900-1400
×

900-1400

Bekijk afbeelding

Huizen ligt op de oostrand van de Gooise heuvelrug en moet zich zeker al in de tiende eeuw ontwikkeld hebben tot nederzetting. De eerste vermelding in de archieven dateert echter pas uit 1382. Het dorp lag nabij Oud-Naarden en in eerste instantie op geruime afstand van de zee. In de veertiende eeuw was de Zuiderzee echter opgedrongen tot vlakbij Huizen. Na de verwoesting van Oud-Naarden in 1350 nam de betekenis van het dorp toe en maakte Huizen zich los van het op grotere afstand opnieuw opgebouwde Naarden. In 1409 werd Huizen een eigen zelfstandige parochie. De oude kern heeft een vrij langgerekte noord-zuid georiënteerde vorm met één hoofdas: Zeeweg-Voorbaan-Lindenlaan. Ten westen van deze weg ligt de Oude Kerk, die zich vermoedelijk aan de rand van de oorspronkelijke brink bevindt. 

1400-1500
×

1400-1500

Meer afbeeldingen

Er is weinig bekend over de vroegste verschijningsvorm van de Oude Kerk. Waarschijnlijk gaat men in Huizen omstreeks 1400 over tot de bouw van een nieuw, eenbeukig kerkgebouw voor de gemeenschap. Allereerst wordt de toren voltooid, die destijds nog een stuk lager was dan in de huidige situatie. Staande in de kapconstructie van het schip, zijn de oude spitsboogvormige luigaten nog te zien die na de verhoging van het schip hun functie verloren. Ook het oorspronkelijke schip van de kerk moet dus een stuk lager zijn geweest. De onderbouw van de toren is afgedekt met een gemetseld kruisribgewelf. Vervolgens (mogelijk pas in de tweede helft van de vijftiende eeuw) zal het koor gerealiseerd zijn en werd tussen toren en koor het schip gebouwd. 

Uit deze periode zijn het onderste deel van de huidige toren en het koor bewaard gebleven. Boven het houten tongewelf is nog de oorspronkelijke, laat-middeleeuwse kapconstructie van het koor aangetroffen. Deze constructie is voorzien van een houten tongewelf. De geheel eiken kap is vrij eenvoudig van opzet en bestaat uit daksporen die ondersteund worden door vrij hoge gebinten. Het onderste deel van de gebintstijlen was tijdens het veldwerk niet waarneembaar, onduidelijk is of deze uitgevoerd zijn met ogiefstijlen en/of voetblokkeels. De daksporen hebben enkele haanhouten en zijn voorzien van gesneden telmerken. Vrijwel alle sporen staan nog op de oorspronkelijke plaats. De driezijdige koorsluiting wordt gevormd door vier halve gebinten die tegen een koningsstijl steunen. Deze stijl staat niet ter hoogte van de overgang naar de schuine zijde van de koorsluiting, maar een stukje verder naar binnen (naar het westen). De kapgebinten zijn voorzien van trekbalken die bij de oplegging ondersteund worden door korbeelstellen. De meest oostelijke daarvan zijn nog oorspronkelijk. Deze zijn uitgevoerd met gebogen korbelen en met peerkraalsleutelstukken.

Volgens de geschiedschrijver Lambert Rijcksz. Lustigh (1656-1727) stond op een houten plankje aan de binnenzijde van het gewelf het jaartal 1480. Dit zou kunnen wijzen op het jaar van de nieuwbouw van het koor. Het koorgewelf zou tevens rijk beschilderd zijn (geweest) met voorstellingen van het Laatste Oordeel [H.J. Bie (e.a.), Vier eeuwen Hervormde Gemeente Huizen 1595-1995, Huizen 1995, 70]. Het is echter niet duidelijk en zonder destructief en dendrochronologisch onderzoek moeilijk te achterhalen hoe betrouwbaar de beweringen van Lustigh zijn. 

1577-1637
×

1577-1637

Meer afbeeldingen

In 1577 wordt de kerk getroffen door een catastrofe, een windhoos zorgt ervoor dat de kapconstructie van het schip van de kerk instort. Mogelijk werd ook aan de toren flinke schade toegebracht. Mede wegens geldgebrek namen de herstelwerkzaamheden zestig jaar in beslag en kon de kerk pas in 1637 onder predikantschap van Johannes Peet weer in gebruik worden genomen. Het schip kreeg een nieuwe naaldhouten sporenkap die ondersteund werd met naaldhouten dekbalkgebinten, voorzien van gehakte telmerken. Ook het tongewelf en de hoofddraagconstructie daaronder werd hersteld. De meeste trekbalken zullen vernieuwd zijn (mogelijk met hergebruik van bestaande onderdelen) en uitgevoerd met sleutelstukken met een ojiefprofiel. De betreffende profilering past bij heel goed bij een datering in het eerste kwart van de zeventiende eeuw. De muurstijlen rusten aan de noordzijde op natuurstenen kraagstenen die versierd zijn met gebeeldhouwde kopjes. 

Zoals reeds vermeld had het oorspronkelijke kerkgebouw vergeleken met de huidige situatie een minder hoog schip en een lagere toren. Het is niet bekend of deze al voor het instorten van het schip in 1577 verhoogd waren. Het is ook goed mogelijk dat de herstelwerkzaamheden, na de door de windhoos aangebrachte ravage, werden aangegrepen om schip en toren te vergroten. De toren werd na de verhoging voorzien van een gemetselde balustrade. 

Door het instorten van een deel van het schip moesten noodzakelijkerwijs ook de in deze tijd verloren gegane interieuronderdelen worden vervangen. Inmiddels had de reformatie ook vaste voet gekregen in Huizen en kreeg het dorp in 1595 haar eigen predikant. De nieuwe interieuronderdelen stonden in dienst van de Gereformeerde eredienst. De Heer van Craailo, David Verweel, schonk aan de kerk een nieuw eikenhouten doophek met koperen doopbogen, een nieuwe preekstoel met rijk houtsnijwerk en Herenbanken. Deze banken staan nu tegen de koorafsluiting. De vier koperen kroonluchters werden, zoals blijkt uit een opschrift, al tien jaar eerder aan de kerk geschonken: ‘Johannes Philippus Bevers, sô geeft de Kerke dese krôô.  Den derde  october 1627. Gebooren in Huysen’. Ten slotte dateert ook het Tien Gebodenbord met het opschrift ‘Ter eren van Gods kerck Geeft Lambert Meinszn dit werk 1642’ uit deze periode. 

1780
×

1780

Meer afbeeldingen

In de loop van de achttiende eeuw was de kerkelijke gemeente dusdanig gegroeid, dat een vergroting van het kerkgebouw noodzakelijk geacht werd. De Amsterdamse architect Jan Jacobszoon Bolten (1738-na 1811) maakte een ontwerp voor de uitbreiding van de bestaande kerk tot kruiskerk, met twee transepten ter hoogte van het koor. Bolten was als architect voornamelijk werkzaam in en in de omgeving van Amsterdam. Van 1768 tot 1769 was hij korte tijd architect en landmeter van het kwartier van Zutphen. Bolten merkt in zijn begeleidende brief op dat de kerk door de uitbreiding met ‘1984 quadraatvoete word vergroot’, zodat er ruimte zou zijn voor 496 extra kerkgangers. 

Uiteindelijk wordt het plan, waarvan in het archief drie tekeningen bewaard bleven, om onbekende redenen niet uitgevoerd. De plattegrond van Bolten geeft wel informatie over de indeling van de kerk eind achttiende eeuw. Hierop is te zien dat de preekstoel in 1780 nog in het koor stond. In de Nederlandsche Stad- en Dorpbeschrijver, uitgegeven omstreeks 1800, is te lezen dat de kerk voorzien was van ‘een dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen is ’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en daaraan gevoegde verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaaglijk; zijnde alle die gestoelten bevallig bruin gekleurd’ [H.J. Bie (e.a.), Vier eeuwen Hervormde Gemeente Huizen 1595-1995, Huizen 1995, 16]. 

In 1775 wordt het kerkhof rond de kerk ommuurd, voor die tijd was de begraafplaats met een houten omheining afgebakend. Van een grafregister uit 1817 weten we dat er niet alleen op de begraafplaats buiten de kerk, maar ook in het schip en in het koor van het laat-middeleeuwse gedeelte van de kerk (tot 1830) begraven werd. De grafzerken zijn nu verborgen onder de later aangebrachte vloerafdekking.

Op de pentekening van Hendrik Tavenier uit 1782 is het eenbeukige kerkgebouw inclusief een noordelijk toegangsportaal en de kleine aanbouw voor het koor te zien. Deze aanbouwen zijn niet te zien op de tekeningen van Bolten, mogelijk zijn de bouwwerken kort na 1780 tot stand gekomen. 

1820-1900
×

1820-1900

Meer afbeeldingen

De toren van de Oude Kerk werd gedurende de Franse Tijd eigendom van het dorp. Net als bij vele andere kerktorens in het land, benutte het dorpsbestuur de ruimten op de begane grond in de zijbeuken voor het onderbrengen van de brandspuit en het inrichten van een arrestantencel. Deze cel was toegankelijk via een extra ingang in de noordelijke zijbeuk, die in de jaren 50 van de vorige eeuw werd dichtgemetseld. Tussen 1820 en 1900 vonden in de toren herstelwerkzaamheden plaats. In 1845 besloot het dorpsbestuur tot de aanbesteding van het ‘reparieren, herstellen en gedeeltelijk vernieuwen der wijzers, wijzer- en klankborden, de haan en het kruis van de dorpstoren te Huizen’. In 1885 wordt het voegwerk van de toren hersteld. Verder is in een bestek te lezen dat er in de noordelijke zijbeuk een verdieping wordt ingebouwd: ‘Boven in de aanbouw, aan de Noordzij, op de aangegeven hoogte, gaten voor de plafondleggers te hakken’. Ook wordt de begane grondvloer van de toren aangepakt: ‘De straat binnen den toren er uitbreken. Voor den ingang tusschen toren en kerk (…) een rollaag te metselen, en de tusschen ruimte te bestraten met een kantsteen, van ijschelsteenen’. 
In deze periode is waarschijnlijk ook de venstertracering van de vensters van de kerk rondom gewijzigd. 

 

1870
×

1870

Meer afbeeldingen

Tussen 1859 en 1869 nam de bevolking in Huizen met ruim tien procent toe tot 3099 inwoners. De beperkte ruimte voor kerkgangers in de enige kerk in het dorp, die zich klaarblijkelijk al in 1780 deed voelen, maakte een bouwkundige ingreep noodzakelijk. Honderd jaar na het niet uitgevoerde plan van Bolten voor het verruimen van de kerk, wordt de kerk alsnog uitgebreid met twee transepten in neogotische stijl aan de noord- en zuidzijde. Van deze uitbreiding staat alleen het noordelijke transept, dat nu in gebruik is als vergaderruimte, nog overeind. De ontwerper is niet bekend, wel bleef in het archief het in Haarlem opgestelde bestek van 23 december 1869 bewaard. Dit bestek is integraal als bijlage toegevoegd. 

Voor de doorgang naar beide transepten werden delen van de zijmuur van de kerk uitgebroken. Men sloopte de bestaande entreeportaaltjes aan de noord- en zuidzijde. De nieuwbouw werd voorzien van gietijzeren vensters en aan beide zijden werd een entreeportaal ondergebracht in een vooruitgeschoven uitbouw. Op de hoeken van de voorgevels werden twee overhoeks geplaatste pilasters afgedekt ‘met een torenspits van Bremersteen’. De vloer moest worden afgewerkt met vloertegels van Escauzijnse hardsteen. De nieuwe kapconstructie bestond uit ‘(…) spanten van dennenhout, zwaar 15 bij 20 duim’. 

De bouw van de twee transepten zorgde ervoor dat er meer kerkgangers in de kerk plaats konden nemen: ‘In de beide uitbouwen zullen worden geleverd en gesteld 4 vakken zitbanken, (…) elk vak bevattende 12 reijen banken, elk lang 3 el. Deze banken te stellen op jukken van greenenhont’. De verbouwing van 1870 had een groot effect op de oriëntatie in de kerk. In het verleden was de blik van de kerkganger vanuit het eenbeukige schip gericht op het koor, waar de preekstoel stond. Na de voltooiing van beide transepten draaide de oriëntatie 90 graden. De preekstoel werd ter hoogte van het noordelijk transept geplaatst. Het liturgisch centrum werd afgescheiden met een doophek, waarbij delen van het zeventiende-eeuwse hek hergebruikt werden. Rondom was ruimte voor banken en zitplaatsen, als ware het een soort centraalbouw. 

1882
×

1882

Meer afbeeldingen

Omstreeks 1882 wordt tussen het koor en het noordelijke transept een rechthoekige consistoriekamer onder een plat dak gebouwd. Deze was van buiten toegankelijk via een ingang rechts in de noordgevel en een deur die zich centraal in de oostgevel bevond. Het interieur en een deel van het exterieur moet, naast enkele aanpassingen in 1908, in de tweede helft van de twintigste eeuw vernieuwd zijn. Hiervan zijn in het bouwdossier echter geen sporen bewaard gebleven. 

1908
×

1908

Meer afbeeldingen

De bevolkingsgroei die rond 1860 was ingezet, zette stevig door in het laatste kwart van de negentiende eeuw. In 1900 bedroeg het inwonertal inmiddels 4681 bewoners. De uitbreiding van 1870 was niet toereikend om onderdak te kunnen bieden aan de groeiende Hervormde gemeenschap. Opnieuw was een grote ingreep noodzakelijk. Naar ontwerp van de lokaal bekende architect J. van Dillewijn uit Hilversum, wordt in 1908 aan de zuidzijde een veelhoekige aanbouw in een strakke gotische stijl gerealiseerd. De kosten van de verbouwing bedragen f. 16.182,70. Dillewijn had enige ervaring met het (ver)bouwen van kerken, van zijn hand is bijvoorbeeld ook de Hervormde kerk in Ankeveen uit 1907. 

In Huizen worden de zuidelijke kerkmuur, de muren van het zuider transept en een deel van het muurwerk van het koor ter plaatse gesloopt. Een deel van de bestaande kapconstructie van het oude zuider transept blijft bestaan en wordt samen met die van het nieuwe deel ondervangen door geklonken, stalen kolommen (opgebouwd uit kwadrant-profielen) en ijzeren liggers die tevens de nieuwe galerijen dragen. Waarschijnlijk is in deze tijd ook de galerij aan de westzijde van de kerk tot stand gekomen. De galerij boven het koor was voor de verbouwing in 1908 reeds aanwezig.

De rondom geplaatste, dubbele rijen gietijzeren vensters van de nieuwbouw zorgen voor veel lichtinval. De zuidelijke hoofdentree, ondergebracht in een middenrisaliet met topgevel, leidt naar het hoofdportaal met dubbele trappen naar de galerijen. Het ontwerp voorzag ook in twee zij-ingangen aan de oost- en westzijde, waarbij aan de westzijde een extra trap voor doorstroming naar de galerijen zorgde. In de Kerkeraadsvergadering van 26 februari 1909 wordt besproken dat ‘de kerk 28 maart in zoover gereed zal zijn, dat inwijding kan plaats hebben op dien datum’.

Het gevoel van centraalbouw in het interieur werd door deze uitbreiding versterkt. Voor de veelhoekige aanbouw werd voor f. 3.355,- aan nieuwe kerkbanken besteld, in het schip en koor bleven de bestaande banken staan, mogelijk aangevuld met de banken die aan de zuidzijde stonden. Waarschijnlijk stammen de banken op de galerijen ook uit deze tijd. Het noordelijke transept werd afgesloten met een binnenwand en in gebruik genomen als catechisatielokaal. In de consistoriekamer werd door middel van een binnenmuur een bergplaats afgescheiden. Tegelijk met de uitbreiding van het kerkgebouw, werd op het buitenterrein het oostelijk deel van de ommuring van de begraafplaats vervangen door hekwerk (aan het eind van de twintigste eeuw werd het bestaande muurwerk aan de westzijde gerestaureerd). 

Alle uitbreidingen ten spijt, was er tien jaar na de oplevering van de aanbouw uit 1908 al weer behoefte aan meer zitplaatsen. Het kerkbestuur nam het besluit om een tweede Hervormde Kerk te bouwen aan de Brede Enghlaan. Deze werd ontworpen door architect G. van Hoogevest en in gebruik genomen in 1924. 

1912
×

1912

Bekijk afbeelding

Het liturgisch centrum werd in 1912 aangevuld met een orgel, vervaardigd door de firma A.S.J. Dekker uit Goes. Het orgel wordt in 1980 vervangen, de firma Flentrop bouwt in de bestaande orgelkas een compleet nieuw orgel. In 2012 wordt ook de kas zelf gerenoveerd. 

1958-recent
×

1958-recent

Meer afbeeldingen

In de jaren 50 van de twintigste eeuw worden enkele wijzigingen in het interieur van de kerk doorgevoerd en vindt de restauratie van de toren plaats. De bestaande stoelen en banken in het schip maken plaats voor nieuwe kerkbanken, vormgegeven naar voorbeeld van de banken in de halfronde aanbouw uit 1908. Daarnaast vernieuwt men de trappen naar de galerijen. De werkzaamheden aan de toren betreffen allereerst het reconstrueren van een venster in de zuidgevel en het dichtmetselen van de toegang naar de arrestantencel in de noordgevel. In het interieur worden de cellen en het brandspuithokje in de zijbeuken gesloopt en de in de negentiende eeuw ontstane verdiepingen verdwijnen. Tevens worden alle bestaande trappen, vloeren en waarschijnlijk ook de kapconstructie van de toren vervangen. De verdieping is toegankelijk via een nieuwe spiltrap. Tot slot wordt de toren voorzien van een elektrische klokkenstoel en krijgt het een nieuwe grote klok ter vervanging van het exemplaar dat in de Tweede Wereldoorlog verloren is gegaan.

Meer recent vonden werkzaamheden plaats in 1987, waarbij het interieur opnieuw geschilderd werd in ‘Oud-Hollandse’ kleuren. Het doophek werd opnieuw onder handen genomen, waarbij oude en nieuwe onderdelen in een andere rangschikking zijn opgesteld.

900-1400
1400-1500
1577-1637
1780
1820-1900
1870
1882
1908
1912
1958-recent

Introductie

Ruimtelijke beschrijving

De Nederlands Hervormde kerk in Huizen bestaat uit een eenbeukig kerkgebouw, met een driezijdig gesloten (lager) koor en een ingebouwde toren van vier geledingen, afgesloten met een balustrade en ingesnoerde spits. De toren is overwelfd met een gemetseld kruisribgewelf, het schip en het koor zijn beiden overdekt met een houten tongewelf. Het kerkgebouw heeft een veelhoekige aanbouw aan de zuidzijde, een transept en een rechthoekige consistoriekamer onder een plat dak aan de noordzijde en een kleine aanbouw voor het koor. De kerk is in baksteen opgetrokken en is gesitueerd op een verhoogd terrein dat ingeklemd is tussen de Havenstraat, Raadhuisstraat en Kerkstraat. De buitenruimte rondom de kerk was vanouds ingericht als kerkhof en wordt begrensd door een stenen ommuring en hekwerk. Zie voor een gedetailleerde weergave van de indeling de opmeting van De Haan Bouwadvies BV. 

Advies en waardering


Samenvatting van de bouwgeschiedenis

De Oude Kerk vormt al eeuwenlang, in ieder geval vanaf de vijftiende eeuw, het historische en stedenbouwkundige hart van het dorp Huizen. De kerk doet vanaf de bouw dienst als parochiekerk, na de reformatie biedt deze onderdak aan de Gereformeerden en later wordt het kerkgebouw door de Hervormde gemeente in gebruik genomen. Van de vroegste bouwgeschiedenis is weinig bekend. Waarschijnlijk wordt omstreeks 1400 begonnen met de bouw van een nieuw, eenbeukig kerkgebouw dat in eerste instantie een lagere toren en een lager schip had dan de huidige kerk.

In 1577 wordt de kerk getroffen door een windhoos, waardoor de kapconstructie van het schip instort. Na zestig jaar van herstel kan de kerk in 1637 weer in gebruik genomen worden. Waarschijnlijk worden schip en toren tijdens deze bouwcampagne verhoogd. Daarnaast moeten diverse door de ravage verwoeste interieuronderdelen vervangen worden, zoals de preekstoel en het doophek.

In de achttiende eeuw neemt de kerkelijke gemeente in omvang toe, waardoor een vermeerdering van het aantal zitplaatsen in de kerk noodzakelijk wordt. Een plan uit 1780 van J. Bolten voor de uitbreiding van de bestaande kerk tot kruiskerk wordt uiteindelijk niet uitgevoerd. Het kerkbestuur gaat honderd jaar later, in 1870 over tot het vergroten van de kerk met twee transepten aan de noord- en zuidzijde. Men verplaatst de preekstoel naar het noorder transept, waardoor de blik en oriëntatie van de kerkgangers niet langer gericht is op een ruimtelijk eindpunt in het koor, maar op een centraal geplaatst liturgisch centrum. Deze karakteristiek wordt verder versterkt door de realisatie van de veelhoekige aanbouw aan de zuidzijde in 1908 naar ontwerp van J. van Dillewijn.

Belangrijke latere aanpassingen in de twintigste eeuw betreffen het restaureren van exterieur en interieur van de kerk en toren, het aanvullen van het bankenplan, het vernieuwen van de trappen naar de galerijen en het uit elkaar halen en herplaatsen van het doophek.