12e-13e eeuw
×

12e-13e eeuw

Meer afbeeldingen

historisch-stedenbouwkundige context
Amersfoort is als nederzetting ontstaan bij een voorde (oversteekplaats) in de rivier de Eem en wordt in 1028 voor het eerst in schriftelijke bronnen genoemd. Waarschijnlijk bevond de oversteekplaats zich ter hoogte van het Havik, waar de Bloemendalsestraat de Eem kruiste. Rond de Groenmarkt, Appelmarkt en Papenhofstede lag al voor 1200 het bisschoppelijke hof. Ten westen hiervan ontwikkelde zich een handelsnederzetting, met vermoedelijk het water van het Havik als (natuurlijke) noordelijke grens en haven. 

In 1259 kreeg Amersfoort stadsrechten. Mogelijk had de stad aanvankelijk alleen een aarden wal met palissaden als bescherming, maar zeker is dat niet. Aan het einde van de 13e eeuw begon men met de bouw van de stadsmuur, met drie landpoorten en twee waterpoorten over de Eem. Het aan twee zijden bebouwde Havik werd in de stad opgenomen en functioneerde vervolgens als binnenhaven. De havenactiviteiten verplaatsten zich na 1300 echter geleidelijk naar het nieuw gegraven Spui en de Nieuwe Eem [Stenvert e.a. 1996, 64-66]. 

oudste bebouwing aan het Havik
De vroegste vondsten van bebouwing aan de noordzijde van het Havik dateren uit de 13e eeuw. Ergens tussen 1225 en 1250 hebben zich hier de eerste bewoners gevestigd. Bij archeologisch onderzoek in 1995 bij Havik 14 en 20 zijn uit deze periode aardewerk en restanten van leemvloeren aangetroffen. Naar verwachting bestond de vroegste bebouwing uit vrijstaande huizen die direct aan het water gelegen waren (verder terug gelegen in vergelijking met de huidige rooilijn). Op enig moment, waarschijnlijk in de loop van de 15e eeuw, werd het Havik versmald en voorzien van een kade. Pas in de 16e eeuw ontstond een aaneengesloten huizenrij. In deze tijd werd het water van het Havik benut als tijdelijke ‘parkeerplaats’ voor de vele vaartuigen van inwoners en bezoekers van de stad [Snieder 1994-1995, 20-30]. 

Aanvankelijk waren de huizen in het oudste deel van de stad geheel in hout opgetrokken. De daken waren gedekt met stro of riet. In de eeuwen die volgden versteende de bebouwing, dit proces werd vanwege het grote risico op stadsbranden gestimuleerd door de stedelijke overheid. Uit de bronnen is bekend dat in 1340 en 1520 grote delen van de (houten) stad afbrandden. Vanaf 1523 was het daarom in Amersfoort verboden om het dak te dekken met riet of stro. 
In het huidige huis Havik 39 bleef bovengronds niets van een houten voorganger bewaard. Wat wel naar deze periode verwijst is de wijze waarop de constructieve zijmuren gebouwd zijn. Tussen het huis en dat van de beide buren is een smalle strook vrijgehouden, de huizen hebben dus geen gemeenschappelijke scheidingsmuur maar ieder een eigen bouwmuur. Deze smalle stroken zijn in Amersfoort 1,5 voet breed en worden 'osendrop' genoemd. Zij dateren nog uit de tijd dat hier houten huizen stonden. Deze houten huizen hebben altijd een eigen dragende wandconstructie en een wat overstekend rieten dak. Het hemelwater stroomde van de daken in de osendrop en werd onderin naar voren of achteren afgevoerd. Bij nieuwbouw van een huis met stenen muren kwam de nieuwe muur op de plaats van de houten voorganger en kon de houten zijwand van de buurman gewoon blijven staan. Als deze later ook tot nieuwbouw overging, bouwde hij op eigen terrein en bleef de oude osendrop bestaan. 

15e-16e eeuw
×

15e-16e eeuw

Meer afbeeldingen

Het onderzochte huis bevat een aantal constructieve kenmerken die wijzen op nieuwbouw van het huis in de 17e eeuw (zie het volgende tijdvenster). Er zijn enkele indirecte aanwijzingen dat de kelder aan de achterzijde van oudere oorsprong kan zijn. De kelder is voorzien van ribloze kruisgewelven en ligt voor een deel boven het maaiveld. De kelder is smaller dan het perceel, de vrije ruimte aan de rechter zijde wordt nu ingenomen door het achterste deel van de gang op de begane grond. De gang en de kelder lijken niet in dezelfde periode ontstaan te zijn, de gangmuur staat niet recht boven de keldermuur, maar zo'n 50 cm meer naar rechts. Ook de vorm van het gewelf wijst niet direct op een 17e eeuwse of latere oorsprong. Gordelbogen met troggewelfjes of een houten balklaag met troggewelfjes liggen dan eerder voor de hand. 

Ook de opbouw van de huidige kapconstructie bevat elementen die er op wijzen dat het hoofdhuis oorspronkelijk mogelijk een stuk ondieper was. De constructieve opbouw van de kap is over de gehele plattegrond hetzelfde, van de zes gebinten hebben de drie voorste en de drie achterste dezelfde gehakte telmerken, maar zijn ieder zelfstandig genummerd van 1 tot en met 3. De scheiding ligt ter hoogte van de kelder. Deze bouwsporen zouden heel goed verband kunnen houden met de wijze waarop in de 17e eeuw de nieuwbouw ter plaatse tot stand kwam.  
Opvallend is dat de huidige achtergevels van een groot aantal huizen in het zuidelijke huizenblok aan het Havik op dezelfde afstand van de straat staan en zo ongeveer een doorgaande lijn vormen. De betekenis daarvan is onbekend, maar maakt het wel aannemelijker om te veronderstellen dat ook Havik 39 oorspronkelijk aanmerkelijk ondieper was. 

Hoewel dus enigzins hypothetisch is het zeker denkbaar dat de kelder behoord heeft bij een uitbreiding van een nu niet meer bestaand hoofdhuis aan de straat. Dit (houten) huis moet dan een stuk minder diep geweest zijn en op enig moment aan de achterzijde uitgebreid zijn met een 'stenen kamer'. Een dergelijke uitbreiding leverde de bewoners door de verhoogde vloer, stenen muren, een dakbedekking met pannen of daktegels en waarschijnlijk in combinatie met een haardplaats extra wooncomfort. De toegang tot de kelderruimte was buiten, gezien de uitgesleten trap op dezelfde plaats als nu. Over de verdere verschijningsvorm van deze uitbreiding zijn verder geen gegevens voorhanden. 
 

17e eeuw
×

17e eeuw

Meer afbeeldingen

Zoals hiervoor aangegeven bevat de kapconstructie van het huis een aantal specifieke kenmerken die het mogelijk maken deze wat scherper in de tijd te plaatsen.
De zes kromstijlgebinten zijn uitgevoerd in eikenhout, een houtsoort die in de loop van de 17e eeuw schaarser werd en steeds vaker vervangen werd door naaldhout. De gespijkerde houtverbindingen tussen de korbelen en de stijlen zijn juist een wat later kenmerk dat vaak in een 18e of 19e-eeuwse context aangetroffen wordt. De verschillende onderdelen van de gebinten zijn niet zoals gebruikelijk met telmerken genummerd en gekoppeld, per gebint is links en rechts met een brede en een smalle beitel slechts  één nummer aangebracht. Dit type telmerk werd vanaf de 16e tot ver in de 19e eeuw gebruikt. De kromstijlgebinten en de A-spanten zijn voorzien van dezelfde nummering en er zijn geen oudere telmerken waargenomen. 

De vlieringvloer rust op zogenaamde tussenhangbalkjes, een oplossing die men in de late 16e eeuw introduceerde en in de 17e eeuw algemeen toegepast werd.
Naaldhouten A-spanten zoals die boven de eiken gebinten staan, worden vanaf het midden van de 17e eeuw aangetroffen. Hiervan zijn in Zwolle en Amsterdam vroege voorbeelden gedateerd en gedocumenteerd, waarbij de vroegste exemplaren vaak met hergebruikte onderdelen uit middeleeuwse kappen uitgevoerd zijn [Peter Boer, Zwolse kappen, in: Dirk J. de Vries en H. Kranenborg, OnZichtbaar Zwolle, Zwolle 2015, p. 245-269].

De hanebalken van de drie achterste A-spanten van Havik 39 bestaan uit hergebruikte eiken daksporen. ook de dekbalk van het achterste gebint is secundair gebruikt. Alle daksporen van de huidige kap zijn uitgevoerd in rondhout, er zijn geen haanhouten aangebracht. Hoewel bij een restauratie aan het eind van de vorige eeuw een deel van de daksporen vervangen is, kan uit de oorspronkelijke halfronde kepen in de flieringbalken afgeleid worden dat deze oplossing ook de oorspronkelijke is. Dit soort daksporen worden vanaf de tweede helft van de 17e eeuw in toenemende mate toegepast. 

De zolderbalklaag is voor zover waarneembaar enkelvoudig en in naaldhout uitgevoerd. De vloer ligt van voor tot achter op hetzelfde niveau. Omdat ter hoogte van de kelder lagere vloerbalken toegepast zijn (hier beschikte men over een tussensteunpunt), is in de huidige plafondafwerking van de begane grond een niveauverschil aanwezig. Vanwege de beperkte waarneming kan deze vloer niet scherper dan 17e of 18e eeuws gedateerd worden. 

Op grond van bovenstaande is aannemelijk dat daksporen, A-spanten, kromstijlgebinten en zoldervloer bij elkaar horen en tijdens dezelfde bouwcampagne aangebracht zijn. De constructie met eiken en naaldhout gecombineerd toegepast, de gespijkerde verbindingen, tussenhangbalkjes en A-spanten is waarschijnlijk in de tweede helft van de 17e eeuw tot stand gekomen. 

Het gebruik van twee zelfstandige telmerkensystemen in de kap, de toepassing van secundaire eiken haanhouten alleen in het achterste deel daarvan en de situering van de kelder, zijn uitgaande van integrale nieuwbouw in één bouwfase niet bevredigend te verklaren.
Anders wordt het wanneer destijds een werkwijze gevolgd is waarbij het aanvankelijk alleen de bedoeling was het voorhuis te vernieuwen en het bestaande (smallere) achterhuis te handhaven. In dat geval zou de timmerman eerst drie gebinten genummerd 1-3 maken en plaatsen. Mogelijk is kort daarna besloten om het huis toch een stuk te verlengen en ook het achterhuis te vernieuwen. Door de zolderbalklaag over de bestaande zijgevels van het achterhuis en de open ruimte rechts daarvan door te trekken, kon de bestaande kelder in het nieuwe deel opgenomen worden. Het achterste deel van de kapconstructie zou vervolgens op dezelfde wijze vormgegeven kunnen zijn als die van het nieuwe voorhuis. De delen werden wel opnieuw genummerd en mogelijk gebruikte men een aantal eiken daksporen van de gesloopte kap van het oude achterhuis opnieuw als haanhouten. 

 

19e eeuw
×

19e eeuw

Meer afbeeldingen

Met betrekking tot de ruimtelijke veranderingen van het huis in de 18e en 19e eeuw zijn weinig gegevens voorhanden. Op het kadastrale minuutplan van 1832 staat het huis met de huidige contour met rechts achter een uitbouw getekend. 
De huidige voorgevel heeft duidelijke stijlkenmerken uit het midden van de 19e eeuw. Bij een verbouwing in deze periode is de voorgevel recht voor de zolder doorgetrokken en over de gehele breedte met een kroonlijst afgesloten. Zeer waarschijnlijk wijzigde daarbij ook de vensterindeling en werden de vensters vernieuwd. Ongetwijfeld om onregelmatigheden in het (oudere) metselwerk aan het oog te onttrekken is de gehele gevel destijds afgewerkt met een blokpleistering. Het is zeker niet ondenkbaar dat de aanleiding voor deze veranderingen ook voortkwam uit het toekennen van een verblijfsfunctie aan de zolderverdieping. Oorspronkelijk zullen de zolders hoofdzakelijk een bergfunctie gehad hebben. 

Welke relatie deze vebouwing van de voorgevel had met veranderingen in het interieur is onduidelijk. Bij de huidige indeling wordt gebruik gemaakt van enkele 19e eeuwse binnendeuren en -kozijnen, maar de datering van het grootste deel van de binnenwanden is niet bekend.
De vroegste getekende plattegrond van het huis dateert uit 1969 en behoort bij een bouwkundig onderzoek door de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg in verband met de behandeling van een beroepschrift tegen de aanwijzing van Havik 39 als rijksmonument. Deze opname in combinatie met een in 1982 door de toenmalige eigenaar opgestelde beschrijving van de (bekende) 20e-eeuwse verbouwingen (zie bijlage) maakt aannemelijk dat de hoofdopzet van de huidige indeling op de begane grond in de 19e eeuw al bestond.   

Na de modernisering van de voorgevel gaf de voordeur toegang tot een gang, die net zoals nu nog tot aan de achtergevel doorliep. Links aan de voorzijde was een woonvertrek-en-suite met daar achter de keuken. Deze (inpandige) ruimte kreeg daglicht via een lichtkoker aan de gangzijde. Aan de tuinzijde was boven de kelder een opkamer gesitueerd, die zowel vanuit de gang als de keuken te bereiken was via enkele treden. 
De huidige verdiepingstrap is ook in deze periode tot stand gekomen. 

20e eeuw
×

20e eeuw

Meer afbeeldingen

In 1916 verhuurde de toenmalige eigenaar van Havik 39, de Utrechtse boekhouder B.Th. Meijer, het achterste deel van het huis aan de linker buurman, de familie Massa. Ter hoogte van de opkamer en op zolder werd een verbinding gemaakt met Havik 41. Het voorste en het achterste deel van het huis werden op de begane grond en de zolder door een wand gescheiden. Meijer was destijds ook in het bezit van Havik 37. Op de begane grond verbond hij de nrs 37 en 39 met een tussendeur. Deze doorgang is in 1940 weer dichtgemetseld. Van deze verbinding resteert nu nog een diepe nis in de gang. In 1953 werden het voorste en het achterste deel van het huis weer samengevoegd. 
In 1962 vond de verkoop van het huis aan B.Th. Meijer (jr?) plaats en werden de suitedeuren op de begane grond verwijderd. In 1974 maakte architect E,M. van Thienen uit Bussum een plan voor de restauratie van de voorgevel dat na goedkeuring uitgevoerd werd. De werkzaamheden betroffen het herstel van de gootlijst en onderdorpels, het vervangen en aanpassen van de vensters en het rond de voordeur aanbrengen van lijstwerk. Voor de deur kwam een hardstenen trede. De totale restauratiekosten bedroegen f 21.243,84

Twee jaar later was de kelder aan de beurt, deze werd uitgediept en langs de muur van een zware opgemetselde rand voorzien. In 1973 veranderde de indeling op zolder met het intimmeren van een grote badkamer en een kinderkamer. 

Naar een plan van aarchitectenbureau De Keijser & Wassink uit Amersfoort werd in 1998 het huis ingrijpend verbouwd. Op de begane grond waren de veranderingen het grootst. De bestaande tussenruimte (in gebruik als archief)  en de keuken werden uitgebroken en voor een deel voorzien van een verhoogde vloer op het peil van de opkamer. Deze verhoogde ruimte werd ingericht met een nieuwe keuken en een ruim portaal met aangrenzend een toilet. Aan de gangzijde kreeg de resterende ruimte van het voormalige archief een bergfunctie. 
Het toilet achter de verdiepingstrap kwam te vervallen en de toegangsdeur vanuit de gang naar de opkamer metselde men dicht. 
Op zolder werd de indeling van het centrale deel tussen de kamers aan de voor- en de achterzijde aangepast. In de door de sloop van de lichtschacht en een naastgelegen kamer vrijkomende ruimte situeerde men een nieuwe spiltrap naar de vliering, twee nieuwe badkamers en een logeerkamer. Deze logeerkamer is na 1998 veranderd in een badkamer. 

De achtergevel kreeg op de begane grond en nieuwe indeling met dubbele glasdeuren en op zolder- en vlieringniveau een nieuwe vensterindeling met een roedeverdeling. 

12e-13e eeuw
15e-16e eeuw
17e eeuw
19e eeuw
20e eeuw

Introductie

Momenteel worden door OOKarchitecten plannen ontwikkeld voor de verbouwing van het rijksmonument Havik 39 in Amersfoort. De monumentenstatus speelt een belangrijke rol  bij de beoordeling van deze plannen, aan ARCX is gevraagd om een bouwhistorisch onderzoiek uit te voeren dat inzicht moet geven in de bewaard gebleven historische structuur en de daarin te onderscheiden tijdlagen. Aan de hand van de resultaten daarvan kan vervolgens bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij de verandering in het geding kunnen zijn en waar ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen.

Het onderzoek heeft zich gericht op de ruimtelijke ontwikkeling van het historische gebouw en is opgebouwd uit een aantal onderdelen. Begonnen is met een inventarisatie van de aanwezige gegevens in de literatuur en de verschillende archieven. Hiervoor is het Archief Eemland bezocht en is het pandsdossier bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geraadpleegd. In de verschillende digitale beeldbanken zijn vervolgens historische afbeeldingen, foto’s en kaarten verzameld.
Daarna is ingezoomd op het gebouw en zijn op grond van zichtbare bouwsporen en in combinatie met de aangetroffen archiefgegevens, de verschillende veranderingen en verbouwingen gedocumenteerd.

Tijdens het onderzoek was het huis regulier bewoond. Veel bouwhistorische informatie gaat naar verwachting schuil achter recente afwerkingen, betimmeringen, plafonds en voorzetwanden. Om inzicht te krijgen in de constructieve aard en opbouw van de zoldervloer zijn tijdens het veldwerk op 6 februari 2017 op enkele plaatsen kleine 'kijkgaten' in het plafond gemaakt. Desondanks is het historische beeld nog niet volledig en is het onvermijdelijk dat in de tijdlijn perioden onvolledig of in het geheel niet benoemd worden. 

De directe link naar deze rapportage op de website www.tijdbeeld.com is: http://www.tijdbeeld.com/projecten/48/amersfoort

beschrijving
Havik 39 is gebouwd op een diepe smalle plattegrond en telt boven een kelder aan de achterzijde één bouwlaag onder een schilddak. De voorgevel is een met blokpleistering afgewerkte lijstgevel, de achtergevel een gepleisterde lijstgevel. De kapconstructie is opgebouwd uit rondhouten daksporen, ondersteund door zes eiken kromstijlgebinten met op vlieringniveau rondhouten A-spanten. Door middel van tussenhangbalkjes is ter hoogte van de dekbalk een vlieringvloer gerealiseerd. De zolderbalklaag is enkelvoudig en waarschijnlijk in naaldhout uitgevoerd.  
De begane grond is ingedeeld met achter de voordeur een tot aan de achtergevel doorlopende gang met links daarvan aan de achterzijde boven een met een tweebeukig ribloos kruisgewelf afgesloten kelder een opkamer, daarvoor de verhoogd aangelegde keuken en aan de voorzijde een woonvertrek.
De zolder heeft aan de voor- en achterzijde een slaapvertrek met aangrenzend ieder een badkamer. 
Voor een opmeting van de huidige situatie wordt verwezen naar tekening OOK623 20161221 Bouwkundig in de bijlagen. 
 

Advies en waardering

Havik 39 is gesitueerd in het oudste deel van de stad Amersfoort. Op deze locatie stond in de 12e en 13e eeuw al bebouwing in de vorm van houten huizen. In haar huidige vorm is het huis tot stand gekomen bij nieuwbouw omstreeks het midden van de 17e eeuw. Mogelijk is destijds een ouder achterhuis in het nieuwe huis opgenomen. Van het huis is in de 19e eeuw de voorgevel gemoderniseerd en in de tweede helft van de vorige eeuw werd de indeling op de begane grond en de verdieping aangepast. 

waardering

algemene historische waarden
De situering van het huis, gebouwd op een smal diep perceel met eigen bouwmuren en met een smalle osendrop van de belendingen gescheiden, verwijst naar de vroegste bebouwing met houten huizen die vanaf de 12e en 13e  eeuw op deze plek in de stad ontstond. Bovengronds bleven  geen tastbare restanten bewaard die verwijzen naar deze oorspronkelijke situatie.
De indeling van de begane grond is verder typologisch van belang vanwege de bewaard gebleven laat-middeleeuwse kelder en als verwijzing naar de 19e eeuwse wooncultuur van de gegoede middenstand.

stedenbouwkundige waarden
Het huis is van belang als onderdeel van de historische bebouwing van de zuidelijke bouwblok van het Havik en vanwege de positieve bijdrage aan de zuidelijke gevelwand hiervan.

architectuurhistorische waarden
De architectuur van de brede voorgevel is representatief voor de periode van ontstaan waarbij op creatieve wijze een verdiepingloos huis met een topgevel het uiterlijk kreeg van een huis met een volledige verdieping.

bouwhistorische waarden
De grootste bouwhistorische waarden zijn gelegen in de bewaard gebleven onderdelen van het  casco en met name in de gaaf bewaarde oorspronkelijke kapconstructie en de laat middeleeuwse kelder aan de achterzijde. Voor de zoldervloer, de beide bouwmuren en de voor- en de achtergevel kan een hoge bouwhistorische verwachtingswaarde uitgesproken worden. .
De eikenhouten kap is in typologisch opzicht van belang vanwege de constructieve opzet met kenmerken uit de overgangsperiode rond 1650 waarbij een traditionele gebintconstructie gecombineerd met een moderne houtconstructie in naaldhout toegepast werd.  
De kelder is typologisch van belang als mogelijk onderdeel van een aangebouwde stenen kamer en vanwege het toegepaste gewelf en de toegangen en openingen. 
Het interieur is met name van belang vanwege de bewaard gebleven historische indeling op de begane grond bestaande uit een gang in het verlengde van de voordeur met aangrenzend een reeks vertrekken. 
De verbouwing uit 1998 heeft door het gedeeltelijk verhogen van vloer van de begane grond geen positieve bijdrage geleverd aan de afleesbaarheid van de historische structuur. 

Veel informatie gaat nog schuil achter betimmeringen en recent aangebrachte afwerkingslagen. De volledige omvang van de bouwhistorische betekenis van dit huis valt om deze reden in dit stadium van de planontwikkeling niet vast te stellen. 
Het is daarom aan te bevelen om na het (gedeeltelijk) strippen van het interieur de bevindingen en de conclusies van deze rapportage te actualiseren. De zolderbalklaag en de bouwmuren kunnen naar verwachting kenmerken en bouwsporen bevatten betreffende het ontstaan en de datering van het huis, eventuele voorgangers en specifieke informatie over het gebruik, decoratie en de indeling aan de hand van plafondafwerkingen, stookplaatsen, trapravelingen, vensteropeningen etc. 
Los van de uitkomsten daarvan lijkt het op grond van de historische structuur van het huis niet wenselijk om bij een toekomstige ingreep voort te borduren op de in 1998 gerealiseerde indeling, maar om de kelder en de opkamer ruimtelijk weer af te bakenen en herkenbaar te maken. Ook het handhaven van een doorgaande gangstructuur achter de voordeur is in dit opzicht aan te bevelen.