1357-1600
×

1357-1600

Meer afbeeldingen

Edam is ontstaan in de 13e eeuw aan een dam in de veenstroom de IJe. Het ontgonnen gebied was omstreeks 1250 al beschermd door een ringdijk, die vanaf de zeekust als de latere Voorhaven en de Kleine Kerkstraat dwars door de nederzetting liep. Op enig moment is er een dam in de IJe gelegd, waar het dijktracé aansloot op het riviertje. De bebouwing concentreerde zich rond een kapel (locatie van de huige Speeltoren) en een laad- en loshaventje aan het Spui. In 1357 kreeg Edam stadsrechten van graaf Willem V, waaronder het recht om een tolvrije haven tussen het Purmermeer en de Zuiderzee te graven. Nadat deze ‘Voorhaven’ gereed was, breidde Edam zich in oostelijke richting uit naar een kleine buurtschap van boeren en vissers (het Oorgat) aan de Zuiderzee. Aan weerszijden van de Voorhaven werden huizen gebouwd op smalle, diepe percelen. Vanwege de behoefte aan afwatering en aan vaarwater aan de achterzijde van de percelen zijn na verloop van tijd evenwijdig aan de Voorhaven de Achter- en Nieuwehaven gegraven [C. Boschma-Aarnoudse, Edam behouden stad, houten en stenen huizen 1500-1800, Utrecht 2007, p 16-25]. Hoewel de verkaveling aan de Voorhaven een 14e-eeuwse ontwikkeling is, dateren de oudste huizen in dit stadsdeel (voor zover bekend) uit de 16e eeuw. Het gaat hierbij in oorsprong om verdiepingloze huizen met de nok loodrecht op de straat. 

1600-1650
×

1600-1650

Meer afbeeldingen

In haar beschrijving van Voorhaven 150 neemt C. Boschma-Aarnoudse aan dat het huidige huis in de vroege 18e eeuw gebouwd is door de Edamse burgemeester Albertus Swedenrijk. Een aantal onderdelen, met name kromstijlen van de kap en de drijvende kelder aan de achterzijde  zouden restanten zijn van een voorganger van dit huis [Boschma-Aarnoudse 2007, p 233-234]. Er zijn argumenten aan te voeren dat niet alleen onderdelen, maar dat een groot deel van de constructieve hoofdopzet van het huis al ontstaan is bij nieuwbouw in het begin van de 17e eeuw. 

De kapconstructie is voorzien van naaldhouten gebinten met eiken kromstijlen en een vlieringvloer die ondersteund wordt door tussenhangbalken. De korbelen van de gebinten zijn aan de onderzijde met spijkers verbonden aan de stijlen. Er zijn geen telmerken waargenomen en ook geen aanwijzingen dat hout secundair verwerkt zou zijn. De kap maakt een zeer strakke indruk met passende en oorspronkelijke houtverbindingen.  De gecombineerde toepassing van naaldhout en eiken, tussenhangbalken en gespijkerde korbelen zijn kenmerken waarbij een datering in het begin van de 17e eeuw past.  De enkelvoudige zolderbalklaag is vrij zwaar uitgevoerd en zou zowel in een 17e eeuwse context als later ontstaan kunnen zijn. 

De verdiepingsbalklaag is nergens in het zicht, aan de achterzijde zijn mogelijk moerbalken opgenomen in het later gemaakte cassetteplafond. De onderlinge afstand van deze balken past goed bij een samengestelde vloer (met moer- en kinderbalken). 

1700-1750
×

1700-1750

Meer afbeeldingen

Er is geen twijfel dat de huidige opzet van het huis ontstaan is in het begin van de 18e eeuw. De voorgevel, die in de vorm van een ‘leugenaar’ voor de kap opgetrokken is,  bevat stijlkenmerken uit die periode met zware consoles in Lodewijk XIV-stijl in de kroonlijst en een voordeur met omlijsting in dezelfde stijl. Ook de achtergevel, afgesloten met een geschouderde tuitgevel en voorzien van brede schuifvensters onder strekken die aan de onderzijde afgesloten worden met rollagen past goed in deze periode. Overigens bevatte de achtergevel op de verdieping oorspronkelijk drie vensters. De huidige indeling is later tot stand gekomen. De vensterindeling op de begane grond en de daar onder aangebrachte kelderlichten is wel oorspronkelijk

Het lijkt er op dat het huidige tussenlid tegen de achtergevel ook tot de oorspronkelijke opzet behoort. Boven het pannendakje van deze aanbouw is in de achtergevel een dichtgemetseld oeil-de-boeuf opgenomen. Oorspronkelijk zal dit venster voor daglicht in de (met stuc) overwelfde gang gezorgd hebben. De wanden van de gang zijn voorzien van een geleding met ondiepe nissen met aan de bovenzijde (alternerend) nissen in dezelfde vorm. Overigens is het stukwerk van deze wanden kort na 1987 door de toenmalige bewoners Simon Terpstra en Ria Mol grotendeels afgebikt en opnieuw gestuct [De Stadskrant, nieuws-site voor Edam-Volendam, Oosthuizen, Warder & Middelie, De verbouwing van Voorhaven 150, 2015]. 

Op het kadastrale minuutplan van 1832 is het huis weergegeven met aan de achterzijde een ondiepe binnenplaats en daar achter een achterhuis met een L-vormige plattegrond. Over de hoogte van dit pand zijn we verder niet geïnformeerd, mogelijk was er een verdieping of een zolder, want in de achtergevel van het hoofdhuis is boven het tussenlid de contour van een dichtgezette deur waarneembaar. Waarschijnlijk was deze deur ook de aanleiding om de vensterindeling van de achtergevel te wijzigen. 

Vanaf 1822 was in Voorhaven 150 een spinfabriek gevestigd. De stichting daarvan was testamentair vastgelegd door de vermogende houthandelaar jan van Wallendal. De fabriek was gevestigd in een loods aan de andere zijde van het perceel aan de Achterhaven. Het kantoor was in het voorhuis aan de Voorhaven. De vroeg 19e eeuwse kachelnis in de voorkamer op de begane grond herinnert nog aan deze periode.  De spinfabriek is in 1898 naar een andere locatie verplaatst, daarna kreeg het huis weer een woonbestemming. 

1939
×

1939

Meer afbeeldingen

Op 30 maart 1939 krijgt W. van Dijk vergunning voor het bouwen van een keuken met bijkeuken en een schuurtje op het achterterrein van Voorhaven 150. De bij de bouwaanvraag gevoegde stukken maken melding van het gebruik van ‘oude steen’ in het muurwerk. Verder staat dat de dikte van de muur van de schuur, ‘voor zover nieuw’, 0.15 m zal zijn. De keuken sluit aan op het bestaande tussenlid. Deze gegevens maken het aannemelijk dat in 1939 een bestaand achterhuis (wellicht zoals weergegeven op de kadastrale minuutkaart van 1832) is afgebroken en vervangen door de huidige aanbouwen. Daarbij is in de nieuwbouw sloopmateriaal verwerkt en zijn de zuid- en oostgevel van het schuurtje mogelijk als oude muurdelen blijven staan. De bouwdelen hebben een naaldhouten zolderbalklaag en platte daken met mastiek. Behoudens een dichtgemetselde toegang in de noordgevel van de voormalige bijkeuken, is de gevelindeling nog oorspronkelijk. Oorspronkelijk waren keuken en bijkeuken van elkaar gescheiden door een binnenwand met een deur. Na een relatief recente renovatie is dit één open ruimte geworden. Hierbij is ook het interieur (vloer en keukeninrichting) vernieuwd. In de oksel van de keuken met het tussenlid was in 1939 al een uitgebouwde w.c. aanwezig.

20e eeuw
×

20e eeuw

Meer afbeeldingen

De huidige trap naar de verdieping is op grond van de decoratie van de trappaal en de ballusters te dateren omstreeks 1920. Om voldoende hoogte voor de trap te krijgen moest een deel van het gewelfde stucplafond van de gang weggenomen worden. Bij deze verbouwing is onder de trap een kleine kluisruimte aangelegd met een deur in de voorkamer.
In 1987 verkeerde het huis in een vervallen staat en is het door de toenmalige eigenaren/bewoners gerestaureerd. Naar eventuele documentatie hiervan in de vorm van bouwtekeningen is in het kader van dit bouwhistorisch onderzoek verder niet gezocht. Uit een krantenartikel op internet volgt dat op de begane grond onder de voorkamer een betonnen vloer gemaakt is en dat de wanden van de gang grotendeels afgebikt en opnieuw gestuct zijn. Ook is nieuw marmer gelegd [De Stadskrant, nieuws-site voor Edam-Volendam, Oosthuizen, Warder & Middelie, De verbouwing van Voorhaven 150, 2015]. 

Ter hoogte van een overloop tussen voor- en achterkamer zijn van de verdieping naar de zolder en van de zolder naar de vliering destijds nieuwe open trappen geplaatst. Aanleiding daarvoor was het herstel en leefbaar maken van de kapconstructie door het aanbrengen van dakbeschot en dakpannen. De plaats en vormgeving van de oorspronkelijke zoldertrap is onbekend. In de zolderbalklaag (die van een dikke laag verf voorzien is) tekenen zich nergens sporen af van raveelbalken. Waarschijnlijk was het een eenvoudige steektrap die tussen de vloerbalken geplaatst was.
De indruk bestaat verder dat het grootste deel van indeling op de verdieping met houten scheidingswanden ook bij deze restauratie tot stand gekomen is. Daarbij is gebruik gemaakt van enkele bestaande deuren. Het betreft met name de deur van de overloop naar de gang en de toegangsdeur naar de voorkamer. Deze laatste deur is een uitzonderlijk rijke deur met uitbundig snijwerk in rococo-stijl. De herkomst van deze deur is onbekend.  
De overige deuren en enkele ingetimmerde (glas)kasten zijn op historiserende wijze vormgegeven. Mogelijk is hierbij ook secundair materiaal verwerkt maar door de zorgvuldige afwerking met een aantal lagen verf kon dat niet exact vastgesteld worden. 

1357-1600
1600-1650
1700-1750
1939
20e eeuw

Introductie

Voor het rijksmonument Voorhaven 150 in Edam worden momenteel verbouwingsplannen gemaakt die betrekking hebben op de later aangebouwde keuken aan de achterzijde en de trap en overloop op de verdieping. Vanwege deze status en de ligging binnen het beschermde stadsgezicht zal bij de beoordeling van deze plannen de cultuurhistorische waarde een rol spelen. De gemeente heeft om een aanvullende waardestelling gevraagd, met name toegespitst op onderdelen van het huis die zullen wijzigen. Een bouwhistorisch onderzoek moet inzicht geven in de bewaard gebleven historische structuur en de daarin te onderscheiden tijdlagen. Aan de hand van de resultaten daarvan kan vervolgens bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij deze verandering in het geding kunnen zijn en waar ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen.

Het onderzoek heeft bestaan uit het in kaart brengen van de bouwgeschiedenis van het huis en specifiek de bouwhistorische betekenis van de op de begane grond aan de achterzijde aangebouwde ruimte. Tevens zijn direct beschikbare gegevens (historische foto’s en bouwtekeningen) uit het Waterlands Archief bij het onderzoek betrokken en is literatuur over dit object geraadpleegd. 

Het veldwerk heeft plaatsgevonden op woensdag 30 december 2015. 

beschrijving
Het hoge huis Voorhaven 150 is gebouwd op een smalle diepe rechthoekige plattegrond en telt boven een kelder aan de achterzijde twee volledige bouwlagen onder een zadeldak. De begane grond is ingedeeld met aan de rechter zijde achter de voordeur een lange gang. Links daarvan zijn twee vertrekken gesitueerd die met dubbele glasdeuren verbonden zijn, het achterste vertrek is onderkelderd met een zeldzame drijvende kelder die in de huidige situatie vastgezet is. In het verlengde van de gang is een smal verdiepingloos tussenlid met een lessenaarsdak gesitueerd, van waaruit een verdiepingloze aanbouw met plat dak toegankelijk is. In deze smalle aanbouw met vensters aan de tuinzijde is de keuken ondergebracht. Aan de achterzijde is tegen de keuken een lagere berging aangebouwd. 

De diepe tuin grenst aan het belendende perceel aan de Achterhaven en heeft hier ook een smalle toegangspoort.

Advies en waardering

De keuken en de schuur van Voorhaven 150 in Edam zijn nieuw gebouwd in 1939 en sluiten aan op een ouder (waarschijnlijk 18e-eeuws) tussenlid. De indeling en decoratieve afwerking op de verdieping is voor een groot deel tot stand gekomen bij een restauratie aan het eind van de vorige eeuw. Daarbij is historisch materiaal hergebruikt. 

De waardering is onderverdeeld in de volgende deelwaardestellingen:

Algemene historische waarden / waarden vanuit de gebruikshistorie
Aan de keuken en de schuur zijn geen bijzondere historische gebeurtenissen of ontwikkelingen verbonden. In het interieur van de keuken zijn geen onderdelen bewaard gebleven die direct herinneren aan de wooncultuur anno 1939. 
Ook de indeling en afwerking van de verdieping bevat geen onderdelen die eenduidig te verbinden zijn met de (rijke) historische wooncultuur van de bewoners van dit huis.  

Architectuurhistorische- en bouwhistorische waarden
Het exterieur en de constructie van de schuur en de keuken met bijkeuken uit 1939 zijn nagenoeg authentiek, maar zijn in architectuur- of bouwhistorische zin niet zeldzaam. Het tussenlid is wel waardevol als onderdeel van het oorspronkelijke 18e-eeuwse concept. Verder zijn er geen waardevolle, historische interieuronderdelen bewaard gebleven. 
Door de menging van authentieke, gerestaureerde, secundaire en historiserende interieurafwerkingen op de verdieping is de historische gelaagdheid slecht afleesbaar en is het bouwhistorische beeld sterk vertroebeld.


Ensemblewaarden aanbouwen achterzijde
Hoewel de keuken en de schuur in materiële zin niet bijzonder waardevol zijn, vormen de ondergeschikte aanbouwen in combinatie met het hoofdhuis en tussenlid in conceptuele zin een representatief historisch ensemble. Daarbij is in 1939 voortgeborduurd op een oudere bestaande situatie met een (groter) achterhuis en een binnenplaats. 


Aanbevelingen
Bij eventuele nieuwbouw of verbouw op het achterterrein van Voorhaven 150 is het in cultuurhistorisch opzicht wenselijk om vast te houden aan een herkenbare historische gelaagdheid. Tevens is het van belang om bij wijzigingen de duidelijke hiërarchische relatie tussen een zeer voornaam hoofdhuis aan de straat en ondergeschikte bebouwing op het achtererf te behouden.