Heilige Geest
×

Heilige Geest

Meer afbeeldingen

Heilige Geestgasthuis

De onderzochte gebouwen maakte in de middeleeuwen deel uit van het Heilige Geestgasthuis waarvan tevens een kapel en de nog bestaande langgerekte ziekenzaal (het gebouw aan de westzijde van de Gasthuissteeg) behoorde. De opkomst van het fenomeen ‘Gasthuis’ in demiddeleeuwse stad markeert het begin van een stedelijke, georganiseerde vorm van zorg en opvang van hulpbehoevenden. De oudst bekende gasthuizen - Maastricht (1171) en Nijmegen (1196) - dateren uit de tweede helft van de 12e  eeuw. De (tijdelijke) zorg en opvang aan reizigers, zwervers en zieken werd aanvankelijk met name door de kerk geïnitieerd. Bij de Synode van Aken in 816 werd besloten dat elk klooster over een apart gastenverblijf voor passanten diende te beschikken. Met de groei van de steden, neemtechter de bemoeienis van het stedelijke, wereldlijke bestuur met de opvang en zorg van hulpbehoevenden toe. Dit is zeker het geval nadat op het concilie vanVienne in 1311 besloten wordt dat alle kerkelijke overheden het beheer over haar gasthuizen dienden te beëindigen. Geleidelijk werd het bestuur en de verantwoordelijkheid van de gasthuizen overgenomen door de burgerij. [ARCX rapportage nr 818 Gasthuiskapel in Doesburg, 24-10-2012]. 

In Zwolle werd in1302 het Heilige Geestgasthuis gesticht, waarschijnlijk op initiatief van het stadsbestuur, met als doel huisvesting en verzorging te bieden aan reizigers en zieke en behoeftige armen. Sinds het einde van de 14e eeuw konden ouderen - zogenaamde proveniers - zich inkopen in het gasthuis, waardoor zij op hun oude dag van zorg verzekerd waren. Intredende bewoners moesten vaak hun bezittingen, of een deel daarvan, aan het gasthuis overdragen. In de loop van de 15e  eeuw werden de inkomsten en bezittingen van de proveniers gescheiden van die van de armen die in het Gasthuis verbleven. Vanaf 1422 zijn er aanwijzingen in de archieven dat de gasthuisaccommodatie uitgebreid werd met een huis voor de priesters en de proveniers. Uit de stukken valt niet te herleiden welk gedeelte toen gebouwd is.

N.D.B. Habermehl neemt aan dat Diezerstraat 38-40 oorspronkelijk gebouwd is als proveniershuis, Ter Kuile neemt aan dat dit pand de westelijke begrenzing was van de kapel (gebouwd in 1308). In 1660 krijgt het Gasthuis de naam Binnengasthuis en wordt het een verpleeghuis voor ouden van dagen. De voormalige kapel wordt dan ingedeeld met proveniershuizen. Vanaf het begin van de 19e eeuw verhuurde het gasthuis enkele delen van het complex aan particulieren. Op het kadastrale minuutplan van 1832 zijn deze delen duidelijk te onderscheiden.
Twee verhuurde panden aan de Diezerstraat brandden op 5 januari 1851 geheel af [W.A. Elberts, Historische wandelingen in en om Zwolle, Zwolle 1910]. Aangenomen mag worden dat in de jaren daarna de wederopbouw plaatsvond in de vorm van het huidige pand Diezerstraat 42-44. Rond 1924 verhuisde het Gasthuis uit de binnenstad naar de huidige locatie aan de Nieuwe Vecht. 

 
14e eeuw
×

14e eeuw

Meer afbeeldingen

Van het onderzochte complex dateert het grote huis aan de Diezerstraat al tot de vroegste opzet van het Heilige Geestgasthuis in de 14e eeuw. Met name de eiken kapconstructie heeft een aantal kenmerken die wijzen op een datering tussen 1350 en 1400.  
De constructie is opgebouwd uit zes gestapelde gebinten, waarvan het onderste gebint uitgevoerd is met kromstijlen. Geheel in de Zwolse traditie zijn strijkgebinten toegepast. De gebinten dragen vlieringen die de eiken daksporen ondersteunen. Deze daksporen hebben een vierkante doorsnede en in de nok enkele haanhouten die met lipverbindingen verbonden zijn. Deze lipverbindingen zijn met een toognagels en gesmede spijkers gezekerd. De sporengespannen zijn genummerd met gesneden telmerken, deze merken zijn verder niet geïnventariseerd, mede vanwege de bereikbaarheid en zichtbaarheid. Opvallend en ongebruikelijk is dat de sporengespannen die ter plaatse van de bovenste gebinten staan bouwsporen bevatten van de lipverbindingen van een (verdwenen) tweede haanhout.  Sporengespannen met dubbele baanhouten worden in de IJsselstreek vooral in de eerste helft van de 14e eeuw toegepast. Als voor ondersteuning en stabiliteit gebintenconstructies geïntroduceerd worden volstaan enkele baanhouten in de nok. Uit de overgangsfase tussen deze constructieprincipes zijn meer voorbeelden bekend ( Rodetorenstraat 12-14 in Zutphen , XIVA en Koepoortstraat 20 in Doesburg dendrochronologisch gedateerd tussen 1384 en 1396) waarbij gebinten in combinatie met gespannen met dubbele baanhouten toegepast zijn, meestel ook met houtverbindingen met elkaar verbonden. Een ander vroeg kenmerk is de gepende verbinding van de windschaden in de vlieringen, later wordt deze verbinding met spijkers gemaakt. Bij de windschoren valt verder op dat deze om-en-om bij de gebinten aangebracht zijn, gebruikelijk is om alle gebinten van schoren te voorzien. 

De gebinten zijn voorzien van gesneden telmerken, aan de zuidzijde gebroken aangebracht om onderscheid tussen links en rechts aan te brengen. De gebinten zijn van oost naar west genummerd van 1 tot en met 6. Diezerstraat 38-40 was dus een zelfstandige bouwmassa.  Anders dan Ter Kuile suggereert kan de kapel van het Heilige Geestgasthuis dus niet het gehele perceel tussen Gasthuisstraat en Koningsplein aan de Diezerstraat ingenomen hebben. Oorspronkelijk was ter hoogte van de dekbalken van het onderste en het bovenste gebint met kinderbinten een flieringvloer aangebracht. Deze vloeren zijn nu verdwenen, de inkepingen van de kinderbinten zijn nog wel zichtbaar.
Ter plaatse van de aansluiting van de zolder van het voorhuis op de kap van het achterhuis bleef de oorspronkelijke borstwering bewaard, inclusief de lichte uitkraging aan de buitenzijde die ondersteund word met een bloktand. De bovenste twee lagen metselwerk van deze uitkraging zijn afgeschuind in de lijn van het oorspronkelijke dakvlak. Deze afwerking is bedoeld om hemelwater buiten de gevel af te kunnen voeren, het achterhuis is hier later tegenaan gebouwd. Bij een eerdere waarneming in het pand kon op de eerste verdieping het baksteenformaat van de zware achtergevel opgemeten worden. De 10-lagenmaat daarvan is 77 cm. 

De topgevel aan het Koningsplein is onderdeel van de oorspronkelijke opzet. De daklijn is aan de binnenzijde met een laag bakstenen uitgemetseld om de aansluiting met de dakbedekking mogelijk te maken. Vanwege de gerende plattegrond is het strijkgespan aan de zuidzijde uitgevoerd met dubbele daksporen en een dubbel haanhout. Aan de binnenzijde zijn centraal in deze gevel drie dichtgezette luik-/vensteropeningen waarneembaar. in hoeverre deze passen in de indeling aan de buitenzijde met spitsboognissen is onduidelijk.  

De kap van het achterhuis aan het Koningsplein bevat nog veel duidelijker een verwijzing naar een ontstaan in de 14e eeuw. De eiken daksporen van dit bouwdeel hebben een rechthoekige doorsnede en vertonen op zeer veel plaatsen de bouwsporen van nu verdwenen tweede haanhouten. De gespannen zijn genummerd met gesneden telmerken die verder niet geïnventariseerd zijn. Ter plaatse van de ondersteunende gebinten zijn de daksporen substantieel zwaarder uitgevoerd. Dit zou heel goed kunnen verwijzen naar een sporenkap met een centraal langsverband, een zogenaamde makelaarkap. Dit type kap werd in de IJsselstreek alleen in de (eerste helft van de) 14e eeuw toegepast. Waarschijnlijk is deze kap dus opgebouwd uit hergebruikte onderdelen van een oudere constructie. Mogelijk was het huis oorspronkelijk een stuk lager en is het na de bouw van het hoofdhuis aan de Diezerstraat verhoogd.

 
15e-16e eeuw
×

15e-16e eeuw

Meer afbeeldingen

Het achterhuis aan het koningsplein is in zijn huidige vorm waarschijnlijk ontstaan bij een verbouwing in de 15e of 16e eeuw. De zwaar uitgevoerde enkelvoudige eiken zolderbalklaag en de huidige kapgebinten werden bij deze verbouwing aangebracht, mogelijk in verband met de verhoging van het huis. De balken zijn verder niet gedecoreerd of voorzien van sleutelstukken zodat aanknopingspunten voor een specifiekere datering ontbreken. De ruimte tussen de balken is thans geheel afgetimmerd, gezien de beperkte tussenafstand is het niet aannemelijk dat hier oorspronkelijk kinderbinten gelegen hebben.
De daksporen worden ondersteund door zes eiken kromstijlgebinten die genummerd zijn met gesneden telmerken. Aan de westzijde konden van noord naar zuid de (gebroken) nummers 3, 4 en 5 waargenomen worden. Mogelijk is voor deze oplossing gekozen bij de verhoging van een ouder huis, waarbij het hout van de bestaande makelaarskap opnieuw verwerkt is in de daksporen van de nieuwbouw. 

 
18e eeuw
×

18e eeuw

Meer afbeeldingen

Aan het eind van de 18e eeuw werd het hoofdhuis aan de Diezerstraat ingrijpend verbouwd. Mogelijk had deze verbouwing te maken met de verhuur van dit deel van het Gasthuis als twee afzonderlijke huizen aan particulieren. Het meest opvallend was de vervanging en verplaatsing van de verdiepings- en de zoldervloer in combinatie met het optrekken van een nieuwe voorgevel. De nieuwe vloeren waren opgebouwd als enkelvoudige balklaag met de balken evenwijdig aan de voorgevel. Voor de oplegging in het midden moest over de gehele hoogte van het huis een bakstenen scheidingsmuur opgemetseld worden. De nieuwe naaldhouten vloerbalken werden gedecoreerd met een duivejager profiel. Mogelijk bleef in de noord/oosthoek van het gebouw nog een deel van het oorspronkelijke vloerniveau van de zoldervloer bewaard. Ter plaatse van een groot gat in de zoldervloer is een lager niveau zichtbaar. Aan de onderzijde is dit deel van de vloer geheel afgetimmerd met een plafond. Ter hoogte van de begane grond werd de achtergevel uitgebroken ten einde het huis een stukje te verdiepen met een aanbouw. Deze aanbouw kreeg op verdiepingsniveau een lessenaardak dat aansloot op het achterste dakschild.
De nieuwe voorgevel werd in schoon metselwerk opgetrokken en aan de bovenzijde afgesloten met een forse kroonlijst met klossen en trigliefen. In de gevel werden schuifvensters geplaatst. Om het architectonische beeld te completeren werden op het voorste dakschild geglazuurde oud-Hollandse dakpannen gelegd

In dezelfde periode werd mogelijk het achterhuis ook opnieuw ingedeeld. Daarbij bracht men een tussenvloer aan en werd het huis in de lengterichting met een bakstenen wand opgedeeld. Deze tussenvloer is opgebouwd als enkelvoudige balklaag in een wisselende opbouw [zie verder ook: ARCX rapportage 0889 Diezerstraat 38 Zwolle, 3 juni 2015]. Het is zeer verleidelijk om deze oplossing in verband te brengen met een herindeling ten behoeve van de bewoners van het Gasthuis. Op deze wijze konden ruggelings tegen elkaar aan de straatzijde en aan het binnenterrein kamers gemaakt worden. Om voldoende stahoogte te krijgen zijn in ieder geval in het noordelijke deel (nu behorend bij de winkel) van de zolderbalklagen aan de onderzijde in lengterichting een stuk afgezaagd. Mogelijk dateert de merkwaardige tweedeling van de eerste verdieping in een deel behorend bij de winkel en een deel behorend bij het Gasthuis ook uit deze tijd.

 
19e-20e eeuw
×

19e-20e eeuw

Meer afbeeldingen

In 1894 was in Diezerstraat 40 al een winkel gevestigd. In dat jaar gaf modemagazijn H. van Eelen opdracht aan architect G.B. Broekema voor het ontwerpen van een spectaculaire winkelpui. Deze opvallende pui, die een apart vormgegeven ingang heeft, is grotendeels bewaard gebleven. De ramen van de vensters op de verdieping zijn omstreeks dezelfde tijd vervangen door de huidige T-ramen. Nummer 38 behield tot op heden op de begane grond de achttiende eeuwse indeling in drie vensterassen. Het winkelgedeelte is vervolgens een aantal malen verbouwd en naar de achterzijde uitgebreid, voor het laatst in 2014. In het bouwdossier van de gemeente Zwolle bleef een opmeting uit 1974 bewaard die een goedd beeld geeft op welke wijze het pand destijds ingedeeld was.

De huidige indeling van de zolder van het achterhuis is waarschijnlijk  na 1988 tot stand gekomen, in dat jaar wordt ook het oostelijke deel van de winkel (nr 40) aan de achterzijde uitgebreid met een aanbouw onder een plat dak. De indeling van de verdieping van voor- en achterhuis gaat in hoofdopzet terug naar de 18e eeuwse herindeling van het Gasthuis.

Heilige Geest
14e eeuw
15e-16e eeuw
18e eeuw
19e-20e eeuw

Introductie

Het gebouwencomplex dat aan de zuidzijde van de Diezerstraat tussen het Koningsplein en de Gasthuisplein ligt bevat nog grote delen van het in de 14e eeuw gestichte Heilige Geestgasthuis.  Voor de verdieping en zolder van Diezerstraat 38-40 in Zwolle worden momenteel door Morphique architecten plannen gemaakt. Deze plannen hebben betrekking op het realiseren van een aantal appartementen.
Vanwege de status als rijksmonument zal bij de beoordeling van deze plannen de monumentenstatus een belangrijke rol spelen. Daarom is aan ARCX gevraagd om een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek moet inzicht geven in de bewaard gebleven historische structuren en elementen en de daarin te onderscheiden tijdlagen en duidelijk maken waar ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen en waar de bestaande situatie zoveel mogelijk bewaard moet blijven. 

Het onderzoek heeft bestaan uit het in kaart brengen van de bouwgeschiedenis met een accent op bij deze plannen betrokken delen van het gebouw. Het onderzoek was in hoofdlijnen gericht op de bouwchronologie van de afzonderlijke delen. Tevens zijn direct beschikbare gegevens uit het HCO (literatuur, historische afbeeldingen en bouwdossiers) bij het onderzoek gebruikt. De begane grond en tussenverdieping, die in gebruik zijn bij de winkels op de begane grond, zijn niet bezocht. Deze ruimten zijn eerder in het kader van de herindeling van de winkels een aantal malen door ARCX bekeken. De hierbij verzamelde gegevens zijn voor zover relevant opnieuw gebruikt  in deze rapportage.
In de meeste vertrekken gaat veel historische informatie nog schuil achter recente betimmeringen en afwerkingen. Tijdens het veldwerk was het gebouw gedeeltelijk bewoond en vanwege een grote hoeveelheid oude huisraad waren een aantal vertrekken en met name de zolders beperkt toegankelijk. Het is daarom onvermijdelijk dat de resultaten van het onderzoek vooral betrekking hebben op de grote historische lijn en dat een aantal perioden onbenoemd moeten blijven.   

Het gebouw is bezocht op woensdag 8 juni 2016.

De directe link naar deze rapportage op de website www.tijdbeeld.com is: http://www.tijdbeeld.com/projecten/35/zwolle

Advies en waardering

Diezerstraat 38-40 in Zwolle is in de 14e eeuw gebouwd als onderdeel van het Heilige Geestgasthuis. Het aangebouwde achterhuis aan het Koningsplein dateert uit dezelfde periode en kreeg de huidige verschijningsvorm bij een verbouwing in de 15e of 16e eeuw. Van het hoofdhuis aan de Diezerstraat bleef de oorspronkelijke kapconstructie grotendeels bewaard, de kap van het achterhuis is opgebouwd uit de hergebruikte onderdelen van de 14e eeuwse opzet. Bij een ingrijpende verbouwing aan het eind van de 18e eeuw kreeg het deel aan de Diezerstraat de huidige indeling. Bij deze ingreep voorzag men het huis van een nieuwe voorgevel en nieuwe vloeren. 

waardering

waarden vanuit de gebruikshistorie
De omvang en situering verwijst in combinatie met de datering van het casco naar de stichting in de 14e eeuw van het Heilige Geestgasthuis. Behoudens een aantal gotische blindnissen in de westelijke topgevel bleven in de rest van het complex geen tastbare restanten bewaard die verwijzen naar de oorspronkelijke functie.
De architectuur van de 18e eeuwse voorgevel en de achterliggende indeling op de verdiepingen verwijst naar de transformatie van het gasthuis tot woon/winkelhuis en de veranderende situatie in de ouderenzorg aan het begin van de 19e eeuw.  

stedenbouwkundige waarden
Het huis is van belang als onderdeel van de grotendeels bewaard gebleven bebouwing van het Heilige Geestgasthuis en vanwege de positieve bijdrage aan de zuidelijke gevelwand van de Diezerstraat.

architectuurhistorische waarden
De architectuur van de brede voorgevel is representatief voor de periode van ontstaan en vormt een eenheid met de (latere) invulling van het rijke en zeldzame winkelfront op de begane grond 

bouwhistorische waarden
De grootste bouwhistorische waarden zijn gelegen in de bewaard gebleven onderdelen van het laat-middeleeuwse casco en met name in de zeldzame en gaaf bewaarde oorspronkelijke kapconstructies.
De eikenhouten kap van het deel aan de Diezerstraat is in typologisch opzicht van belang vanwege de constructieve opzet met vroege kenmerken als om-en-om aangebrachte windschoren die aan de bovenzijde gepend zijn en de boven de gebinten geplaatste sporengespannen met dubbele haanhouten.
De vrij compleet bewaard gebleven eikenhouten daksporen van het achterhuis verwijzen naar een (vroeg) 14e eeuwse voorganger van het huis en de verbouwing daarvan tot het huidige huis. 

Veel informatie gaat echter nog schuil achter betimmeringen en recent aangebrachte afwerkingslagen. De volledige omvang van de bouwhistorische betekenis van dit huis valt daarom in dit stadium van de planontwikkeling niet vast te stellen. 

Op plattegronden van de huidige situatie is door middel van kleur de bouwfasering aangegeven en is de waardering vertaald in een hoge-, positieve-, en indifferente monumentwaarde.  
De plattegronden zijn in hogere resolutie onder het tabblad 'bijlagen' te downloaden. 

faseringplattegronden

Rood = 14e eeuw
Groen = 15e-16e eeuw
Blauw = 18e eeuw
Geel = 19e-20e eeuw 

waarderingsplattegronden

Blauw = hoge monumentwaarden, van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object.
Groen = positieve monumentwaarden, van belang voor de structuur en/of betekenis van het object.
Geel = indifferente monumentwaarden, van relatief weinig belang voor de structuur en/of betekenis van het object.