichtgemaakt met metselwerk en een strook bovenlichten. Uiterst links kwam een tweede dubbele bedrijfsdeur. De scheidingsmuur tussen beide ruimten werd uitgebroken. De nieuwe ruimte kreeg als functie magazijn. 

5
In 1969 vergrootte men het bestaande magazijn met een uitbreiding aan de achterzijde. Bij het samenvoegen van de twee gebouwen kwam over het gehele bouwvolume een nieuw plat dak en werd de scheidingsmuur tussen het oude en het nieuwe deel gesloopt. 

Bakkerstraat
voor 1758
1758-1800
1800-1960
1960-heden
Bijgebouwen

Introductie

Momenteel worden door seq architectuur plannen ontwikkeld voor de herbestemming van het rijksmonument Bakkerstraat 19 in Arnhem. De monumentenstatus speelt een belangrijke rol  bij de beoordeling van deze plannen. Aan ARCX is gevraagd om een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren dat inzicht moet geven in de bewaard gebleven historische structuur en de daarin te onderscheiden tijdlagen. Aan de hand van de resultaten daarvan kan vervolgens bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij de verandering in het geding kunnen zijn en waar ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen.

Het onderzoek heeft zich gericht op de ruimtelijke ontwikkeling van het historische gebouwencomplex en is opgebouwd uit een aantal onderdelen. Begonnen is met een inventarisatie van de aanwezige gegevens in de literatuur en de verschillende archieven. Hiervoor zijn het Gelders Archief en de Gelderland Bibliotheek bezocht. In de verschillende digitale beeldbanken zijn vervolgens historische afbeeldingen, foto’s en kaarten verzameld. Bij het kadaster zijn de beschikbare hulpkaarten opgevraagd.
Daarna is ingezoomd op het gebouw en zijn op grond van zichtbare bouwsporen en in combinatie met de aangetroffen archiefgegevens, de verschillende veranderingen en verbouwingen gedocumenteerd. 

Tijdens het onderzoek was het huis in gebruik en werd regulier bewoond. Veel bouwhistorische informatie gaat naar verwachting schuil achter afwerkingen, betimmeringen, plafonds en voorzetwanden. Het historische beeld dat verkregen kon worden is dus lang niet volledig en daarom is het onvermijdelijk dat in de tijdlijn perioden met een onzekerheidsmarge, onvolledig of in het geheel niet benoemd worden. 
De bouwgeschiedenis van het complex is chronologisch gepresenteerd in een aantal tijdvensters. De ruimtelijke ontwikkeling van de plattegronden van de verschillende bouwdelen is voor een groot deel afgeleid van de beschikbare historische bouwtekeningen. Met een kleurcodering wordt deze tevens weergegeven op faseringsplattegronden. Deze kunnen via de bijlagen op groot formaat als pdf geraadpleegd worden. 

Bijgebouwen op het achterterrein zijn voor zover mogelijk wel binnen de ruimtelijke ontwikkeling van het complex geplaatst maar worden niet uitputtend beschreven en/of gewaardeerd.

De directe link naar deze rapportage op de website www.tijdbeeld.com is: http://www.tijdbeeld.com/projecten/55/arnhem

beschrijving
Bakkerstraat 19 heeft een complexe opbouw. Het huis bestaat uit een aantal bouwmassa’s die achter een brede voorgevel verenigd zijn. Het voorste deel is gedeeltelijk onderkelderd en telt drie volledige bouwlagen. Het gedeelte van dit volume direct achter de voorgevel is over de hele breedte voorzien van een dwarsgeplaatst schilddak, het aangrenzende deel daar achter heeft een plat dak.

Aan de linkerzijde staat aan de achterzijde een aangebouwd achterhuis, dat twee bouwlagen onder een schilddak telt. Links van het achterhuis en het aansluitende verbindingsdeel bleef tot aan de erfgrens een smalle strook onbebouwd. 

Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de recente opmetingstekeningen van seq architectuur onder de knop 'bijlagen'.

 

Advies en waardering

samenvatting van de bouwgeschiedenis
Het onderzochte gebouwencomplex dateert in oorsprong uit de late middeleeuwen en wordt voor het eerst in stedelijke bronnen vermeld in 1591. Achter de voorgevel gaan vier huizencasco’s schuil: drie smalle diepe huizen aan de straat en achter het linker huis een achterhuis. Over de vroegste verschijningsvorm van deze huizen en de ruimtelijke ontwikkeling daarvan tasten we vrijwel geheel in het duister. Behoudens kelders met kruisgewelven onder het middelste huis en twee 17e-eeuwse kapgebinten in het achterhuis, resteren geen zichtbare sporen die inzicht verschaffen in deze fase van de bouwgeschiedenis. 

Omstreeks 1750 zal het interieur vernieuwd zijn. Hiervan bleven aan de voorzijde alleen de rijk gedecoreerde, centrale hal met trappenhuis met (stuc)decoraties in Lodewijk XV- of rococostijl en een aantal binnendeuren bewaard. Waarschijnlijk kan deze verbouwing toegeschreven worden aan het echtpaar Van Heeckeren-Van Westerholt, die vanaf 1758 het huis bewoonden. Mogelijk zijn de laatmiddeleeuwse huizen in deze periode ook samengevoegd achter de huidige voorgevel, waarvan de vensters en de voordeur in het begin van de 19e eeuw zijn gemoderniseerd. Van verdere verbouwingen in de 19e eeuw is het beeld ook onvolledig. Uit een kadastrale hulpkaart blijk dat het achterhuis kort voor 1876 verlengd moet zijn. 

In 1941 wordt het huis door de Duitse bezetter ingericht als Rijksarbeidsbureau, waarvoor een interne verbouwing plaatsvindt en de vensters en achterdeur op de begane grond van het achterhuis vernieuwd worden. Na brand omstreeks 1943, al dan niet aangestoken door het Arnhemse verzet en waarbij de bovenste verdiepingen in vlammen opgaan, wordt er een noodkap aangebracht. Na de Tweede Wereldoorlog verwerven notarissen het pand, dat als Venduhuis wordt ingericht met een veilingzaal op de begane grond. 

Kort na 1962 vinden herstelwerkzaamheden plaats, waarbij de noodkap vervangen wordt door een nieuwe kap met daarachter een plat dak. De hal met trappenhuis aan de voorzijde wordt gerestaureerd, maar daaromheen is vrijwel alles vernieuwd: nieuwe balklagen, wijziging van de indeling, nieuwe vensters in de achtergevel en op de verdieping van het achterhuis en sloop van de aanbouwtjes tegen het tussenlid aan de linkerzijde. Zie voor een overzicht van de ruimtelijke ontwikkeling van de bijgebouwen op het achterterrein het venster ‘bijgebouwen’ in de rapportage. 

 

waardering
De waardering van Bakkerstraat 19 is uitgewerkt in onderstaande deelwaardestellingen. De waardering worden tevens visueel gepresenteerd op ingekleurde plattegronden. De faserings- en waarderingsplattegronden zijn onder het tabblad bijlage in hogere resolutie te downloaden.

waarderingsplattegronden

blauw = hoge monumentwaarden, van cruciaal belang voor de structuur en/of betekenis van het object
groen = positieve monumentwaarden, van belang voor de structuur en/of betekenis van het object
geel = indifferente monumentwaarden, van relatief weinig belang voor de structuur en/of betekenis van het object

algemene historische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie

  • Het complex is van belang vanwege de directe verwijzing naar en herkenbaarheid als representatieve voorname woning van een adellijke familie/hoge bestuursambtenaar zoals dat blijkt uit de representatieve voorgevel met achter de entree een rijk vormgegeven trappenhuis, de situering op een breed en diep perceel dat de gehele diepte van het bouwblok beslaat, de ontsluiting van het open achtererf aan de Kerkstraat en de aanwezigheid van verschillende zelfstandige dienstgebouwen.
  • De verschijningsvorm en opbouw van de dakconstructie is van belang vanwege het herstel van een grote schade door brand die tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstaan is en die mogelijk het gevolg was van een actie door het ondergrondse verzet tegen het kantoor voor de Arbeitseinsatz van de Duitse bezetter.

situationele waarden

  • het gebouwencomplex is van belang vanwege de hierachische opbouw van de bebouwing op het ruime perceel met aan de straat een breed hoofdhuis met rond het (niet publiek toegankelijke) open achterterrein ondergeschikte en lagere dienstbebouwing en bergingen, die ontsloten worden via een poort aan de Kerkstraat. 
  • Van belang is de gaaf bewaard gebleven middeleeuwse perceelsindeling zoals die herkenbaar is in het volume en de begrenzing van de casco's die samen de hoofdbebouwing aan de Bakkerstraat vormen.

architectuurhistorische waarden

  • Het gebouw is van belang vanwege de gaaf bewaard gebleven monumentale 18e eeuwse voorgevel en de 19e eeuwse moderniseringen daarvan.
  • Het gebouw is van belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp, met name vanwege de creatieve wijze waarop een representatief 18e eeuws woonconcept achter een moderne gevel ingepast is binnen de context van drie laat middeleeuwse casco's.
  • Het gebouw is van belang vanwege het gave en zeldzame representatieve 18e eeuwse trappenhuis met stucdecoraties. Dit trappenhuis en de eiken trap zijn als structuurbepalend element tevens van belang voor de continuiteit van de indeling van het huis vanaf het midden van de 18e eeuw. 

bouwhistorische waarden

  • De  historische gelaagdheid van het gebouw is bij de ingrijpende naoorlogse 'restauratie' sterk aangetast. De laat middeleeuwse oorsprong van de bebouwing is daardoor nog maar beperkt herkenbaar, alleen de contouren van de samengevoegde historische casco's verwijzen naar de vroegste verschijningsvorm van de bebouwing op deze locatie.
    De kelders vormen hierop een uitzondering. Deze bleven vrij gaaf bewaard en zijn van groot monumentaal belang vanwege de onderlinge ordening en aansluiting, de bewaard gebleven gewelven, de ontsluiting via binnen- en buitentoegangen, de bewaard gebleven bouwsporen in het metselwerk van bouwmuren en gewelven en de keldervloeren. 
  • Van monumentaal belang zijn de bewaard gebleven historische onderdelen van de kapconstructies, met name de twee dekbalkgebinten van het achterhuis en mogelijk  ook de daksporen van dit bouwdeel.