14e eeuw
×

14e eeuw

Meer afbeeldingen

Het middeleeuwse Zwolle was binnen de stadsmuren verdeeld in vier wijken. De Kamperstraat ligt in de wijk Voorstraat. De straat werd pas in de loop van de 17e eeuw definitief Kamperstraat genoemd, daarvoor gebruikte men de naam Voorstraat, die afgeleid was van het buiten de poort gelegen buurtschap en het kasteel Voorst.
Het stratenpatroon in dit deel van de stad kreeg zijn huidige vorm in de 14e eeuw. In 1393 bestemde de Zwolse schepen Gerardus van Spoelde zijn huis aan de Kamperstraat tot kapel ter ere van Maria. Na zijn dood kochten Schepenen en Raad met de opbrengst van dit huis het Zwolse bezit van de Deventer Proosdij aan. Deze open hof was kennelijk geschikter om een kapel op te bouwen dan het perceel aan de Kamperstraat. Het aangekochte terrein was vanaf 1394 ingericht als kerkhof en in 1399 werd het oostelijke deel van de huidige Onze Lieve Vrouwekerk gewijd.
De Kamperstraat was een belangrijke uitvalsstraat met aan het einde een stadspoort die kort na 1350 gebouwd is. Dankzij dendrochronologisch onderzoek weten we dat in de 14e eeuw al diverse stenen huizen aan de Kamperstraat gebouwd werden. Het gaat dan om de huidige huisnummers 10, 11, 14 en 27 uit respectievelijk 1389, 1367, 1375 en 1383 [D.J. de Vries, De middeleeuwse wijk Voor(ster)straat in Zwolle, in: Archeologie en bouwhistorie in Zwolle 4, Zwolle 1998].

De Kalverstraat wordt pas voor het eerst vermeld in 1873, daarvoor werd deze straat aangeduid als ´straat langs de stadsmuur´. De Kamperpoort bestond uit twee delen, de Kamper Binnen- en Buitenpoort. In 1982 is door Monumentenzorg Zwolle tijdens rioolwerkzaamheden een restant van de Binnenpoort waargenomen. Dit gedeelte lag ter hoogte van Kamperstraat 37. Dit klopt goed met het verloop van de middeleeuwse stadsmuur zoals dat nog goed op het kadastrale minuutplan van 1832 te volgen is. Het muurtracé volgde ongeveer de huidige noordelijke rooilijn van de Kalverstraat. De Buitenpoort is rond 1488 gebouwd en in 1814 weer afgebroken. De Binnenpoort was toen al verdwenen [M. Klomp, Tussen Swanetoerne en Voersterpoerte, de stedelijke ontwikkeling van het Rode Torenplein en de Jufferenwal, archeologische rapporten Zwolle 20, 2004]. 

Kamperstraat 17
De vroegste bouwsporen in het huis betreffen delen van een samengestelde verdiepingsbalklaag die via een ruimte boven de toiletten op de begane grond en via een kijkgat in het trapgat zichtbaar zijn. Het gaat om een samengestelde balklaag waarvan de kinderbinten  in de moerbalken ingelaten zijn. Van de voorste moerbalk kon vastgesteld worden dat deze voorzien was van een korbeelstel waarvan alleen het sleutelstuk bewaard bleef. Deze vondst zou kunnen wijzen op een 14e of 15e eeuwse oorsprong van het huis. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het huis ruim acht meter breed is en dat het onduidelijk is of deze afstand zonder tussensteunpunten overspannen was. Mogelijk stonden oorspronkelijk op het perceel meerdere bouwmassa’s, die later samengevoegd zijn. Een breed laat-middeleeuws huis verderop in de straat, Kamperstraat 11-13, bestaat ook uit twee samengevoegde bouwdelen. 

17e eeuw
×

17e eeuw

Meer afbeeldingen

Op het waarneembare deel van de samengestelde verdiepingsbalklaag is te zien dat de constructie decoratief beschilderd is met bloemenranken. Zowel deze beschildering als het ojief-profiel van een console wijzen op een datering in het begin van de 17e eeuw. Kennelijk is destijds de oudere constructie gemoderniseerd door de korbelen en muurstijlen te verwijderen en te voorzien van een eigentijdse afwerking. 

De hoofdopzet van de kapconstructie bestaat uit vijf spanten. Deze spanten zijn opgebouwd uit een tweetal naaldhouten spantbenen die met een hanenbalk van hetzelfde materiaal zijn gekoppeld. Deze hanenbalk wordt aan weerszijden door korbelen ondersteund. Op de hanenbalk rusten de flieringen die op hun beurt de rondhouten daksporen ondersteunen. Dit type kap met A-spanten wordt in Zwolle veelvuldig aangetroffen, hoofdzakelijk in een 18e en 19e eeuwse context. De vroegste voorbeelden in de stad (Koestraat 33 en Thorbeckegracht 22-23-24) dateren uit de eerste helft van de 17e eeuw.
Theoretisch zou de kap van Kamperstraat 17 ook nog uit de 17e eeuw kunnen dateren, maar een latere datering is ook goed denkbaar. De kapconstructie is later aangepast, maar aan de voorzijde is nog te zien dat oorspronkelijk geen borstwering aanwezig was. De eerste drie spanten aan de voorzijde staan op een muurplaat, waarop later een borstwering gemetseld is.

19e eeuw
×

19e eeuw

Meer afbeeldingen

In de eerste helft van de 19e eeuw werd het huis ingrijpend verbouwd. Bij deze verbouwing kwam de huidige voorgevel tot stand. De aansluiting op de bestaande kapconstructie vond plaats met aan de voorzijde een dwarskapje over de volle breedte. Ter plaatse werden op zolder twee vertrekken gerealiseerd waarvan de schuifvensters in geopende stand achter de zolderborstwering omhoog kunnen schuiven. Het voorste deel van de zolder werd tegelijkertijd van een borstwering voorzien. De bestaande A-spanten werden hergebruikt, maar het eerste spant werd wel een stuk naar achteren geplaatst om meer vrije ruimte in de vertrekken te krijgen. De kapconstructie van het voorste deel is destijds vergelijkbaar met de rest van de kap uitgevoerd in rondhout. 

Aan de achterzijde verhoogde men de zolderbalklaag en werd de indeling van de achtergevel aan de nieuwe situatie aangepast. Ook aan de achterzijde handhaafde men de A-spanten, waarvan de spantbenen wel een stukje ingekort moesten worden. De zolderbalklaag is geheel enkelvoudig uitgevoerd en vertoont vooral aan de voorzijde geen homogeen beeld. De waargenomen balken zijn verschillend van afmetingen en onduidelijk is in welke periode deze tot stand gekomen is. 


Over de destijds gerealiseerde indeling zijn we geinformeerd via een bouwtekening uit 1920. Hierop staan de destijds bestaande toestand van de begane grond en de verdieping. Op de begane grond was achter de voordeur een gang tot aan de achtergevel met links een kamer-en-suite. Rechts stond halverwege de trap met aan de straatzijde daarvan een klein vertrek en aan de achterzijde waarschijnlijk de keuken. De plattegrond van de verdieping volgde in grote lijn deze indeling. 

Op de begane grond bleef van deze indeling alleen het stucplafond van het vertrek links voor bewaard. Dit plafond is voorzien van een centraal medaillon opgebouwd uit een gestileerde zon omlijst met een guirlande. De hoeken zijn gedecoreerd met verschillende gekruisde handwerktuigen in een bloemenkrans.Dit plafond kan gedateerd worden in het begin van de 19e eeuw.  Op de verdieping bleef deze historische indeling in grote lijnen bewaard, van de afwerking is alleen de zoldertrap met een gesneden balustrade nog herkenbaar. 

 

20e eeuw
×

20e eeuw

Meer afbeeldingen

In 1920 vond opnieuw een ingrijpende verbouwing plaats. Architect Mannes Meyerink (1873-1943) tekende de plannen voor een toonzaal met werkplaats en bergingen ten behoeve van een automobielbedrijf.  Meijerink was een veelzijdig architect, met als specialisme  het ontwerpen van specifieke bedrijfsgebouwen. 
Het plan bestond uit het geheel uitbreken van de begane grond, waarbij het noodzakelijk was om de steunmuur die in het midden van het huis van voor naar achteren liep over vrijwel de gehele lengte te ondersteunen met een stalen onderslag die rustte op kolommen. 
Op het linker deel van de plattegrond werd een toonzaal (showroom) gesitueerd met daar achter de nieuwe verdiepingstrap en een kantoor. De toonzaal kreeg aan de voorzijde een grote etalagepui met een afgeronde hoek. 
De rechter zijde werd ingenomen door een onderdoorgang naar het achterterrein waar autoboxen en de werkplaats waren. Op de verdieping vonden alleen ondergeschikte aanpassingen plaats in verband met het verplaatsen van de verdiepingstrap. 

In 1938 vraagt Automobielbedrijf Smit en Co een bouwvergunning aan voor het vernieuwen van de bedrijfsruimten op het achterterrein. Mogelijk zijn in deze periode op de verdieping de beide vertrekken aan de voorzijde met elkaar verbonden door de dragende scheidingsmuur te slopen. De zolderbalklaag ter plaatse is daarbij opgevangen door een stalen profielbalk. De zolderbalken zijn in dit vertrek later omtimmerd. Via een tweetal kijkgaten is duidelijk geworden dat deze balklaag geen homogene opbouw kent. De relatief licht uitgevoerde naaldhouten balken zijn verschillend van maat en van een balk rechts aan de voorzijde kon vastgesteld worden dat deze secundair toegepast is en dat deze oorspronkelijk een stuk hoger geweest moet zijn. 

In de jaren ´70 van de vorige eeuw nam dansschool Wiering haar intrek in het pand en werd de onderdoorgang weer dicht gemaakt en kwam de verdiepingstrap op de huidige plaats. De  indeling van de begane grond is door de dansschool en de latere eigenaar, het COC, verder uitgebroken en aangepast aan het gebruik. 

In 2001 is de kapconstructie gerestaureerd. Daarbij is de historische constructieve opzet met A-spanten gehandhaafd en aangevuld en zijn veel daksporen in rondhout vervangen. Daarna is dakbeschot aangebracht en is de kap gedekt met oud-Hollandse dakpannen. 

14e eeuw
17e eeuw
19e eeuw
20e eeuw

Introductie

Voor het rijksmonument Kamperstraat 17 in Zwolle worden momenteel plannen voorbereid voor een herbestemming. Vanwege deze status is door de gemeente Zwolle verzocht om een bouwhistorisch onderzoek dat inzicht moet geven in de bewaard gebleven historische structuren en elementen en de daarin te onderscheiden tijdlagen.

Het onderzoek heeft bestaan uit het in kaart brengen van de bouwgeschiedenis van het gebouw. Daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van een in 2001 uitgevoerd onderzoek door Lantschap. Deze rapportage, waarvan het accent ligt op de historische kapconstructie, is integraal als bijlage opgenomen [Lantschap VOF (Wijnand Bloemink en Peter Boer)), Kamperstraat 17 te Zwolle, bouwhistorische verkenning en waardestelling van de kapconstructie, Doesburg 2001]. Verder zijn direct beschikbare gegevens uit het HCO (literatuur, historische afbeeldingen en bouwdossiers) bij het onderzoek betrokken. Het onderzoek heeft zich in hoofdlijnen gericht op de bouwchronologie van de afzonderlijke delen. Door de opdrachtgever zijn voorafgaand aan het onderzoek op een aantal door ons aangegeven plaatsen de recent aangebrachte binnenbetimmering verwijderd. Gezien de beperkte mogelijkheden voor sloopwerkzaamheden in dit stadium van de planvoorbereiding, is het onvermijdelijk dat delen van de historische constructieve opbouw onbenoemd moeten blijven. Dit betreft met name de balklagen en de bouwmuren. 

beschrijving
Kamperstraat 17 is aan de zuidzijde van de straat gebouwd met een rechthoekige plattegrond op een geheel bebouwd perceel dat zich uitstrekt tot aan de achterliggende Kalverstraat. Het hoofdhuis aan de straat heeft één verdieping met daarboven een zolder. De dakvorm is in hoofdopzet een schilddak met de nok loodrecht op de straat, de lijstgevel aan de straat eindigt halverwege de kap. De aansluiting van het dak met de voorgevel is gemaakt met een dwars schilddak. Er is geen kelder waargenomen, mogelijk is deze bij een verbouwing in de 20e eeuw dichtgegooid. 

Aan de achterzijde is een verdiepingsloze aanbouw gesitueerd die in een aantal fasen in de eerste helft van de 20ste eeuw tot stand gekomen is en die verder niet bij het onderzoek betrokken is.
Voor een uitgebreide documentatie van de bestaande situatie wordt verwezen naar de plantekening van HLH architecten en ingenieurs dd 25-08-1997 met als nr 6342 in de bijlagen.

Advies en waardering

Het brede huis Kamperstraat 17 is ontstaan in de late-middeleeuwen. Naar deze vroegste periode verwijst de verschijningsvorm van de verdiepingsbalklaag. Deze vloer werd in de 17e eeuw gemoderniseeerd en voorzien van een decoratieve beschildering. De kapconstructie heeft zijn oorsprong in de 17e of 18e eeuw. Bij een ingrijpende verbouwing in het begin van de 19e eeuw kwamen de huidige voor- en achtergevel tot stand. In 1920 werd het huis opnieuw verbouwd. Bij deze ingreep werd de begane grond geheel uitgebroken ten behoeve van een gautomobielbedrijf en ontstond de huidige onderpui.

waardering

waarden vanuit de gebruikshistorie
De bewaard gebleven decoratieve beschildering tegen de onderzijde van de verdiepingsvloer verwijst naar de wooncultuur van de kapitaalkrachtige Zwolse elite in de late-middeleeuwen. Elders in de Kamperstraat zijn van meerdere panden vergelijkbare constructies en afwerkingen bekend.
Nabij de stadspoorten en de aanloopstraten daar naar toe, komen van oudsher veel stalhouderijen voor. Met de introductie van de auto wordt de plaats daarvan ingenomen door garages voor transport- en taxibedrijven en autodealers. Inmiddels zijn deze bedrijfsmatige activiteiten naar de randen van de huidige stad verplaatst. Kamperstraat 17 is een zeldzaam voorbeeld van een huis waarvande voorgevel op tastbare en herkenbare wijze verwijst naar deze functie. De combinatie van een etalage van een showroom naast een (dichtgemaakte) inrit naar het achterterrein vormt een hoge monumentwaarde. 

stedenbouwkundige waarden
Het huis is van belang vanwege de positieve bijdrage aan de zuidelijke gevelwand van de Grote Markt.

architectuurhistorische waarden
Hoewel de voorgevel alleen ter hoogte van de kroonlijst voorzien is van decoratieve elementen en daardoor niet direct heel erg opvalt, is het metselwerk en de detaillering van de vensters op de verdieping en de zolder zeer verzorgd uitgevoerd.  
In het interieur verwijst de indeling op de verdieping nog naar het 19e eeuwse woonconcept. Van de bijbehorende decoraties bleef alleen de zoldertrap en op de begane grond het stucplafond aan de voorzijde bewaard.  

bouwhistorische waarden
Bij het onderzoek is in ieder geval duidelijk geworden dat de kapconstructie en een deel van de samengestelde verdiepingsbalklaag onderdeel vormen van de historische constructieve opzet van het huis. De kapconstructie past goed in de Zwolse typologie van rondhouten sporenkappen en ook de beschilderde verdiepingsbalklaag levert een substantiele bijdrage aan de monumentale waarde van het huis.  Veel informatie gaat echter nog schuil achter betimmeringen en recent aangebrachte afwerkingslagen. De volledige omvang van de bouwhistorische betekenis van dit huis valt daarom in dit stadium van de planontwikkeling niet vast te stellen. 

aanbevelingen
In de huidige situatie is de vrije ruimte onde de hanebalken van de A-spanten ter plaatse van de verhoogde zoldervloer aan de achterzijde onvoldoende voor een toekomstige gebruiksfunctie.
Vanuit een bouwhistorisch prespectief is het denkbaar dat deze hanebalken, inclusief de huidige eiken hergebruikte korbelen, een stukje naar boven verplaatst worden. Aandachtspunten daarbij   zijn dat deze balken slechts aan één zijde ingekort worden en dat de oorspronkelijke houtverbindingen inclusief de spijkerverbindingen gekopieerd worden. De constructieve gevolgen van een dergelijke ingreep dienen door een ter zake deskundige constructeur vastgesteld te worden. 

Om een definitieve beoordeling van de voorgenomen plannen mogelijk te maken is het aan te bevelen om deze bouwhistorische opname aan te vullen met gegevens die na het volledig strippen  van recente afwerkingslagen in het zicht komen. Speciale aandacht dient daarbij uit te gaan naar bouwsporen in de bouwmuren en de omvang, historische geleding en afwerking van de verdiepings- en de zolderbalklaag.