voor 1650
×

voor 1650

Meer afbeeldingen

De naam Thorbeckegracht dateert pas uit de 19e eeuw. Voordien stond de straat bekend als ‘Den Dijk’. Een voor de hand liggende naam, want in feite is de straat niets anders dan de noordelijke dijk van een waterloop waardoor het water, afkomstig uit het Sallandse achterland, naar het Zwarte Water afgevoerd kon worden. Deze waterloop is omstreeks het midden van de 14e eeuw gegraven.

Aanleg van vestingwerken en ontwikkeling van het Noordereiland

Toen het gebied binnen de wallen werd opgetrokken ontstond ruimte voor bebouwing, maar al vóór die tijd vonden hier langs de oevers allerhande bedrijfsmatige activiteiten plaats. Uit archiefbronnen blijkt dat terreinen aan Den Dijk vanwege de beschikbaarheid van werven en steigers bij handelaren in gebruik waren als houtopslag. Niet alleen hout, ook Bentheimer zandsteen werd tijdelijk opgeslagen op deze steigers. In 1472 had stadsbouwmeester Berend van Covelens op de steigers aan de Leyderweert (= overzijde Thorbeckegracht) 25 zogenaamde blockstenen liggen. Op de kaart die Jacob van Deventer omstreeks 1565 van de stad maakte, is te zien dat langs het westelijke deel van De Dijk al wat bebouwing stond. Het oostelijke deel vanaf de huidige Posthoornsbredehoek is op deze stadsplattegrond nog geheel onbebouwd. Waarschijnlijk lag het gebied destijds nog te laag voor reguliere bewoning.

In het begin van de tachtigjarige oorlog werd Overijssel het strijdtoneel van de opstand tegen het Spaanse gezag. Ter bescherming van het Katerveer en de doorgaande weg naar het noorden, werden aan het eind van de 16e eeuw plannen gemaakt om een verdedigingslinie aan te leggen tussen de stad en de IJssel. In de jaren ‘80 startte men ook met de aanleg van enkele kleine aarden bolwerken rond de stad en een halve maan voor de Diezerpoort. In de eerste decennia van de 17e eeuw werd de middeleeuwse verdedigingsring om de stad verder gemoderniseerd met aarden bastions en een brede gracht. In de jaren 1606-1620 werd Den Dijk voorzien van een omwalling met vijf bastions. Aanvankelijk was het verdedigingswerk voor de Diezerpoort door een gracht gescheiden van het Tanerij- en Vischpoortenbolwerk ten westen daarvan. Kort na de aanleg van laatstgenoemden werd deze gracht gedempt en deze vestingwerken samengevoegd tot het Noordereiland.

De uitgifte van grond in dit geheel door water omgeven nieuwe stadsdeel werd geregeld bij raadsbesluit van 6 januari 1609. Kort daarna zullen de eerste huizen aan Den Dijk gebouwd zijn. Deze locatie, nabij de toegang tot het Zwartewater, met rond het Rodetorenplein de belangrijkste havenfaciliteiten en aan twee zijden van de Thorbeckegracht kadecapaciteit, was aantrekkelijk voor de vestiging van pakhuizen, factorijgebouwen, schippers, handelaren en andere aan de handel en scheepvaart gerelateerde activiteiten.

Rond het midden van de 17e eeuw is het centrale deel van Den Dijk rond de Vispoortenbrug voor een groot deel bebouwd. Het door de Amsterdamse carthograaf Johan Blaeu uitgegeven vogelvluchtperspectief van Zwolle uit die tijd illustreert dat op overtuigende wijze. Het deel ten oosten van de Spinhuisbredehoek is dan nog onbebouwd.

Mogelijk is het perceel Thorbeckegracht 15 in de loop van de zeventiende eeuw alsnog bebouwd maar daarvan zijn in het huidige pand geen overblijfselen aangetroffen.

Late achttiende eeuw
×

Late achttiende eeuw

Meer afbeeldingen

In de late achttiende eeuw of mogelijk later is het huidige pand tot stand gekomen. De voorgevel kreeg een representatief uiterlijk, terwijl het voorhuis op een relatief klein perceel werd gebouwd.

Exterieur

De voorgevel werd vormgegeven als lijstgevel met daarin drie vensterassen. In de forse lijst zitten vier acanthusblad consoles in Lodewijkstijl die in het stramien van de drie vensterassen zijn geplaatst. De entree is enigszins verhoogd ten opzichte van het straatniveau. Dit kan te maken hebben met het wateroverlast die de huizen aan Den Dijk regelmatig ondervinden bij hoog water. Daarnaast werd het verhoogde vloerniveau waarschijnlijk aangegrepen als architectonisch middel zodat het begane grondniveau als representatief bel-etage kan worden gezien. Ook de hardstenen plint draagt bij aan deze opzet en daarmee aan de voorname uitstraling van de gevel. De stoep was oorspronkelijk privaat bezit, een situatie die nog altijd bestaat. De roedeverdeling is een aantal keer gewijzigd, getuige de dichtgezette inkeping in het verticale kozijnhout ter plaatse van de wisseldorpel.

De achtergevel is opgebouwd als tuitgevel.  In deze sober vormgegeven gevel zaten waarschijnlijk eveneens drie vensterassen. Vanuit de kelder en de begane grond was een, waarschijnlijk open, achterterrein te bereiken. Het baksteenformaat van de achtergevel bedraagt: 21,5 X 10,5 X 4 met een tienlagenmaat van 50 cm.

Interieur

De opzet van het pand heeft zich waarschijnlijk moeten schikken naar de beperkte ruimte die het perceel bood. Tussen de twee (mogelijk oudere) gemeenschappelijke belendende muren werd het voorhuis opgetrokken. Door de beperkte breedte van het perceel werd de gang tegen de (rechter) zijkant gesitueerd, deze gaf toegang tot de twee keldertrappen, de verdiepingstrap de voorkamer en de achterkamer.

Een leidend gegeven voor de indeling van het pand zijn de twee scheidingsmuren die de centrale trap dragen. Deze twee muren waren van de kelder tot in de nok aanwezig, waardoor op alle verdiepingen een indeling in een vóór- en achterkamer ontstond.

Opmerkelijk is dat de twee keldervertrekken separaat ontsloten waren en mogelijk zelfs niet onderling verbonden. Dit geeft aanleiding om te veronderstellen dat het voorste keldervertrek separaat verhuurbaar was. In dit voorste keldervertrek was oorspronkelijk een houten traliewerk aanwezig, waarschijnlijk om extra kostbare goederen in op te bergen. De achterste kelder werd gebruikt als keuken, de brede hangboezem van de schouw in combinatie met de volledig betegelde wanden getuigd nog van deze vroegere functie.

Op alle achttiende-eeuwse houten onderdelen is een okergele verflaag aangetroffen, waarmee ook een idee verkregen wordt van het historische kleurgebruik.

negentiende eeuw
×

negentiende eeuw

Meer afbeeldingen

In de negentiende eeuw hebben er waarschijnlijk enkele moderniseringen in het pand plaatsgevonden. Met name de ramen en deuren werden vernieuwd om aan het veranderende modebeeld te voldoen. Mogelijk is ook de centrale keldertrap dichtgemaakt en zijn de kelders onderling verbonden. Door verwijdering van deze trap werd de mogelijkheid gecreëerd om suitedeuren tussen de voor- en achterkamer op de begane grond te plaatsen, wat een aanzienlijke ruimtelijke winst opleverde.

Vanaf de instelling van het kadaster in 1832 ontstaat ook een duidelijk beeld van de eigenaars van destijds. In 1832 staat zeepzieder Jan Wijgmans als eigenaar geregistreerd. Naast het bezit van het pand Thorbeckegracht 15 was hij ook eigenaar van een aantal naastgelegen panden: nr 15 t/m 13 en de grond met schuren aan de overzijde van de weg.

In 1876 is de straatnaam Den Dijk gewijzigd in Thorbeckegracht, vernoemd naar de liberale staatsman Johan Rudolf Thorbecke die geboren is op nummer 11.

1941
×

1941

Meer afbeeldingen

De eerste grote verbouwing van het pand in de twintigste eeuw dateert uit het oorlogsjaar 1941. De wijzigingen hadden met name betrekking op de zijgang en de verdiepingsbalklaag. Verder werd er een keuken op het achterterrein gebouwd, waarmee het oude privaat verdween. Op de eerste verdieping kwam een badkamer.

De keldertrap en verdiepingstrap werden vervangen en omgedraaid. Verder werd de zijmuur van de achterkamer verlegd, zodat er een gangetje ontstond langs de trap. Deze zijmuur werd gedragen door een forse stalen balk, zichtbaar in het achterste keldervertrek. Onder de nieuwe trap werd een klein kolenhok afgetimmerd. Een andere ingrijpende wijziging was de vervanging van een groot deel van de verdiepingsbalklaag ter plaatse van de voor- en achterkamer.

1972-1995
×

1972-1995

Bekijk afbeelding

In 1967 werd het pand aangemerkt als Rijksmonument (nr. 41826) waardoor een uitgebreide procedure vereist was voor bouwvergunningen.

Bij een restauratie onder verantwoordelijkheid van Boxman en Rook architecten in 1972 zijn met name de kap en de kozijnen aangepakt. De dakkapel in het voorste dakschild werd verwijderd en waarschijnlijk is toen het dakbeschot aangebracht, met handhaving van de oorspronkelijke rondhouten kapconstructie. De ramen hebben een roedeverdeling gekregen naar negentiende-eeuws voorbeeld.

In 1995 werd er toestemming verleend voor het plaatsen van zes markiezen in de vensters aan de voorgevel. Hoewel de monumentencommissie hiervoor een negatief advies gaf, velde de Rijksdienst voor de Monumentenzorg een positief oordeel. Dit laatste advies nam de gemeente over, waarmee de markiezen geplaatst mochten worden.

Recent zijn er nog een aantal verlaagde plafonds in de vertrekken aangebracht. Het tussenlid naar het achterhuis en ook enkele moderne deuren zijn geplaatst.

voor 1650
Late achttiende eeuw
negentiende eeuw
1941
1972-1995

Introductie

Aanleiding

Op dit moment worden plannen gemaakt voor de verbouwing en restauratie van het Rijksmonument Thorbeckegracht 15 in Zwolle. Dit woonhuis kreeg in de late achttiende eeuw haar huidige verschijningsvorm. Vanwege de beschermde status en de ligging in het beschermde stadsgezicht, is door de gemeente om een bouwhistorisch onderzoek met waardestelling gevraagd. Uitgangspunt is om de historische structuur en de daarin te onderscheiden tijdlagen waar mogelijk te behouden en te versterken. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij de voorgenomen veranderingen in het geding zijn en hoeveel ruimte er is voor nieuwe ontwikkelingen.

Onderzoek

Het onderzoek was gericht op het in kaart brengen van de bewaard gebleven historische structuur van het gebouw en de daarin te onderscheiden bouwfasen, met het accent op die onderdelen die betrokken zijn bij de bouwplannen. Allereerst zijn de aanwezige gegevens in de literatuur en archieven geïnventariseerd. Verder is via diverse beeldbanken historisch beeldmateriaal verzameld. Het veldwerk heeft plaatsgevonden op woensdag 23 oktober 2019. Hierbij zijn enkele kijkgaten gemaakt waarmee een (beperkt) zicht op de verdiepingsbalklaag en de eerste verdiepingsbalklaag aan de voorzijde verkregen werd. Naar verwachting is nog veel bouwhistorische informatie verborgen achter de overige afwerkingslagen en betimmeringen. Het onderzoek heeft zich daarom moeten beperken tot de hoofdlijn van de ruimtelijke ontwikkeling van het pand met als gevolg dat bepaalde perioden in de tijdlijn onzeker zijn of onbenoemd blijven.

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek van april 2009.

Digitale rapportage

Alle gegevens zijn chronologisch geordend en digitaal gepresenteerd in opeenvolgende vensters in de tijdlijn en voorzien van een waardering op www.tijdbeeld.com. De directe link naar de rapportage is:

http://www.tijdbeeld.com/projecten/134/zwolle

Hoewel via de website een PDF-versie van het rapport gegenereerd kan worden, is dit hoofdzakelijk bedoeld als archieffunctie. Tekst en afbeeldingen zijn optimaal te bekijken via bovenstaande link.

Als bijlagen zijn de daterings- en waarderingsplattegronden te downloaden, die een overzicht bieden van de datering en cultuurhistorische waardering van het pand.

Situering

De Thorbeckegracht is gelegen aan de zuidrand van het Noordereiland, binnen de singelgracht van Zwolle. Het huis vormt een onderdeel van het meest oostelijke huizenblok aan de Thorbeckegracht, gelegen tussen de Spinhuisbredehoek en de Diezerpoortenplas.

Beschrijving

Het huis bestaat in hoofdopzet uit een voorhuis aan de Thorbeckegracht en een achterhuis aan de Menno van Coehoornsingel. Dit later aangebouwde achterhuis valt buiten het onderzoek. Het voorhuis, waarvan de nok haaks op de straat staat, bestaat uit twee bouwlagen met daaronder een kelder onder het gehele bouwvolume. Op het pand zit een zadeldak en een dakschild aan de voorzijde. De voorgevel is drie vensterassen breed met de toegangsdeur aan de rechterzijde. De gevel wordt beëindigd door een kroonlijst met consoles. De achtergevel is opgebouwd als een tuitgevel.

Advies en waardering

Samenvatting van de bouwgeschiedenis

Tussen twee oudere, mogelijk zeventiende-eeuwse, bouwmuren is in de late achttiende eeuw het huidige voorhuis van Thorbeckegracht 15 opgetrokken. Dit voorhuis kreeg een representatieve gevel met hardstenen plint, kroonlijst met consoles en drie vensterassen. De beperkte breedte van het perceel maakte dat de ruimtes ontsloten werden door een lange gang tegen de rechter bouwmuur. Opmerkelijk is dat het pand daarnaast ook een centrale trappartij kent, waarmee op ieder niveau een voor- en achterkamer indeling ontstond. Deze splitsing stond ter plaatse van de kelder en begane grond waarschijnlijk in verband met (de mogelijkheid tot) separate verhuurbaarheid van beide keldervertrekken.

In de negentiend eeuw onderging het pand een moderniseringsslag. De separate bereikbaarheid van de kelder werd waarschijnlijk beëindigd door verwijdering van de centrale keldertrap. Door verwijdering van deze trap werd de mogelijkheid gecreëerd om suitedeuren tussen de voor- en achterkamer op de begane grond te plaatsen, wat een aanzienlijke ruimtelijke winst opleverde. Daarnaast werden de ramen en deuren vernieuwd, waarmee de bewoners meegingen in het veranderende modebeeld.

In 1941 werd de gang op de begane grond gewijzigd, de keldertrap en verdiepingstrap werden vervangen en omgedraaid. Een groot deel van de verdiepingsbalklaag werd vernieuwd. Verder werd er een keuken op het achterterrein gebouwd, waarmee het oude privaat verdween. Op de eerste verdieping kwam een badkamer.

In 1967 werd het pand aangemerkt als Rijksmonument waarna het vervolgens in 1972 werd gerestaureerd waarbij met name de kap en de kozijnen onder handen werden genomen. De markiezen in de voorgevel zijn in 1995 toegevoegd.

 

waardering
De cultuurhistorische waardering is onderverdeeld in een aantal deelwaardestellingen. Daarnaast worden de bouwfasering en de waardering visueel gepresenteerd op de faserings- en waarderingsplattegronden, deze zijn in hoge resolutie te downloaden onder de knop ‘bijlagen’. 

Faseringsplattegronden

  • donkerbruin: oudere bouwmuren, mogelijk zeventiende-eeuws
  • lichtbruin: late achttiende eeuw: bouw van het voorhuis
  • groen: negentiende eeuw: moderniseringen
  • blauw: 1941: wijzigingen indeling
  • oranje: 1972-1995: restauratie en latere wijzigingen

waarderingsplattegronden

  • blauw: hoge monumentwaarden, van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object.
  • groen: positieve monumentwaarden, van belang voor de structuur en/of de betekenis van het object.
  • geel: indifferente monumentwaarden, van relatief weinig belang voor de structuur en/of de betekenis van het object.

De datering van de bovenliggende balklaag en vloer is aangegeven met een kruis in de ruimte.

 

algemene historische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie

  • Thorbeckegracht 15 is van belang vanwege de herkenbaarheid van het historisch gebruik van het pand als voornaam woonhuis. De indeling en de fragmentarisch bewaard gebleven onderdelen van het historisch interieur bieden een kijkje in de materiële wooncultuur van een welgestelde familie in Zwolle.

ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden

  • Het huis vormt een beeldondersteunende schakel in de historische gevelwand aan de Thorbeckegracht. De bouw van het laat achttiende-eeuwse voorhuis is  kenmerkend voor de ruimtelijke ontwikkeling van de bebouwing aan ‘Den Dijk’, de latere Thorbeckegracht.

architectuurhistorische waarden

  • Het gebouw is van belang vanwege de grotendeels gaaf bewaard gebleven laat achttiende-eeuwse voorgevel. De architectuurhistorische kwaliteiten van de gevel komen tot uitdrukking in de zorgvuldige vensterindeling over drie assen en het zorgvuldige metselwerk. De kroonlijst met consoles, hardstenen plint en traptreden leveren een cruciale bijdrage aan de representativiteit van de gevel.
  • De voordeur, vernieuwd in de negentiende eeuw (aangepast in 1972), heeft een hoge waarde als historische modernisering van het pand.
  • De stoep is nog altijd privaat bezit, zoals oorspronkelijk bedoeld.
  • Aan de achterzijde ligt de architectuurhistorische waarde hoofdzakelijk besloten in de relatief gaaf bewaard gebleven laat achttiende-eeuwse metselwerk vanaf de eerste verdieping.
  • Het hoofdvolume van het oorspronkelijke voorhuis is nog altijd zeer goed herkenbaar.
  • De historische indeling met een zijgang en een centrale trappartij is in het pand nog goed herkenbaar. Alleen aan de voorzijde van de begane grond is deze structuur vrijwel onherkenbaar gewijzigd.

bouwhistorische waarden

  • De bouwhistorische waarden zijn in materiële zin gelegen in de bewaard gebleven onderdelen uit de late achttiende eeuw en de relatief kleine aanpassingen hieraan in de negentiende eeuw.
  • De kelder is qua indeling zeer karakteristiek voor het pand. De aanwezigheid van de schouw en (fragmentarisch aanwezige) wandtegels in het achterste keldervertrek getuigen van de historische functie van dit vertrek en hebben dus een hoge waarde.
  • Bouwhistorische sporen van bijvoorbeeld de oude trapopgang en het houten traliewerk zijn getuigenissen van het historische gebruik en de oorspronkelijke indeling en hebben daarom een hoge waarde.
  • De laat achttiende-eeuwse balklagen hebben een hoge waarde en bezitten nog altijd hun oorspronkelijke kleurige afwerking.
  • De oorspronkelijke rondhouten kapconstructie heeft een hoge waarde.